Uit: "Zonneland", 28ste jaar, nr. 51, 1,25 fr., 21 dec. 1947, blz. 807.
Omdat Jezus zelf bij zijn geboorte op stro had gelegen, legden ook onze voorouders zich op Kerstavond, in afwachting van de middernachtmis, te rusten op wat stro, dat in de huiskamer over de vloer was uitgestrooid. Dit heeft het langst bestaan in Finland, Stiermarken en het Erzgebergte.
Dit christelijke gebruik legt men ook nog als volgt uit: "Het stro zou het stro zijn van de laatste garve , waarin bij het einde van de oogst, de vruchtbaarheidsdemon was gevlucht.".
Op midwinterdag bracht men dit stro in contact met mensen, dieren en dingen om de vruchtbaarheid over te dragen, voor het komende nieuwe zonnejaar. Daarom spreidde men dit stro niet enkel uit waar men er kon op slapen maar vooral onder de tafel, die men het volledige komende jaar, bedekt, hoopte te zien met overvloed aan eten en drank.
Toen bevonden ze zich in een cyclische landbouwmaatschappij waarin het christelijk denken nog doordrenkt was van voor-christelijke elementen. Het eten voor de gewone mensen was schaars was en weinig gevarieerd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten