Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

zondag 26 februari 2017

Carnaval NARRENBOOM gravure "Narrenbaum"



Over Carnaval vind je op deze blog op datum van 08.02.2017 een uitgebreide voorstelling over het gegeven,  en  een aantal carnavalssteden: Aalst, Binche, Keulen, Venetië...

Ik bladerde onlangs in het boek "Welt im Umbruch", Augsburch zwischen Renaissance und Barock, Band: 2: Rathaus, 1980, p. 229.



Zie boven de prent voor de verwijzing

Veste Coburg, Kupferstichkabinett der Kunstsammlungen, Inv.-Nr. Z. 199--K6

Die zeichnung gehört zu den launigsten Schöpfungen der deutschen Kunt des 16. Jahrhunderts, steckt voll ausgelassener Heiterkeit. Eine modischgekleidete Frau schüttelt am Stamm eines Baumes, in dessen dichter Laubkrone sich Frûchte in Narrenkôpfe verwandelen und als Kôpfe, fertig oder halbfertige Narren zu Boden fallen. Edmund Schilling hat den Sinn der darstellung auf die treffende Formel gebracht: "Eine schöne Frau schafft Narren soviele sie will."                                                                               R.B.

De tekening behoort tot de grappigste scheppingen van de Duitse kunst uit de 16e eeuw. Ze is een uitdrukking  van een bepaalde vorm van opgewektheid, blijheid. Een modieuze aangeklede vrouw schudt aan de stam van een boom, waar in de kroon van de boom vruchten tot Narrenhoofden omvormen, afgewerkte of half-afgewerkte narren vallen op de grond.
Edmund schilling kwam achter de betekenis met de volgende formulering: "Een mooie vrouw maakt zoveel narren als zij wenst."

donderdag 23 februari 2017

hot item Eric Van Rompuy zei het volgende



Deze morgen toen we naar Radio 1 zaten te luisteren zei Vlaams Parlementslid

Eric VAN ROMPUY het volgende ...

" De politiek is bezig met zichzelf,
   terwijl de wereld in brand staat."

Een waarheid als een koe. Alleen de verantwoordelijke "politiekers" van ons land (België) schijnen er geen boodschap aan te hebben. Zij slaagden er in om de gewone mensen te doen werken tot 68 jaar,
maar voor zichzelf stemden dat het maar tot 55 moet... Bijvoorbeeld. En dan moeten we maar eventjes denken aan de graaicultuur waarvan sommigen zonder enige vorm van schaamte willen verder genieten.
En dan is er nog de "madame" van Proximus die een inkomen van 800.000 euro per jaar niet genoeg vindt terwijl 13 % van de Belgische bevolking onder de armoedegrens leeft.

Hoewel in Nederland is het niet veel beter. Dit staat hier niet als verontschuldiging want ook daar zijn de verkiezingen heel dicht bij en Wilders verkneukelt zich...

woensdag 22 februari 2017

een lied / en gedicht: Paul RODENKO " Februarizon"



FEBRUARIZON 

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano's.

De populieren werpen met een schoolse neiging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen en hemelblauwe zijde.

De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van 
de eerste lentewind.

Paul RODENKO (Den Haag 1920 - Warnsfeld 1976)

Het beeld werd het gedicht zelf.

Uit:   "Literaire Kunst", van H.J.M. Lodewick, Malmberg, 's-Hertogenbosch, 19de druk, s.d.,  p.167.

Paul Thomas Basilius RODENKO
Zoon van een Russische vader en een Engelse moeder.
Dichter, criticus, essayist, vertaler en verteller.



In zijn poëzie sluit hij aan bij de "experimentele (atonale) dichtkunst".
Het gaat over poëzie van na WO II, die we ook vinden bij Bertus Aafjes, Ed. Hoornik en Leo Vroman.
Deze dichters geven in hun gedichten uiting aan hun "positieve", maar illusieloze levensaanvaarding.
Als kenmerken:
1. Anti-esthetisch, anti-rationalistisch en anti-anekdotisch;
2. Beeldspraak geïnspireerd op het menselijk lichaam:
    "Het licht is op een baar/ de kamer ingedragen".  (P. Rodenko.)
3. Vereenzelviging met de natuur: "Ik draag het donzen masker van / de eerste lentewind". (P. Rodenko)
4. Deel willen hebben aan de wereld, een reiken naar de mens:
    " Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
       en door de letters heen van dit gedicht
       kijken in Uw lezende gezicht
       en hunkeren naar het smelten van Uw pijn." (Leo Vroman)

zaterdag 18 februari 2017

* * * MAART kalender





Uit: " Van Nieuwjaarsavond tot Oudejaarsavond",  Gust Müller, Goede Pers, Averbode, s.d., p.32.

Benamingen/Begin

Genoemd naar de Romeinse oorlogsgod Mars.
Aldus volgens de Oud-Romeinse kalender, de eerst maand van het jaar.
Volgens de Juliaanse, de derde maand van het jaar met 31 dagen.
Latijn Martius, Frans mars, Spaans marzo, Portugees Março,
Italiaans marzo, Duits März, Iers Marta.

Andere benamingen:
St.-Jozefsmaand (feest 19 maart),
Guldenmaand (O.-L.-Vrouwboodschap, 25 maart)
Vastenmand,
Lentemaand (21 maart),
Voorjaarsmaand, Zaaimaand, Dondermaand, Dorremaand, Kalvermaand, Lentemaand.

Dorremaand
Onze voorouders wijdden deze maand aan de god Thor of Donar, de dondergod, en noemden ze Thor- of Dondermaand vermoedelijk wegens het lenteonweer. In Dorremaand is Dorre waarschijnlijk de verbasterde vorm van Thor. Toch brengen sommigen de naam i.v.m. de dorre vasten of de dorheid van de natuur in die periode.

Gulden maand,
dit wegens het gulden mysterie van O.-L.-Vrouw-Boodschap (25 maart)

Lentemaand
Karel de Grote (ca. 800 n.c.) gaf aan maart de naam van Lenzin- of lengizinmanoth. "De g in het woord Lengizin  werd in verband gebracht met het woord lente, met lengte.
De oude Friezen noemde ze de forjier-moanne of voorjaarsmaand, wat ook lentemaand betekent.



Horoskoop

- vissen (19 februari - 21 maart)
- ram (21 maart - 19 april)

In getijdenboeken

Les Très Riches Heures du Duc de Berry (De Zeer Rijke Uren van de Hertog van Berry) is een rijk geïllumineerd getijdenboek, besteld rond 410 door Jan van Berry en grotendeels vervaardigd door de befaamde miniatuurschilders de gebroeders van Limburg. Het manuscritp bevindt zich in het Musée Condé, dat is ondergebracht in het kasteel van Chantilly. Karel kon niet lang genieten van zijn nieuwe bezit: hij overleed kinderloos in 1490. Zijn bezittingen gingen over in handen van zijn neef Fillibert de Schone. Toen ook deze kinderloos overleed (1504), viel het manuscript toe aan zijn weduwe, Margaretha van Oostenrij. Zij was landvoogdes van de Nederlanden en, zoals blijkt uit een inventarisatie van bezittingen uit 1523, liet zij een aantal manuscripten, waaronder de Très Riches Heures, overbrengen naar Mechelen. Na het overlijden van Margaretha in 1530 kwam het boek in handen van Jean Ruffaut, thesaurier en betaalmeester van de Duitse keizer Karel V. Ruffaut was een van de executeurs van Margaretha's testament

Maart
Deze afbeelding toont het werk op het veld tegen de achtergrond van het kasteel van Lusignan, een van de bezittingen van de hertog, zoals die ook in andere afbeeldingen van de kalender worden getoond.
Rechtsboven het kasteel zweeft de fee Mélusine, de beschermvrouwe van het kasteel. Linksboven kijken een schaapherder en zijn hond naar een kudde schapen; drie boeren werken in een wijngaard. De velden worden onder meer gescheiden door een monument met de titel 'Montjoie', verwijzend naar de ontmoeting van de wijzen uit het oosten. Op de voorgrond is een boer aan het ploegen achter twee ossen, een rood-gekleurd, de andere zwart. De afbeelding van de ploeg is tot in detail uitgevoerd.
In het hemelgewelf bovenaan is centraal de zonnegod Helios in zijn zonnewagen uitgebeeld, met links van hem het sterrenbeeld 'vissen' en rechts 'ram'.

Weerspreuken

Maart moet zijn "twaalf zomerse dagen" geven. Een heel deel weerspreuken zeggen dat droog, winderig weder in maart een goede lente aankondigt. Hoewel het weer van maart is eerder onvoorspelbaar... voor de doorsnee mens. Men spreekt wel algemeen van "maartse buien" en "aprilse grillen"..

- Maart guur, volle schuur.

- Nooit maart zo goed,
   of hij sneeuwt een volle hoed.

- Koude in maart,
  wordt een lente te paard,
  en zaait vruchten in den haard.

- Een droge maart
   is een goede zomer waard.

- Maart met een langen staart
  brengt later spek en pensen aan de haard.

- Stof in maart, is goud( of geld) waard.

- Als maerte es droeghe sonder reghen,
  Dat dinct den lieden wesen goet;
  Noyt was ghepresen martse vloet,
  Maer men prijst warmen sonneschijn.  (OudeRymalmanak, XVe eeuw)












Een winderige dag in maart. Gravure van George Cruikshank als illustratie in The "Comic Almanak" for 1835, uitgegeven door Charles Tilt, Bibliopolist, fleet Street, Britisch Museum, BL. C 58 C7.

- Met maartse sneeuw de was gedaan
   drijft alle vlekken naar de maan.

- Maartse sneeuw doet aan de akkervelden wee.

Maarts sneeuwwater bederft niet en wordt daarom, zegt men, als wijwater gebruikt.
Het is ook dienstig tegen brandwonden.

- Voor oude lieden heeft meert
    kwaed hair in zijnen steert.

- Maart heeft venijn in zijnen steert.

Gebruik

Half maart telde in het volksleven, daar vroeger bij de boeren de verhuis gebeurde
en de knechten en meiden verhuurden zich.

Poezie

Waar zit jij, speelsche Maartsche kind,
in 't dolste van den jongen wind,
de wolken met hun buien
vol knorrigheid, zoo welgezind
tegen ons op te ruien?

Christoffel (1)(p.8)

MAART

Ik kwam met mijn hart in de Lente gegaan,
ik zag er noch bloesem noch rijzeren staan,
geen vogel drinken,
geen dauwen zinken,
geen bron van den wind aan het huiveren slaan...
Ik wacht nog altijd naar 't geritsel der blaân.

Ik kwam met mijn hart naar Lente. Ik tast:
de boomen schilferen dood aan hun bast...
Nauw groenen weiden,
de botten beiden,
de Winter houdt lucht en takken nog vast...
Wie weet of het zaad in de gronden al wast?

Ik zie nog geen bloesem, geen rijzeren staan...
Mijn hoop luistert lang naar het licht en de blaân.
De winden rijzen,
de vlagen deizen
voor nieuwe die plots opzweepen slaan:
o Lente,o Lente, zijt gij vergaan?

M. Brauns (2)(p.8)

blaân: bladeren
deizen: terug wijken
beiden: wachten
rijzeren: hier takken die nog niet schieten, groeien.




Bronnenmateriaal/

H. BAUWERAERTS, L. MONDEN en J. VAN LAER, "Dit nieuwe seizoe LENTE", Lannoo, Tielt, 1946, p.8. (1) en (2)
Gust MÜLLER, "Van Nieuwjaarsochtend tot Oudejaarsavond", Goede Pers, Averbode, s.d. p. 32.
Adolf ULENS, "De tijd in de folklore",  oudheidkundige kring Essen, 1931,  p.60.
André VER ELST, "Folkloristische tijdspiegel voor België", Brussel, s.d., p.138.
Wikipedia, voor de info over het getijdenboek Duc de Berry.

zaterdag 11 februari 2017

KRUIDEN in de VOLKSKUNDE/ de UI / de AJUIN



Aanknoping

https://www.google.be/search?q=ajuin&rlz=

De Aalstenaars hebben de spotnaam van de "ajuinen" en i.p.v . paaseieren gooien ze dan maar ajuinen uit de belforttoren. Toch wel een knappe vorm van relativering.

Voorkomen

 Langs de Nijl verbouwde men reeds Allium cepa, ajuin, knoflook en siepel in de tijd dat de joden daar in ballingschap leefden. Bij de bouw van de pyramiden aten de werklieden vooral uien en knoflook.
Het lijkt wat raar dat de waardering voor ajuin en look in egypte zo groot was, daar het met de tanden niet mocht worden gebroken, want "hoe dat het Loock stinckt, zoo ist evenwel, gelyck oock den Ajuin van de superstitieuse Egyptenaren voor Godt ghehouden", volgens Plinius.

"Men mach ajuyn noch Loock hier breken met de tanden,
 Want 't is een schellem-stuck door al d'Egyptische landen.
 Ist niet een heylich volck, en vaneen grooten lof,
 Dat voor syn Goden eert, gewassen van den hof."

Het lijkt en waarschuwing voor het eten van rauw look en ajuin, om aldus een stinkende adem te voorkomen. Ten slotte werd de gekookte voeding toch door de tanden vermalen.

De kleine soort ui, St.-Jansuitjes, askalotten of sjalotten van Allium ascalonium kwamen mee met de kruisvaarders (11de eeuw), die ze meebrachten uit Askalon, waar in 1099 Godfried van Bouillon de Muzelmannen versloeg.


Naam / betekenis

Ajuin, juin , lat. unio (ui let één steel)
                    mnl. ajuun (1284-85), ook eniuun of enioen.
Allium is look en Cepa is bol.

Kruidachtig bolgewas uit het geslacht look (Allium) van de familie der lelieachtigen (nu ook soms tot de narcisachtigen gerekend), een zeer oude cultuurplant, vermoedelijk afkomstig uit de steppen van Toerkestan tot Indië.

Zwiebel in het Duits.
Oignon in het Frans


Genezende/gezondheidswaarde waarde
Dioskorides verklaarde het goed tegen krampen, gewrichtspijnen, keel- en borstaandoeningen en podraga.
Bij pijn en zweren in de nek zijn omslagen met gebakken uien heilzaam,
voor winterhanden verse uien met zout,
en bij eksterogen stukjes ui erop.
Bij tranende ogen als oogwassing een ui gekookt in melk en honing
Ten tijde van de pestepidemieën werd de ui als ontsmettingsmiddel gebruikt.

Per 100 gram ui  komt er 0.12 milligram vitamine B1 voor nodig voor koolhydraten uit het voedsel in het lichaam te verbranden. Gebrek aan vitamine B1 of aneurine geeft storingen van de zenuwfuncties, bijv. polyneuritis, de bekende beriberi. Daarvoor is ook gebuild graan, geslepen gort en gepelde rijst goed. De ui kan in functie van voorgaande wel gekookt daar de eigenschap bij 120° C verdwijnt.

Aan de ui worden bloedvormende en urinedrijvende eigenschappen toegeschreven.

Voor de keuken

Wij gebruik op verschillende manieren uien; rauw bij sla, gefruit in vele sauzen en ragouts, gebakken, gekookt en genieten steeds weer van de geur van hun vluchtige oliën en de voedende waarde:

" Hoe menigh edel wyf heeft voor een lustigh man
  Yet dat hem welbeviel gebacken in de pan!
  veracht de keucken niet, oock wyt-beroemde mannen
  Die hebben aan den heert de sinnen ingespannen"


http://keukentip.be/ajuin-snijden/


Tranende ogen

Cats* schrijft daarover het volgende versje:

"Nuda moved lachrimas!
 Naaktheid veroorzaakt tranen.

Vermijdt u, domme jeugd, ajuin te willen schellen
Of siet! u treurigh oogh sal van tranen swellen
Wort dit gewas ontkleet
Al was et lief soo wort 't leet."

In zijn boek plaatste hij er een prent van een juffrouw bij, die zich ontkleedt in tegenwoordigheid  van een man.

Dan een ander overdrachtelijke vers van Jacob:

"Es is das Weib ein süszes Übel
 Ein leichtes und ein schweres Joch
 Es kommt mir vor wie ein Zwiebel
 Man weint dabei un isst sie doch."

"Is de vrouw een lief ongemak
 Een licht en een zwaar juk
 Ze gelijkt daarbij op een ajuin
 Want men weent ervan maar eet toch..."

vertaling: H.F.E.Vermeir


http://www.versvanhetveld.com/winkel/groenten/ajuin/
Speuken, zegswijzen, uidrukkingen

- Het is ieder niet gegeven ajuin met droge ogen te schillen: niet iedereen doet iets onaangenaams opgewekt. (zegsw.)
- Hij heeft vanmiddag uien gegeten: iem. die veel winden laat.(zegsw.)
- Zo gek als een ui: helemaal uitgelaten, (ook)(vooral van vrouwen) geil.(zegsw.)


Als Omen

Voor meisjes die op zoek waren naar een man konden de ajuinen een hulpmiddel zijn.
Zij brachten op een aantal uien etiketten aan met de namen van eenzelfde aantal jongelieden, die zij graag als man zouden hebben.In 't donker plantten zij deze liefdesindicatoren. De ui, die het eerst boven de grond uitgroeide was die met de naam van de aankomende verloofde.


Verklarende uitleg begrippen

*Jacob CATS (1577-1660), was volksdichter, moralist en staatsman, een schrijver, wiens werken, na de bijbel, lange tijd het meest gelezen zijn in Brabant, Nederland en Vlaanderen, getuige de herdrukken .
Men waardeerde in zijn rijmen de puntigheid, waarmee praktische levenswijsheid, moraal en vrolijkheid verweven werden gedicht. Hij werd de zedenmeester van het Nederlandse volk genoemd.
Hij bediende zich graag van "emblemata", de "stomme beelden, ende de nochtans sprekende", de boekjes met de zinnebeelden.
Zeeuw van afkomst, bracht hij het als staatsman tot raadspensionaris van Holland.
Bij Den Haag bewoonde hij het landgoed Zorgvliet.(1)(p.54)



BIBLIOGRAFIE

F. BAUER, J. DEN HAAN, e.a., De Nederlandse letterkunde in honderd schrijvers, van middeleeuwen tot WO I, De Sikkel, Antwerpen, 1953,2e druk. (1)
J. DE VRIES en F. DE TOLLENAERE, Etymologisch Woordenboek, Het Spectrum, Zutphen, 1991, 16de druk.
M. DE WAAL, Keukenkruid en Specerij, J. Thieme & Cie, Zutpen, s.d., p.51-53.



zondag 5 februari 2017

STAPSTENEN , een lied / een gedicht , BARMHARTIGHEID



https://www.google.be/search?q=stapstenen&biw

STAPSTENEN voor februari, een gedicht voor het JAAR van de BARMHARTIGHEID

Verloren zonen, verloren dochters,
verloren vaders, verloren moeders,
verloren mensen, zonder land,
zonder bezit

Nergens gebeurt er iets op aarde
dat mij niet aanbelangt
ik ben als mens geen eiland

In het groot kan ik er
weinig aan doen
wel in het klein:
onterechte beschuldigingen
kan ik weerspreken
veralgemeningen
doorprikken
me niet laten regeren
door de angst
en me proberen
in te leven
in wat ik me zelfs
niet voorstellen  kan

Hieronder staat op de kaart een tweede deel.
De teksten vertrekken vanuit het leven
en daarop wordt God aangesloten in een gebed.


Tekst van Erik GALLE, www.halewijn.info@halewijn NV
 Eén van de " 12 stapstenen naar barmhartigheid" van de maand februari,
Kijk ook op de link www.jaarvanbarmhartigheid.be

donderdag 26 januari 2017

Gedichtendag 26.01.2017

 zie op het voorgaande item van deze blog

Het gedicht van Harry F.E. VERMEIR

zondag 22 januari 2017

* Harry F.E. VERMEIR poëzie als in een droom




Klok, "Waarheid is 'n groot goed", Aarle-Rixtel , bij klokkengieterij "Fritsen", 2009.De klokkengieterij is verkocht.(2015?)
Foto: eigendom H.F.E. VERMEIR

Het gedicht in onze dromen…

Het gedicht in onze dromen
een tijd van stilaan komen,
een tijd van stilaan zijn,
een tijd dat de wonderen niet meer lonen
en toch blijft die tijd niet staan …
of loopt verloren,
want  tijd is er in alle tonen,
klokken om in te wonen,
van klein tot heel groot,
en de klank die loopt
in de eeuwigheid verloren
tot aan de on/eindigheid der dingen.
Het gedicht in onze dromen…

Harry F.E. VERMEIR, Sint-Katelijne-Waver

22.10.2016 “Ik ben er daarom”

"Het Heelal",(deel),  http://www.urania.be/astronomie/dossiers/de-tijd/Reis-door-het-heelal
Na 100000 jaar hebben we onze Melkweg helemaal doorkruist van het ene uiterste naar het andere. Voor ons strekt zich nu een enorme leegte uit. 

Hoe grondeloos mooi , de ruimte, de kleuren, de sterren en planeten, het licht en de wolken. 
Steeds verder weg van onszelf en toch zo dichtbij.

"De on/eindigheid der dingen."
 ligt ons dicht aan het hart... 
voor onszelf(eindig) 
of ons nageslacht(oneindig ...)."

tekst: Harry F.E. Vermeir

woensdag 18 januari 2017

*** BONOBO, WOLF en MENS ... hun relatie




"Bonobo - mens" , evolutie, zie Cohen

Ik las onlangs over "De mens in evolutie" van Louis Gonissen, een bijzonder goed geschreven en gedocumenteerde tekst over de relatie van de BONOBO en de mens, en de relatie van de WOLF tot de mens.(1)
Zie ook verder terug op deze blog op datum van 09.06.2016.

APEN

Wat de evolutielijn betreft gingen we langs halfapen, naar smalneusapen. De neven van de mens  mensapen genoemd, zijn de orang-oetan, de gorilla, de chimpansee  en de bonobo waarmee wij het nauwste verwant zijn. Niet al de vernoemde soorten evolueerden op dezelfde wijze waardoor de nauwe verwantschap uit mekaar ging. De mensapen zijn onze neven.(2)

Ongeveer 25 miljoen jaar geleden verscheen de orang-oetan, de oudste mensaap.
Ongeveer 5 miljoen jaar geleden kwam de bonobo, de jongste loot ten tonele.
En dan komt de mens te voorschijn. Zij leefden als wilden tussen de wilde dieren en ontwikkelden zich tot wilde jagers. Jagers die er ruig uitzagen door hun wildgroeiende beharing. De gezichtsbeharing was indrukwekkend en had waarschijnlijk iets van die van de holenleeuw.

In de primatenfamilie blijven bij de mens de hoofdharen groeien en dit duidt er op dat er een stap vooruit werd gezet in de de evolutie. De apen hebben geen kapper nodig.

De prehistorische Afrikaanse mens maakte jacht op kleine zoogdieren. Als aaseter slaagde hij erin met wisselend succes leeuwen van hun prooi te verjagen. Op het menu van de menselijke jager kwamen hazen, sneeuwhoenders en patrijzen  door betere bewapening en het jagen in groep, zodat herten, mammoeten en paarden op het menu kwamen.

WOLVEN

Op de noordelijke jachtvelden ontmoetten de prehistorische jagers en de wolven mekaar bij de jacht op groot wild , dat sterker en groter was dan zijzelf. Daardoor waren beide groepen verplicht om in groep te jagen op: herten, mammoeten, oerossen, paarden en  rendieren. 

Hierna volgen we de redenering van de Nobelprijswinnaar prof. dr. Konrad Lorenz die het zo voorstelde:'Een groep jagers achtervolgt een kudde wilde paarden. Een drachtige merrie kan de kudde niet langer volgen en geraakt afgezonderd. Een troep wolven volgt de jagers om te delen in de buit. Maar de vermoeide merrie kan zich verstoppen, keert op haar passen terug en de mensen zijn het spoor bijster.  Met hun goed ontwikkelde reukzin vinden de wolven het spoor van de merrie terug en nu is de volgorde  van de achtervolgende groepen omgekeerd: eerst de merrie , dan de wolven, dan de prehistorische jagers.' Als vanzelf ontstond een wisselwerking tussen jagers en wolven; de mens-jager met het scherpe oog, de wolf met de fijn ontwikkelde reukzin. Bij de verdeling van de buit kregen de wolven de resten en tussendoor een stuk vlees toegeworpen. Sommige wolven werden zo vertrouwelijk dat ze een stuk vlees uit de hand aannamen.

Wolven en mensen stonden oorspronkelijk voor hetzelfde probleem en kwamen beide tot dezelfde oplossing. Ze zouden grote prooien vangen zoals paarden en grote herkauwers zoals herten en elanden. deze dieren zijn groter, sterker en sneller dan de alleen jagende mens of wolf. Daardoor moest in groep gejaagd worden en dat vroeg een stipte arbeidsverdeling, betrouwbaar, onderling contact en een organisatie die alleen in een kleine familiegroep verkregen kan worden. Zo'n familie, zowel bij de wolven als de mensen, bestond uit één of een paar gezinnen met in de groep een sterke rangorde. Een wolvengroep is één van de hoogst ontwikkelde  sociale organisaties in het dierenrijk, met zeer veel overeenkomsten  met de menselijke familie  of jagersstam. Aan het hoofd staat de leider die moet gehoorzaamd, wil men  met succes en veilig kunnen jagen.

Voor de jagende mensen en wolven is de familieband levensnoodzakelijk en kinderen en welpen moeten opgroeien in een gezin om van jongsaf de juiste sociale verhoudingen te leren. Een gevolg van dit alles is dat aansluiten en opgroeien bij een mensenfamilie voor de wolf als een normale groei naar volwassenheid moet beschouwd worden Het dier aanziet de leden van het mensengezin gewoon als wolven en leert mensen als soortgenoten kennen.

ten eerste: Heel waarschijnlijk hebben sommige nog jonge speelse wolven uit eigen beweging aansluiting gezocht bij jagers die hen alles gaven. Dit is zelfdomestificatie van de wolf. 
ten tweede: Andere wolven werden als welpen door mensen meegenomen, gezoogd door vrouwen en opgevoed in de mensenfamilie. 
ten derde: Nog andere wolven sloten als jachtroedel schoorvoetend aan bij de menselijke  jagersgroep tijdens de jacht. En al hielden ze wat meer afstand toch bleven ze zo dicht mogelijk bij de mensen.

In al deze gevallen groeiden de wilde wolven op tot tamme honden die met de mensen meegingen op jacht en zich daarbij dienstbaar maakten. als de achtervolgde prooi uit het zich verdween en de jagers de prooi uit het oog verloren liep de jachthond met de neus aan de grond en volgde onfeilbaar het reukspoor. 
Zo geraakten mensen en den tamme wolven, die jachthonden werden, erg op elkaar ingesteld. Aanvakelijk was de jachthond de enige edele hond. Later volgden vele hondenrassen zoals herdershonden en uiteindelijk schoothondjes.

Tekst op basis van de gegevens van Louis Gonissen (1)


Beeldje van wolvenkop,  800 - 1400 na  Chr., zuidoosten van Amerika.(3)

Voor de stammen van de prairie had deze goed georganiseerde jager een speciale betekenis.
De zwartvoet-indianen geloofden dat de Oude Man, die verantwoordelijk was voor de schepping, een wolf had gebruikt om de inrichting van de aarde te bepalen: overal waar het dier bleef staan  ontstond een dal, en op alle andere plaatsen kwamen bergen en vlakten.
Aan de noordwestkust hield men 's winters de klukwana (wolvendans), een inwijdingsritueel  dat door bovennatuurlijke wolven geleid werd.

Verwijzing/

Robert ATKINS, Spirituele symbolen, Volkeren, Religies,Mysteries, Knack, Londen, 2009, p.202. (3)
Filip G. DROSTE, Het neefje van de aap - de schokkende evolutie van de mens, Davidsfonds, Leuven, 2003.(2)
Louis GONNISSEN, De mens in de evolutie, in: "Heemkunde Limburg", driemaandelijks tijdschrift, nr. 3, september 2007,   p. 5-8. (1)

donderdag 12 januari 2017

AUTOSALON auto SALON auto MOBIEL bolide SLEE oldtimer EN in een gedicht OP SNEE



Jaguar, oldtimer.Foto eigendom van Harry F.E. VERMEIR

Rond auto's is in de loop der jaren naast een aantal technische begrippen ook een aantal woorden ontstaan die verwijzen naar het VIP-effect, maar ook naar het gendereffect. Daar is duidelijk een erotisch tintje op geplakt. Dit ontstond in de periode dat de meeste vrouwen nog niet met de auto reden, maar wel werden aangetrokken door de luxe ervan en de rijke heren die ermee werden vervoerd.

Lat ons eerst beginnen met een gedicht:

't Was in jouw bolide
Dat het eindelijk geschiedde
O  mijn dromen 
Had jij mij al zo vaak genomen
Maar in jouw bolide
Mocht het eindelijk geschieden
Het viel wat tegen
Maar het was toch heel fijn.

't Was een geweldige ervaring

Al was je auto iets te klein
Voor zo een tomeloze paring
Ik heb nog altijd heel veel pijn
Mijn neus zat klem tegen de ruiten
Mijn arm hing uit de kom
De kramp schoot spontaan in mijn kuiten
Terwijl ik riep: ik kom.

Brigitte Kaandorp
in: "Woordenboek van platte taal", door Heidi Aalbrecht en Peter Wagenaar, 's-Gravenhage, 2007, p.43.

Auto's en erotiek hebben wel één en ander met elkaar vandoen.
Zien we maar naar het autosalon dat morgen opent... met slanke, schaarsgeklede dames bij een aantal dure automerken... en dan zijn er nog de limo's.
Naast het meer neutrale is er ook het gender woordgebruik .

Als neutrale woordenschat kwamen we hier al tegen: autosalon, automobiel, bolide, slee ( een sjieke grote wagen), oldtimer.

Jaguar, 2017, autosalon Brussel.
"slee" van een wagen

Zo heeft men nog als platvloerse woorden: burgerbak, sjonniebak, turkenbak en patserbak. Wie zo'n dure slee heeft let maar beter op waar hij /zij de auto parkeert, want er kan wel eens een dure langlopende kras, langs de kant van het voetpad, op verschijnen.
De minder dure modellen hebben ook zo hun benamingen: stinkbak, roestbak, hoestbui op wielen, wegluis.

Als gender taalgebruik is er één en ander: kuttenzoeker, boulevardschuiver, hoerensloep, en een statusblik. Begrippen vooral in Nederland gebruikt.

Wie een slee van een auto heeft, maakt indruk op de  armoezaaiers, maar ook op een aantal vrouwen en het schijnt ook een symbool te zijn voor iemand die slaagde in het leven.... Voetballer Ronaldo heeft zo'n veertig (ca.) van die sleeën en weet niet met welke kar hij eerst wil rijden. Kiezen is verliezen. Zo'n indrukwekkende auto's worden ook asobakken genoemd, letterlijk 'een doosvormig voorwerp voor asociale mensen'.
WAARMEE IK NIET WIL ZEGGEN DAT ALLE MENSEN DIE IN EEN SLEE VAN EEN WAGEN
RIJDEN ASOCIAAL ZIJN.