Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

dinsdag 23 mei 2017

BEGIJNEN "losbandige wezens" handschrift-Van Hulthem



Twee satirische teksten over BEGIJNEN in het handschrift-Van Hulthem(1405 - 8) waarin ze [ten onrechte] worden afgeschilderd als zeer losbandige wezens.

Biografie en teksten van de Antwerpse begijn Anna Van Schrieck, 1668 (Ruusbroec Genootschap) (1)(p.190) Deze vrouw heeft niets vandoen met de onder gebrachte verhalen.


In Van eenre baghinen ene goede boerde (Een goede grap over een begijn) wordt beschreven hoe een begijn en een begard zich overgeven aan hun lusten.

"Van eenre baghinen will ic u singen,
te Brusele gevielt inden wigaert,
Hoert hier boerdelike dinghen:
si saten ende nopten op den standaert,
dies worden si cortelike vervaert,
Want hem gesciede al selc een wonder;
Haer heimelijc drincken was geopenbaert,
want deze baginen spelen gerne van onder."

[ Ik wil zingen over een begijntje.
   Hoor over de grappige dingen
   Die zijn gebeurd in de Wijngaard (begijnhof in Brussel).
   ze ragden terwijl ze op de bovenverdieping waren.
   Plotseling schrokken ze,
   Want hun overkwam iets onverwachts.
   De stiekeme penetratie kwam aan het licht;
   Begijnen amuseren zich graag onder de gordel.]
   Komrij, 1994, p.268.


Ze besluiten de liefde niet in hun bed te bedrijven, want, zo zegt het begijntje:
" Ik zou me schamen, als iemand mijn bed in stukken gebroken zag."
Ze deden het dan maar op de zolder, maar ook liep het mis; ze zakten a.g.v. hun paringsdrift door de zolder. Het verder verloop in het handschrift is weggeknipt en doet vermoeden dat het scabreuze ten top werd gedreven door de schrijver.



De andere Hulthemtekst heet Dits vanden tanden ( Dit gaat over de tand). Het verhaal van de ik-figuur die een rit te paard maakte in de omgeving van Brussel. Onderweg ontmoette hij twee vrolijke types die een raar spel speelden. Een begard lag bovenop een begijn en was bezig haar descipline te geven.
In religieuze kringen werd dat woord gebruikt voor bepaalde vernederende strafoefeningen, zoals geselingen of andere lijfstraffen. Hier betreft het natuurlijk een wel heel bijzondere vorm van kastijding:

"In wiste niet wat beesten het waren;
Der weert namic minen vaert.
Ene baghine sagic haer baren
Ende op hare enen bogaert.
Si lach stilder dan een steen
Ende hi wriemelde al in een 
Soe dat hi moede dochte in schine.
Hi gaf haer ene descipline.
Doen seide hij mi: "Rijt wech te hant.
Ic trecke haer ute maer enen tant."

[Ik wist niet wat voor beesten het waren
  en ik reed er naartoe.
  Ik zag een begijn zich weren,
  en op haar lag een begard.
  Zij lag stiller dan een steen
  en hij zwoegde aanhoudend,
  zodat hij er moe uitzag.
  Hij gaf haar een tuchtiging.
  Toen zei hij tegen mij: "Rij onmiddellijk door,
  Ik trek haar alleen maar een tand.]

Tekstverklaringen

Begarden: mannelijke begijnen hebben bestaan; men noemde hen begaarden (ook beggaarden geschreven).
Zij waren vrome mannen die de regel van de heilige Franciscus volgden en handarbeid deden, o.m. het kopiëren van  van boeken en documenten. Zij wensten autonomie t.o. het kerkelijk gezag. In de 17de eeuw zochten ze aansluiting tot de derde-orde.
De begarden behielden hun eigen inkomen en kregen vrijstelling van cijnzen.(2)(p.47)
Begijn: [ misch. ⇐ Oudfrans bège, lichtbruine kleur van ongeverfde wol]  lid van een groep ongehuwde vrouwen of weduwen die, zonder eigenlijk kloostergeloften af te leggen, een vroom  gemeenschapsleven leiden. Gez. Daar is een - te geselen, gezegd bij een volksoploop, meestal om iem. af te schepen, die vraagt wat er gaande is. Over de oorsprong wordt nog getwist. (4)(p.204)
Descipline: in het bovenstaande gedicht is er sprake van discipline, tuchtiging. Dit sluit zeer nauw aan bij het geselen van hierboven. Schijnbaar was het laat-middeleeuws woordgebruikt doorspekt van dubbelzinnige connotaties die in de seksuele sfeer moeten geplaatst worden.


Literatuur

F. Claes, "Verschuerens Modern Woordenboek", Antwerpen/Amsterdam, 1979, 8ste uitg. (4)
Dini Hogenelst en Frits Van Oostrom, "Handgeschreven Wereld, Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen", Amsterdam, 1995, p.137.
G. Komrij, "De Nederlandse poëzie van de 12de tot en met de 16de eeuw in 1000 en enige bladzijden", Bert Bakker, Amsterdam, 1994.
Monika Triest, "Het besloten hof, Begijnen in de Zuidelijke Nederlanden", Amsterdam, 2000, 2de dr.. (1) +(2)





donderdag 11 mei 2017

* * * Christiaan II, Koning van Denemarken, zonder land, te LIER (1524-1530)




Christiaan II van Denemarken (°1481 - + 1559)

Christiaan I I van Denemarken, 1515 door Michel Sittow

Over bovenstaande figuur lazen we van de hand van Marcel LAMBIN een beklijvend verhaal in "Gazet van Antwerpen Gazet van Mechelen", 23/24 juni 1973, p.33. Op basis van die gegevens brengen we een reconstructie.

Christiaan II was in 1513 tot koning gekroond van Denemarken, Zweden en Noorwegen. [Er is een mondelinge bron die het volgende zegt: "Ik heb altijd gelezen dat Christiaan II op dezelfde dag, 11 juli 1514, in Kopenhagen tot koning werd gekroond en ook huwde (met procuratie). Hij was in Kopenhagen en zijn vrouw was in Brussel."(J.V.)] 
Hij huwde op 11 juli 1514, met de zus van keizer Karel door zijn huwelijk met de 13-jarige Isabella  van Habsburg, waarvan de naam gewijzigd werd in Elisabeth. 
Hij kwam in conflict met de adel door zijn centralisatiepolitiek , zodat die op een mislukking eindigde. Bovendien was er ergernis ontstaan doordat twee vrouwen al te grote invloed kregen op zijn regeringsbeleid.


Isabella van Habsburg, de vrouw van Christiaan II.


Hij kon enige vergelijking doorstaan met Hendrik VIIIste daar hij zeer begaafd was maar wreedheid was hem ook eigen. Hij richtte het "Stockholmer bloedbad" aan onder edelen en prelaten, bloedbad dat niet moest onderdoen voor de Sint-Bartholomeusnacht te  Parijs.


DUVEKE

Toen hij nog als erfprins en onderkoning te Bergen (Noorwegen) resideerde, was hij smoorverliefd geraakt op de dochter van een daar gevestigde Hollandse herbergierster, Sigbrit Willems. De knappe meid, die naar de poëtische naam Duveke (duifje) luisterde, werd kort daarop zijn minnares.
Toen hij tot koning werd gekroond, vergezelden zij en haar moeder hem naar Denemarken en nam hij ze in zijn hofhouding op.
Het huwelijk van de 34-jarige Christiaan met het zachtzinnige zusje van de latere keizer Karel maakte geen einde aan de verhouding; al werd hem vaak de les gelezen door zijn zwager. Zonder enig succes want die was zelf een virtuoos in het dartele leven van het minnen.

Hij liet voor Sigbrit een hele hofhouding uit de Nederlanden overkomen, maar ook 28 boerengezinnen uit Noord- Holland, die  het eiland Amagar nabij Kopenhagen toegewezen kregen om Sigbrit en haar dochter boter, kaas en groenten naar hun smaak te kunnen bezorgen. Nog steeds zijn op het eiland sporen van deze Nederlandse/Brabantse nederzetting.

De moeder van Duveke was waarschijnlijk iemand uit een voornaam Hollands koopmansgeslacht. Waarschijnlijk werden zij uitgewezen. De zakenvrouw in de moeder spon garen uit de verhouding van Sigbrit met de koning. Sigbrit werd zijn voornaamste raadgeefster en zij kreeg het beheer van de tolgelden op de Sont, de goudader van Denemarken. Zij kreeg na enige tijd het hele financieel beheer van het rijk onder controle. De machtigen moesten voor haar buigen en zonnen op wraak.

Duveke stierf in geheimzinnige omstandigheden, na het eten van kersen. Haar moeder beschuldigde de adel en de beschuldigde edelman bekocht het met zijn leven. Maximiliaan I zou de opdrachtgever geweest zijn van de moord.
Het verzet van de Deense adel o.l.v. Gustaaf Wasa joeg de koning weg in ballingschap.

In april 1523 ging hij als banneling scheep op de "Leeuw, geëscorteerd door 19 vaartuigen en vaarde naar de Nederlanden. Op 1 mei legde de koninklijke vloot aan te Veere (Zeeland). De vorst was in gezelschap van de koningin en hun drie kinderen, een klein gevolg en een lijfwacht van 50 hellebaardiers.

Bij het vertrek van het schip hoorde Sigbrit Willems tot de lading. Zo ontkwam de "toverkol met de venijnige tong die de koning behekst had" - aan haar vijanden.

Flash Back: ZIJN BEZOEK AAN DE NEDERLANDEN (1521)

De koning verbleef al maandenlang in de Nederlanden in 1521 toen hij met waardigheid ontvangen werd door keizer Karel en Margareta van Oostenrijk en hun gevolg bij de eerste steenlegging  van het nieuwe zijkoor, aan de zuidzijde van de O.L.Vrouwkerk van Antwerpen.

Margaretha van Oostenrijk door Barend van Orley.(1518 - 1527, hofschilder)
Zij wees de koning op zijn plichten.(Bron: zie hier boven)
Hij ontmoette toen Quinten Metsys en Albrecht Dürer die in datzelfde jaar in Antwerpen was en Christiaan konterfeitte. Erasmus stond ook op zijn programma  en hij wisselde waarschijnlijk van gedachte met hem over de reformatie.
Hij bezocht de voornaamste steden, op zoek naar medewerkers onder de kapitaalkrachtige, ondernemende burgerij en wist heel wat Vlaamse ambachtslui te strikken. Toen leerde hij waarschijnlijk Sigbrit Willems kennen.
Het initiële opzet was de regeling van de uitbetaling van de aanzienlijke bruidsschat, die de keizer zijn zuster had toegekend en die voor een aanzienlijk bedrag door de Brabantse steden werd gewaarborgd.

ZIJN VERBLIJF IN DE NEDERLANDEN (1524-1530)

Zijn ontvangst in de Nederlanden was deze keer zonder praal.
Hij verbleef korte tijd te Antwerpen, waarna hij naar Duitsland trok om er gedurende enkele maanden zijn belangen te verdedigen.
Na heel wat getreuzel wees de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, de tante van keizer Karel, Lier als residentie toe. Een ruim gebouw in de schaduw van de Sint-Gummaruskerk, naast het toenmalige kerkhof, werd voor hem gereserveerd. Wat er van overbleef staat bekend als het "Hof van Denemarken". Nu dekenij. Ook is er een Deense straat in de buurt.

"Hof van Denemarken", nu dekenij. In de zijgevel een gedenksteen die verwijst naar het verblijf van de Deense koning van 1524-1530.
Christiaan schoot goed op met de gemoedelijke Lierenaars. Als we de overlevering mogen geloven sprak hij zelfs Liers.
Zijn jarenlange ballingschap was een rusteloos intrigeren om de macht te heroveren, terwijl hij de spanning afreageerde met spel en vermaak en natuurlijk de jacht. Hij hield er jachthonden en een flinke stal paarden op na. Het geschal van de jachthoorns was toen in de omgeving van Lier een vertrouwd geluid.
Bij de boeren stond hij bekend als de "rode koning" wegens de rode, met bont opgesierde mantel, die hij droeg tijdens de jacht en wandeltochten te paard.
Met spanning volgde Christiaan de evolutie op et politieke schaakbord. Hij correspondeerde  druk met de machthebbers van het ogenblik en hield er gezanten op na, die zijn belangen aan de hoven behartigden.

HOE VERLIEP HET VERDER MET SIGBRIT WILLEMS?

De in non/weduwe verklede landvoogdes Margaretha( vader keizer Maximiliaan I  en de moeder Maria van Bourgondië) zag in Sigbrit de vleesgeworden duivelin en dat was gevaarlijk in een tijd van rokende brandstapels.
Sigbrit dook onder, eerst in een klooster te Utrecht, daarna in Gelderland, waar ze zich veiliger voelde. De hertog van Gelderland leefde op bestendige oorlogsvoet met keizer Karel. Tenslotte zocht ze haar toevlucht in Duitsland en werd men haar spoor bijster.

HOE VERLIEP HET VERDER MET DE KONINGIN,

Nog geen jaar hield Elisabeth het te Lier uit.
De geneesheren oordeelden dat haar wankele gezondheidstoestand niet bestand was tegen het bruisende hofleven. Ze was uitgeput door vijf opeenvolgende zwangerschappen, en dit op 25-jarige leeftijd.



Kasteel van Zwijnaarde.De abten van de abdij hadden hier wel een prachtig verblijf, gelegen aan de Schelde.Links het dorpje Zwijnaarde.
Na enige aarzeling, zocht zij de afzondering op het kasteel van Zwijnaarde, dat tot het patrimonium van de Gentse Sint-Pietersabdij behoorde en waar ze enkele maanden later overleed, 26 jaar oud (1526). Zij werd in de abdijkerk begraven, waar haar praalgraf zwaar verminkt werd door de beeldenstormers. Het zou er nog steeds zijn. Op het einde van de 19de eeuw werd haar stoffelijk overschot naar Denemarken overgebracht en naast haar echtgenoot bijgezet.



IN DE LIERSE KOLVENIERSGILDE
(verklaring zie onderaan)


Het wapen van Christiaan II van Denemarken, hier uit de verzameling van het Gulden Vlies. In Barcelona (1519) toegetreden tot de ridderorde. https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_ridders_in_de_Orde_van_het_Gulden_Vlies

In de kolveniersgilde was hij een hoogvereerde gast. Hij haalde zelfs eens de oppergaai neer en werd een tweede maal tot koning uitgeroepen... Koning van de kolveniersgilde van Lier. Bij deze gelegenheid vereerde hij de gilde met zijn wapenschild. Tot diep in de 18de eeuw werd het bij feestelijkheden samen met de schilden van andere gildekoningen, op een rode draperie uitgestald. voor de gevel van het kolvenierslokaal.

DE KONINKLIJKE BANNELING , OPPORTUNISME EN PROTESTANTISME
een leven van vallen en opstaan

Zijn onbesuisd optreden zorgde dat hij al snel op een slecht blaadje kwam bij het keizerlijk hof.
Op een bepaald ogenblik werd hij ter verantwoording geroepen  door de keizer bij monde van graaf van Hoogstraten, de bisschop van Palermo en Aert van der Goes (de schilder), waarbij gesteld werd dat hij zijn plan om kaperschepen naar de Deense wateren te sturen moest stop zetten, omdat hij op die manier de Nederlandse scheepvaartbelangen in het gedrang bracht.

Dorothea (links) (1520-1580) op vijfjarige leeftijd met haar broer Johan (8) en haar zusje Christina (3) in een schilderij van Jan Gossaert(Maubeuge?, ca. 1478 – Antwerpen?, 1 oktober 1532).(Wikipedia)
Op aandringen van Margaretha van Oostenrijk besloot keizer Karel haar de kinderen van Christiaan toe te vertrouwen met als voorwendsel dat deze aan haar hof te Mechelen een geschikter opvoedingsmilieu zouden vinden dan te Lier. In werkelijkheid wensten ze de kinderen te onttrekken  aan de invloed van de Lutherse leer aan het hof van hun vader. De vader verzette zich hardnekkig tegen het plan en bracht alles in gereedheid om uit te wijken naar Duitsland., bij de hertog van Brunswijk. Toen ondernam Margaretha een reis naar Lier en wist de koning voor haar plan te winnen.
Vergezeld van enkele hovelingen, namen de koninklijke kinderen hun intrek in het paleis van de landvoogdes, het eerste renaissancegebouw in de Nederlanden en een centrum van Humanisme (nu gerechtshof).

Vermoedelijk schilderde Jan Gossaert (Mabuse), de hofschilder van Margaretha, het paneel met de kinderen, nu in Hampton Court. Of was het Lier?
Jan Gossaert bracht er vroeger een bezoek aan Christiaan.
Van het verblijf weten we  dat hij de eerste avond in de afspanning "De Valk" doorbracht, aan de Grote Markt, en zijn avondmaal doorspoelde met 12 potten wijn, zoals bewaard gebleven in een rekening.

Tot de sterren van het hof van Christiaan behoorden:
de aartsbisschop van Uppsala, Gustave Troll, vroeger zijn heftigste tegenstander, en nu bondgenoot. Hij viel bij Christiaans opvolger in ongenade;
de secretaris van de Deense koning Hans Michelsen, die de vertaling van de bijbel  in de volkstaal maakte;
de kanselier Kornelis de Schepere, een Vlaams humanist, die de koninklijke apologieën in pompeus latijn zette en die de achting van Erasmus genoot.

De landvoogdes zag met lede ogen dat de hofhouding van Christiaan sympathiseerde met de protestanten van Lutherse signatuur. Hij steunde zelfs de protestanten die in Antwerpen door de inquisitie vervolgd werden.
Na heel wat moeite om hem op het katholiek pad te houden hield Margaretha zijn jaargeld in. Daardoor kwam hij in geldnood.
Zijn Lutherse sympathieën bleven. Margaretha  startte dan een onderzoek in Lier bij zijn hofhouding
 Hans Michelsen samen met enkele dienaren ijverde voor de Lutherse leer en werd samen met Willem van Zwolle, de intendant van het Deense hof opgesloten in het kasteel van Vilvoorde, de toenmalige staatsgevangenis.  Christiaan bekwam hun vrijlating nadat ze hun geloof afzwoeren. Na een dispuut tussen de Leuvense  universiteit en Willem van Zwolle, die ten slotte weigerde zijn overtuiging af te zweren, kwam deze op de brandstapel terecht.
Margaretha overleed in 1530 en de hevigste golven gingen liggen.
Om terug in het bezit van zijn troon te komen, zou hij alleen kunnen rekenen op de paus en de keizer en hij legde dan ook openbaar getuigenis af  van zijn orthodox katholicisme. "Paris vaut une messe". Hij zou wanneer hij terug aan de macht was het katholicisme herstellen in Zweden, Noorwegen en Denemarken.
In 1531 meende hij zijn ogenblik gekomen en zeilde met een vloot huurlingen naar het Noorden.

Na enkele successen keerde de krijgskans en hij viel in de handen van de Denen, die hem voor de rest van zijn leven opsloten, eerst in het slot Sonderborg en daarna in het slot Kalundborg. Hij verbleef aldus nog 18 jaar in gevangenschap in omstandigheden zoals het voor een koning betaamt.
Hij werd begraven in te Odense in de domkerk Sint-Knoet, de stad waarin sprookjesdichterAndersen geboren werd.


BEGRIPPEN

Kolvenier, zie klovenier: m. [ verouderd. klover, soort veldgeschut of draagbaar vuurwapen]
eertijds  schutter met een draagbaar vuurwapen inz. met een kolf.
Kolveniersgilde: "De Kolveniersgilde in Mechelen heeft als doel, de aloude tradities en geplogenheden van de stedelijke schuttersgilden in ere te herstellen binnen de folklore van de stad. Dit doet de schuttersvereniging door zich historisch en cultureel te herbronnen en de verworven kennis om te zetten naar de mogelijkheden en eisen van de moderne tijd.

De historische werking bestaat uit het houden van een tweejaarlijkse "Coninckxschieting", het schieten naar de ‍'maentscheuten'‍,[maent: naar de maan schieten....] het deelnemen aan gildenfeesten en optochten, het organiseren van een Mechels schuttersgildenjuweel, enz. Daarnaast baat de Kolveniersgilde een moderne schietstand uit. De gilde beheert ook een documentatiecentrum, een archief en een museum." (uit Mechelen mapt)

-----------------------------------------------------------------

Dank voor de raadgeving Jef Vingerhoets

donderdag 4 mei 2017

Harry F.E. VERMEIR poëzie " Waarom schrijven wij gedichten?"



Waarom schrijven wij gedichten?

Kinderdromen, volwassenen  dromen
In oorden, in beelden , in woorden
En toch horen we niet het getik in onze hersenen
Die draaien en keren , het heelal in een notendop
Elke nacht een andere verloren droom, 
Die in de morgen bijna spoorloos verdwijnt
En schuift en schuift
Van de rug van het dravend paard
Dat snakt en snakt naar meer en hoger
Maar zich tenslotte neervlijt…
En zijdelings droomt;

Harry F.E. VERMEIR, Sint-Katelijne-Waver

25.04.2017                “Ik ben er daarom”

zaterdag 29 april 2017

* * kruid : WIJNRUIT , volkskundig



www.etsy.com/nl

BENAMING

Rute of ruit , de Ruta graveolens.
Ruta = ruit, waarschijnlijk van 't Gr. rheomai, dat ook redden betekent,
grave = sterk,
olére = rieken,
"Redder" naar

Salvia et Ruta faciunt pocula tuta

d.i. het geven van bescherming tegen dranken.
Het beschermt tegen "die quade lochten" en wordt daarom in pestazijn getrokken.
In Holland bond men dit kruid zelfs om de pols en op Java besprenkelde men met het sap van de bladeren van de Inggae, de ruit, amuletten en talismans om ze aan woningen waar epidemieën heersten op te hangen om zo de boze geesten af te weren. Hier was een overdracht van ideeën van Holland naar Java.


BESCHERMING TEGEN

* Jacob van Maerlant (ca. 1260 - 1290) dicht daarover:

Ende drinkt Rute tegen venyn
ende die met beten ghevenynt syn
Jof van enen verwoeden honde
Stamp Rute in corten stonde
Ende leghent op die wonde
Het behout di dine ghesonde
Ruten roeke scuwet elc serpent
Alsmen overwaer dat kent:
Wie so hem met groenre Ruten
alomme en de omme behanget buten
Hi mach sonder sorghe saen
Den basilicus  doet verslaen.

jof: voegw., hetzelfde.
corten stonde: onmiddellijk
roeke: aandacht, opmerzaamheid, zorg.
basilicus : een fabeldier met dodende blik. In de heraldiek een draak.

* Joost van den Vondel schrijft in zijn gedichten(1605-1621) over de Bazilisk, een duivelsier, dat mens en dier bedreigt,

Van den Bazilisk ende 't Wezelken:

Het wrede onmenselijk dier, dat yselijk en straf
Den menschen bliksemt met een oogwenk in 't graf
De felle Bazilisk beloerde en bewaakte
Een Wezelken, 't welk staag zijn aas aldaar ontrent
En dagelijks roof te halen was gewend.
't Welk als het nu gewaar werd Bazilisken treken,
Zoheeft het hem beraân om 's vijands macht te breken
En met een taksken groen van Ruiten zich bedekt,
Van ruiten, 't welk voor 't gift een tegengift versterkt
Ja, eindelijk vermag den Basilisk te doden
Dies heeft het dagelijks zijn vijand 't hoofd geboden. (1)(p.89)


Afbeelding uit het bestiarium van Aberdeen, 12e eeuw
Onbekend - http://www.abdn.ac.uk/bestiary/comment/66rbirdf.hti Aberdeen University Library
Aberdeen Bestiary, folio 66 detail, Basilisk

Illustratie bij de tekst van Joost van den Vondel.


* Als afweermiddel tegen heksen kon het dienen door de doordringende geur en de blijvende groene kleur
 in de winter.

GEBRUIK

Het verse kruid veroorzaakt op de huid bij het inwrijven een ontsteking.
Het werd ook als abortivum gebruikt.
Dioscorides en Galenus noemden deze rutacee, een struik, die van 50 tot 100 cm hoog wordt: "Peganon", en gebruikten de bladeren ook voor zenuwdranken en tegen wormen.
In verzen het vroegere volksmiddel: (niet te gebruiken nu)

Verneemt men eenigh kint geneyght tot quade stuypen
Die uyt een vochtigh breyn op al de leden druypen
Gebruyckt de groene ruyt, en wortels van de peöen,
Dat sal in korten tijdt geen kleyne bate doen. (1)(p.89)



VOORKOMEN

In het Heilig Land werd wijnruit reeds gekweekt in de periode dat Jezus over de wereld wandelde, daar het "vertiend" was. (Er belastingen op heffen.)
In dit verband wordt de volgende antwoord van Jezus aan de Farizeërs geciteerd.
"Nu gij Farizeën! zij reinigt het buitenste van de drinkbekers en van de schotels; maar uw binnenste  is vol roof en boosheid".(1)(p.89)

Geraadpleegde werken:



Boek
M. DE WAAL, "Keukenkruid en Specerij", W.J. Thieme en Cie - Zutphen, s.d. (1)

Handschrift
Aberdeen Bestiary, folio 66 detail, "Basilisk", Aberdeen University Library.


Woordenboeken
 "Elseviers Encyclopedie",  dl. I, Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1962, 2de dr.,  p.138.
J. VERDAM, "Middelnederlandsch Handwoordenboek, 's-Gravenhage, 1911.

vrijdag 21 april 2017

* * het KONIJN in symboliek en kwatrijnen



Het konijn komt in onze dagelijks omgeving als cultuurverschijnsel geregeld voor zowel in reclame, als logo's (Playboy) en kindertekeningen (Nijntje) ... Ook in de buurt van Pasen wordt het gebruikt door de vrijzinnigen.

Voldoende gekend logo


Eerste enkele kwatrijnen

"Peinzend zit het konijn in zijn hok
Hij telt eens zijn keutels en neem een slok
Als hij het nou voor het kiezen had
Dan koos hij zeker het hazenpad."

"Toen zijn bloemkool
Was opgevreten
Heeft de boer
Wild konijn gegeten..." (1)(p.19)


"Het konijn
Houdt van zijn hol
En het allerliefste
Vol..." (2)(p.27)

"De jager
Nam het hazenpad.
Het konijn
Vroeg zich af voor wat." (3)(p.20)



"Waarom gaan de konijntjes zo vroeg naar bed?
Ze moeten maar 2 tanden poetsen
Weeral tijdwinst voor Verhofstad." (digitaal tot ons gekomen)

"Waarom konijnen nooit kaarten ?
Vóór ze beginnen zijn de klavertjes al op."

Symbolisch

-          de liefde, daar het een vruchtbaar dier is; 
-          de onkuisheid, daar het diertje o zo productief is; 
-          brengt geluk; 
-          vruchtbaarheid, geilheid en zinnelijk genot; 
-          als zinnebeeld voor het verslaan van het kwaad; 
-          een konijn zou “het boze oog” hebben omdat ze met de ogen open worden geboren;
-          veel kindergraven te zien als symbool van liefde voor dit (knuffel)dier en de tederheid waar de mens behoefte aan heeft.

Christelijke context:


Andrea Mantegna,  Christus in gebed op de Olijfberg, National Gallery, Londen, ca. 1460.

De haas of het konijn op weg naar de top is een toespeling op de weerloze ziel van Jezus, die slechts op God kan vertrouwen; rechts op het benedenpad symboliseren drie konijnen of hazen de weerloosheid van de slapende Petrus, Jakobus en Johannes. 

Maya cultuur(1):
“De Maya’s verbonden de zon met het mannelijke en de maan met het vrouwelijke.
In de klassieke tijd zag men de maan als een beeldschone godin, meestal zittend op een maansikkel, met een konijn in haar armen. Het konijn werd in verband gebracht met de maan, en dan vooral met de volle maan waarin het konijn te zien is.”(2) Wij zien er het mannetje inde maan in.



[1] Maya’s: de geschiedenis wordt verdeeld in drie perioden:: de preklassieke tijd (1500 v. Chr. – 200 na Chr.), de klassieke tijd (200-900) en de postklassieke tijd (900- 16de eeuw, de tijd van de Spaanse verovering).

[2] Robert ADKINGSON (red.), “Spirtuele Symbolen, volkeren, religies, mysteries”, Knack, leenuitgave van Thames en Hudson, Londen, 2009, p.271.



Peter BOSHOEF, Zin in Onzin in Kwatrijnen, lannoo, dl. VI. (2)(p.27)
Peter BOSHOEF, Zin in Onzin in Kwatrijnen, lannoo, dl. VII. (1)(p.19)

Peter BOSHOEF, Zin in Onzin in Kwatrijnen, lannoo, dl. X. (3)(p.20)

maandag 10 april 2017

*** "De Goede Week" in beeld / "La Semaine Saint" / "The Holy Week"




Voor Paasdag zelf  vind je in deze blog een uitgebreide nota, zoek hier rechts.
Klik hiernaast het jaartal 2011 aan,
daarna klikken op de maand april
en op dag 11 zie staan "Pasen: Cultuurverschijnsel".

De GOEDE WEEK

Illustratie bij de "Goede Week" in het Romeins Missaal van P.J. WINDEY, . (2)(p.395)
Op de prent de palm waarmee Jezus in Jeruzalem werd ontvangen. De symbolen van het koningschap van David: wereldbol met kruis , zwaard, scepter en kroon.


Week waarin de Rooms Katholieke Kerk het lijden van Christus herdenkt.
Men noemt die periode in de volksmond de "Goede Week", "Heilige Week", "Hoge Week", "Pijnweek en "Stille Week".

De Brugse kantwerksters benoemden in hun gezang op Palmzondag al die dagen van de week.

Palme-palmezondag,
de maandag slaan ik me kalf,
de dinsdag deel ik het half,
de woensdag schort men de klokke,
de donderdag is het zoppedoppe,
de vrijdag, zo kruipt men,
de zaterdag klopt men de vasten uit! (1)(p.48)

Guido Gezelle nam er nota van.

De maandag wordt het kalf verbrand. Gedood  om het einde van de winter te vieren. Zie bij maandag.
De dinsdag wordt de helft ervan verkocht?
De woensdag: hier speelt het woord opschorten, schorten: in de betekenis van ophouden, verdagen, uitstellen. De klokken houden op te luiden.
De donderdag dopt men het brood in de koffie, de soep?
De vrijdag verwijst men naar het lijden van Christus.
De zaterdag eindigt de vasten.

Weerrijmpje

Wat gedurende de "Goede Week" gezaaid wordt, brengt vruchten mee.

MAANDAG

Illustratie bij de "Goede Week" in het Romeins Missaal van P.J. WINDEY, . (2)(p.425)
In het huis van de beste vrienden van Jezus  begint het verraad van Judas (voor 30 zilverlingen) die Christus zijn "vriend" noemt.

Deze dag wordt "Kalfsdag" of "Kalfsmaandag" genoemd, want wie laatst op school kwam, werd een kalf geheten en hij/zij  kreeg dan enkele slagen met een vod, die ook de naam van "kalf" had. Het slaan was eerder een symbolische daad om tegen onheil te beschutten. Met stroo bootste men soms een kalf na, dat in brand gestoken, aan het einde van de winter moest doen denken. (2)(p.53)


DINSDAG


Illustratie bij de "Goede Week" in het Romeins Missaal van P.J. WINDEY, . (2)(p.430)
Op de tekening zien we de harp van David, een verwijzing naar de afstamming van Christus en een leeuw een verwijzing naar zijn koninklijke waardigheid (van Christus). Ook de levensboom die vervormd in een kruis.

WOENSDAG

Illustratie bij de "Goede Week" in het Romeins Missaal van P.J. WINDEY, . (2)(p.444)
Op de prent zien we het kruis van Christus, de stier voor het evangelie van Lucas dat die dag gelezen wordt, en de wijnpers voor het lijden en het lam dat zal geslachtofferd worden..

De woensdag van de "Goede Week" noemde men "Schorteldag" (= schorten) of "Schortelwoensdag".
Op die dag werden de klokkentouwen of klokzelen opgehaald , ten teken dat het klokgelui was opgeheven.
Te Passendale (West-Vlaanderen) zei men van "Schortelwoensdag": men schurst de rokken en de klokken, want de spinnewielen werden er, omdat de winter voorbij was, aan de kant gezet.

Tegenwoordig heeft de schorsing plaats  na het Gloria in exelsis van de mis van "Witten Donderdag". De klokken worden niet meer geluid  tot aan aan de mis van zaterdag.

Bijgeloof :

Men mag niet spinnen op Schorseldag,
 omdat Ons Heer met koorde gebonden lag.


De HEILIGE DRIE DAGEN

Illustratie bij de "Goede Week" in het Romeins Missaal van P.J. WINDEY, . (2)(p.462)
De afbeelding laat ons de pelikaan (Christus) zien die zijn jongen voedt met zijn bloed. Daarnaast de vis (Christus) met de vermenigvuldiging van de broden en de wijnpers (ook symbool van Christus).

De dagen van het "Heilig tridium" werden anders ingedeeld in de eerste Kristen eeuwen.
De dag duurde van zonsopgang  tot zonsondergang en daardoor was de lijdensdag van de Heer  tevens die van zijn afscheidsmaal en zijn kruisdood; de sabbat(zaterdag) was de dag  waarop hij  in zijn graf rustte; de eerste dag van de nieuwe week werd de dag van de verrijzenis.

WITTE DONDERDAG

Dirk BOUTS(Haarlem 1415 - Leuven 1475), Laatste Avondmaal, retabel, St.-Pieterskerk, Leuven,  1468. (4)

Het "Laatste Avondmaal" werd gevierd in 33 na Chr. op donderdagavond in Jeruzalem volgens onze huidige tijdsaanduiding.

De benaming "Witte Donderdag" is oud. Het betekent "Blijde of Heilige Donderdag".
"Wit" komt voor in allerlei uitdrukkingen, die een gunstige gezindheid, een opgeruimde stemming te kennen geeft.
Een wit voetje bij iemand hebben; bij iemand goed staan, overkomen.
"Witte Donderag" betekent dan "Gelukkige, blijde donderdag" e is dus hetzelfde als de laat-middeleeuwse  "Goede Donderdag (bona feria quinta)", en hangt samen  met de algemene benaming  van de "Goede Week"."Goede" betekent daar  "Heilige" Week en aldus ook "Heilige Donderdag".

"Heilige Donderdag"  wordt ook gebruikt door Fransen en Italianen.
"Groene Donderdag" is voor de Duitsers. Dat groen, zou evenals het wit verwijzen naar gelukkig, blij.
De Groenen (cirides) waren de boetelingen, die op deze dag kwijtschelding van hun misdrijven en kerkelijke straffen verkregen.
Groen betekent hier "die vrij van zonden is".
Maundy Thursday, voor de Engelsen, dit is de donderdag van het Mandatum of van de Voetwassing.
In de liturgische boek heet deze dag: "Donderdag van het Laatste Avondmaal".(3)(p.550)

GOEDE VRIJDAG 

De dag van de kruisdood van Jezus.

In de Romeinse liturgie heet deze dag Feria sexta in Parascere: Vrijdag van Parascere, of kortweg: Parascere, Voorbereidingsdag. Deze Griekse benaming zinspeelt op de voorbereidingen die de Joden maakten op de vooravond  van de Sabbatdag. De Grieken  noemen iedere vrijdag van het jaar Parascere, terwijl de Latijnen deze naam voorbehouden  voor Goede Vrijdag, welke door de Grieken  Grote Parascere  genoemd wordt.
De Duitse benaming is  Karfreitag, klaag- of rouw-vrijdag..
De Deense benaming is Lange Vrijdag.
De schrijvers van de IIde en IIIde eeuw noemden  die dag Pascha, omdat daarop ons ware Paaaslam, Christus werd geslacht. Vanaf de Vde en VIde eeuw wordt Pascha gebruikt voor de dag van de Verrijzenis, Pasen.(3)(p.592)

Friederich MÜLLER (Kreuznach 1749- 1825 Rome), De Geseling van Christus, gravure, s.d. (5)(p.94)    
Op deze dag hebben in de kerken St.-Catharina (Katelijne) en Onze-Lieve-Vrouw (OLVW) te St.-Katelijne-Waver de volgende diensten plaats:
om 14u30: Kruisweg in Waver en Katelijne
om 20uur in OLV-WAVER: plechtige avonddienst van Jezus' lijden en dood
"De priester, diaken en dienaren werpen zich plat ter aarde. Het lijdensverhaal van Jezus wordt in verschillende rollen helemaal voorgedragen en uitgebeeld. Kinderen en het Sint-Catharinakoor zingen passende liederen. Mensen vereren Jezus' kruis en leggen er een bloem bij. dit alles zal een diepe indruk op ons maken. Wij zullen stil worden bij de herdenking van Jezus' lijden en dood."

Gezegde

"Van Pontius naar Pilatus gestuurd worden": Pontius Pilatus, prefect van Judea.
Iemand van hier naar daar sturen om hem/haar te vernederen of van het kastje naar de muur sturen. Men sleurde Jezus over en weer van Annas(vroegere hogepriester) naar Caïaphas(regerende hogepriester), van Pilatus  naar Herodes(koning van de Joden) en terug naar Pontius Pilatus. Men had Jezus zelfs het witte kleed van de zinlozen aangetrokken.

Hij was Pilatus van 26 - 36 na Chr. de 5e praefectus civitatum van Judea (de praefectus Iudaeae).

Friederich MÜLLER (Kreuznach 1749- 1825 Rome), De Kruisiging van Christus, gravure, s.d. (5)(p.97)  
Christus gekruisigd, beweend door Maria en Johannes.

STILLE ZATERDAG

Doopsel op Paasdag of -nacht. in: Missel Quotidien et Vesperal, Gaspar LEFEBURE, abdij Zevenkerken, Brugge, 1930. (7)()p.705.
In de vieringen van de kerk in de vooravond (nu), vroeger als Paaswake
komen de volgende elementen aan bod:
de Lichtviering: wijding van het nieuwe vuur
de Paaskaars
de profetieën
de wijding van de doopvont


     Tot in de IXde eeuw werd de Paaskaars ontstoken met het licht, dat men op Goede Vrijdag brandend had weggeborgen en dat in de Paasnacht als teken van de Verrijzenis tevoorschijn werd gehaald.
     Bij de Kelten en de Franken sloeg men het nieuwe vuur uit een rotssteen, zinnebeeld van Christus, naar het woord van Petrus: Petra erat Christus - De rots was Christus. Dit gebruik werd door Rome in de IXde eeuw overgenomen. In Duitsland en Cluny (Frankrijk) werd de Paaskaars nog met een brandglas ontstoken. Dit was ook een zinnebeeld van Christus., die de Zon der gerechtigheid (Sol justitiae) is,
     Bij de wijding van het vuur behoort ook de wijding van de wierookkorrels die in dit geval bestemd zijn, niet om verbrand maar om in de Paaskaars bevestigd te worden, evenals, het vuur bestemd is, om er de Paaskaars mede te ontsteken. De diaken steekt de vijf wierookkorrels in de vorm van een kruis in de paaskaars. Het aansteken  van de paaskaars door de diaken wordt gezien als het ogenblik van de Verrijzenis. Van dan is de gewijde kaars het zinnebeeld van de verrezen Christus, het licht van de wereld.


PASEN 

Jos SPEYBROUCK, Verrijzenis van Christus, tekst Guido Gezelle, Missaal van de abdij van Affligem, (3)

Voor Paasdag zelf  vind je in deze blog een uitgebreide nota, zoek hier rechts.
Klik hiernaast het jaartal 2011 aan,
daarna klikken op de maand april
en op dag 11 zie staan "Pasen: Cultuurverschijnsel".


Bronnen

Gaspar LEFEBURE, Missel Quotidien et Vesperal,  abdij Zevenkerken, Brugge, 1930.(7)
Gust MÜLLER, Van Nieuwjaarsochtend tot Oudejaarsavond, Goede Pers, Averbode, s.d.(5)
André VER ELST, Folkloristische Tijdspiegel voor België, Brussel, s.d.. (1)
P.J. WINDEY, S.J., Romeins MISSAAL, Proost, Turnhout, 1947. (2)

Het Volksmisboek en Vesperale, abdij Affligem, 1927, met tekeningen van Jos SPEYBROUCK.(3)

Kunst-und Buchauktionen, Galerie Gerda Bassenge, Berlin, 30.11.2001. (5)

vrijdag 31 maart 2017

Kunst ART STRUCTURES structuren (vooral) Harry F.E. Vermeir



I was always interested in STRUCTURES in pictures , in photography and in my art.  Belgium

Ik werd steeds aangetrokken door landschappen, fotografie en  kunst waarbij structuren zichtbaar werden of waren. Ook in mijn kunst.

You see 4 of my works.
You can see other works here dated 23.01.1014



Harry F.E. VERMEIR, Top / Down, © Harry F.E. Vermeir



















Sketch, Edgecase, © Harry F.E. Vermeir








Middelages, © Harry F.E. Vermeir












Framed (color), © Harry F.E. Vermeir

maandag 20 maart 2017

Harry F.E. Vermeir, poëzie "Optimisme"



Lammetjes en wolkjes in een groene wei. https://www.crispkat.be/lammetjes-57365/


OPTIMISME

Deze lente wordt een land
Van jeugd in ontwikkeling
Narcissen en sneeuwklokjes
En molshopen die zijn als
hopeloze bergen in amper groene weiden

Die groeien als het rollen van de golven
Die gangen als mollen bedolven
Maar toch zo waardig, eerder  vaardig
Verschoten van het rommelen onder

De lente, de lammetjes springen
Neer en hop,  vol verwachtende hoop
Naar blauwe luchten, en volle spenen
En schimmels als hengsten
De ruiters van de Apocalyps juichen
Als verwende kinderen  naar
De oneindige wit gestreepte blauwe einder
Vol  schapenwolkjes…


Harry F.E. Vermeir 14.03.2017  “ Ik ben er  daarom”



Diep in oost-Groningen, op de dijk van de Carel Coenraadpolder, deze schapen in tegenlicht gefotografeerd. http://zoom.nl/foto/landschap/schapen--wolken-en-tegenlicht.1853057.html
💶🔙🗻

donderdag 16 maart 2017

De maand APRIL * * *




De maand waar Pasen in valt... Dan komen de klokken van Rome en die laten paaseieren vallen.
In die maand bloeien ook de violetjes volgens volgens bovenstaande tekening. en het gras herneemt in de weiden terug de volle groei, hier en daar bezaaid met molshopen.
Volgens de oud-Romeinse kalender de tweede maand,
volgens de Juliaanse kalender de vierde maand,
een maand met 30 dagen

De MAANDKALENDER


De maand APRIL in: "De Zonnewijzer", A. DIEPENBROCK, Ernest VAN DER HALLEN e.a., Het Spectrum, Utrecht, 1940,  p.104.
In deze tekening wordt ernaar gealludeerd dat april een maand is waarin wel wat "draaiwinden" voorkomen.

De NAAM


  • van het Latijn aspire, dat openen betekent, aldus een verwijzing  naar de lente, waarbij de hele natuur : veld, woud, hei en wei, in gaard en waard (laag liggend land) tot groei tot bloei komen.
  • Het is waarschijnlijker dat het woord is afgeleid van Aphrodite, de Griekse godin van de liefde, en de schoonheid.
  • In de volkstaal noemt men ze de grasmaand, daar het gras onder de warme zonneschijn en de malse regen tot groei komt. Andere benamingen: Paasmaand en  eiermaand.
  • De Duitser gebruiken nog steeds Ostermonat, wat een verwijzing is naar de godin van het licht Ostra of Ostera. Manoth of maand komt uit de periode van Karel de Grote. (ca.  800 n.Chr.)
⇶


Aprilvis en het olijke snoetje
'k Ging met je kluitje in het lisch,
April, en zocht je dollen visch
al in het dartel vlietje!
'k Zag er je snoetje, plagend frisch
... en 't waterken verried je.

CHRISTOFFEL
Uit:  "dit nieuwe seizoen: LENTE", H. BAUWERAERTS, L. MONDEN, e.a., lannoo, Tielt, 1946, p.62

Les tres riches heures du duc de Berry van de gebroeders van Limburg

Getijdenboek besteld door Jan van Berry in 1410, met 66 grote miniaturen, 35 van de gebroeders van Limburg, in kasteel van Chantilly, Musée Condé, Wikipedia.

De maand april luidt het voorjaar in. De natuur herleeft, het groen keert terug. Historici denken dat het kasteel op de achtergrond dat van Dourdan  zou zijn hoewel hierover geen zekerheid is. Sommigen zijn van mening dat het slot van Pierefonds wordt voorgesteld. Het kasteel van Dourdan behoorde sinds 1400 aan Jean de Berry en werd door hem versterkt. De restanten ervan zijn nog altijd terug te vinden. Het kasteel van Pierrefonds hoorde toe aan het huis van Orléans. Volgens Cazelles was het slot van Dourdan door Jean de Berry beloofd aan Charles d'Orléans bij zijn huwelijk met Bonne d'Armagnac.
De groep van prinselijke figuren op de voorgrond is een prachtig voorbeeld van de stijl van de internationale gotiek. Volgens de meeste kunsthistorici zien we hier twee jonge verloofden die ringen uitwisselen in aanwezigheid van de ouders van een van hen. Sommigen denken dat dit gaat om de verloving in 1411 van de destijds elfjarige Bonne d'Armagnac, een kleindochter van de hertog, met de toen zestienjarige Charles d'Orléans, anderen zijn dan weer van mening dat dit een voorstelling is van de verloving van Marie de Berry en de graaf Jean de Clermont, de latere hertog van Bourbon, in 1400.

Als men het beeld uitvergroot is er eigenlijk helemaal geen ring te zien. Colenbrander opperde dan ook de mening dat het niet om een uitwisseling van ringen gaat maar dat het meisje een bloem aanbood aan haar verloofde en die bloem zou dan niet geschilderd of uitgewist zijn zoals ook het geval is bij de twee meisjes die duidelijk bloemen aan het plukken zijn. De houding van de handen en de vingers maakt dit trouwens vrij aannemelijk.

Hemisfeer boven de kalenderminiatuur van april
Elke illustratie in de kalender wordt bekroond door een hemelboog met in het centrum een 'zonnewagen' een afbeelding van de god Helios , die met zijn vurige wagen dagelijks de zon langs de hemel voerde. De zonnewagen is gebaseerd op een medaille uit de collectie van Jean de Berry, die de intocht van keizer Heraclius in Jeruzalem afbeeldde. Rond die zonnewagen komen in een eerste boog de nummers van de dagen van de maand. In de bovenst blauwe boog daar zien we de ram (21 maart - 20 april) en de stier (21 april -22 mei), uit de dierenriem. 




SPREUKEN
Op 1 april stuurt men de zotten waar men wil.

Op den eersten april
verloor Alva zijn bril. 

Op 01.04.1572 verloor de Spaanse hertog Alva de slag bij "den Briel" in Nederland.

Weerspreuken

April doet wat hij wil.

April heeft zijn gril.


t Mag vroeg of laat zijn,
april wil kwaad zijn,
want aprilleke,

heeft steeds zijn grilleke.

Er is geen maand die zoveel afwisseling biedt als april. Sneeuw, wind, regen, hagel, koude en warmte, het kan allemaal voorkomen. De maand is de grilligheid in persoon o.a. door de rijmen: april en gril. Zo wispelturig als een kind. De boer stelde nochtans zijn hoop op een aantal van de voornoemde weeraspekten. Door zijn ervaring en wijsheid kwam hij tot een aantal van de volgende spreuken:


Een droge maart en een natte april

dan doet de landman wat hij wil.

Maart droog en april nat
geeft veel koren in 't vat.

Een droge april,
is niet der boeren wil,
maar aprilse regen,
daar is hun veel aan gelegen.

April koud en nat,
vult schuur en vat.


Speelt april op zijn poot,

dan is koorn- en hooioogst groot.

Hoedt u voor maartse zon en voorjaarswind!
Dat 't al were is dat 't wil,
ontkleed u niet voor half april.

Als april blaast op zijn horen,
is het goed voor gras en koren.
(variante van het voorgaande of omgekeerd)

's Morgens zegent deze maand je met een lenteweertje, in de namiddag komt de sneeuw aandragen. April zou overigens nooit zonder sneeuw zijn.

Aprilleke zoet,
heeft nog wel eens een witte hoed.
('t Kan nog sneeuwen in april)

Nooit is aprille zo zoet
of 't sneeuwt de herder op zij hoed!
('t sneeuwt een meter boven de grond...)

Aprilkinderen

Het is voor de hand liggend dat de mannen  grilligheid van april spreekwoordelijk koppelen aan de grilligheid van de vrouw:

De vrouwen en de aprillen,
Ze hebben bei hun grillen.

Actie en reactie van de vrouwen. Zij liepen al niet hoog op met de echtelijke trouw van de man, en daardoor stelden ze de man voor als een evenbeeld van april:

De heren en de aprillen,
bedriegen die zij willen.

En dan is er ook nog de combinatie echtelijke staat en de verhouding man vrouw:

De echtelijke staat is als de maand april,
nu storm, dan zonneschijn, dan weer alles stil.

Kinderen die lijden aan humeurigheid en wispelturigheid worden wel eens APRILKINDEREN genoemd.

Kindertranen zijn aprilwolken.
Omdat men vermoedt dat verdriet en vreugde bij een kind dicht bij elkaar liggen. Ze wellen rap op, maar zijn ook vlug verdwenen.

"Hij/zij houdt zijn/haar woord als het weer in april."
 Een uitspraak die wellicht niet in kringen van politici werd gelanceerd. Zij houden altijd hun woord...

Heiligen

25 april : Sint-Marcus zaait het vlas
               veel linnen in de kas.

               Op Marcs geen vlees
                beschut tegen hagel en tempees.     tempees: onguur weder, storm, overvloedig regen...

             
Dag, jong en oud, dag, groot en klein,
't Zal... tot aanstaande maand weer zijn! ...

❤