Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

vrijdag 22 september 2017

P. de Ronsard : Liefdespoëzie


IN OPBOUW

Sonnet

Wie zien wil hoe fel Amor mij genaakt,
   Hoe hij mij grijpt, zich van mij meester maakt,
   Hoe hij mijn hart in vuur en ijs verkeert,
   Hoe zelfs mijn diepste schaamte hem vereert,
Wie zien wil hoe vergeefs en hoe gereed
   De jonge mens zich stort in liefdeleed,
   Hoeft slechts te lezen, en hij ziet mijn pijn
   Waarom godin noch god bekommerd zijn.
Dan weet hij dat liefde zonder rede is,
   Een zoete waan, een prachtgevangenis,
   Een vale hoop, gevoed door ijle wind.
En hij beseft tot zijn ontsteltenis
   Dat hem, verdwaald, als gids gegeven is
   Een blindeman. Zijn meester is een kind.

Het eerste sonnet uit Les Amours van P. de Ronsard (1525-1585).
Vertaling P. Thomas en K.P. naar Oeuvres complètes. Textes établi par et annoté par C.Cohen, 1950, I.3 (Bibliothèque de la Pléiade)


                                             Portret van P. Ronsard en van Cassandra Salviati

Naar een houtgravure gepubliceerd in de uitgave van de "Amours" uit 1553.
Hij is hier 27 jaar, en geïdealiseerd. Dat van haar is weergegeven volgens de toen geldende conventies.
in:  "Histoire Illustrée de la Littérature Française" van CH.-M. des Granges, Paris, septième éditions, 1916,   blz.203

Het origineel:

Qui voudra voir comme Amour me surmonte,
   Comme il m'assaut, comme il se fait vainquer,
   Comme il r'enflamme et r'englace mon coeur,
    Comme il reçoit un honneur de ma honte:
Qui voudra voir une jeunesse pronte,
   A suivre en vain l'objet de son mal-heur.
   Me vienne lire, il voirra ma douleur,
   Dont ma Deesse & mon dieu ne font conte,
Il cognoistra qu'Amour est sans raison,
   Un doux abus, une belle prison,
   Un vain espoir, qui de vent nous vient paistre:
Il cognoistra que l'homme se deçoit,
   Quand, plein d'erreur, un aveugle il reçoit
   Pour sa conduitte un enfant pour son maistre.

vrijdag 15 september 2017

* Rederijkerspoëzie : Anthonis de Roovere Brugghelinck "zotte refreinen" BRUGGE






Titelbladzijde van De Rooveres 'Rethoricale Wercken', Antwerpen, 1482.


"In 't amoureuze en het zotte"

'Gheen maetken vol voort overloopt'

Hy lutste// hy clutse//
noch wat aent bommeken/
Sy crevelde// hy stevelde//
sy speelden mommeken/
Hy greepse// doen peepse//
recht als een gans
Int donckere// den Jonckere//
wijsde zy tblommeken
Hy dancktese// doen janctese//
rechts als een stommeken/
Hy swichte// sy lichte// tvat stappans
Hy duchte//sy suchte// en sprach
och hans
Al leket// versteket// doch nederwaert
Ghy sult// ghevult// noch vinden bijcans
Mijn cruycxken// o buycxken//
den wijn niet spaert... 

Uit hierboven vernoemd werk, blz. 399-401, maar verschenen in: "Vlaanderen", jg.31, mei-juni 1982,  nr. 188, p.160.


Verliefd paar. Houtsnede uit de prozaroman 'Historie  van Floris ende Blancheflour'. Gedrukt bij J. van Doesborch - Antwerpen, ca. 1517. 
Het paar houdt een anjer - symbool van liefde - in de hand.

Verder over de poëzie van hierboven.
We moeten hiervoor naar zijn Rethoricale Wercken. Daarin verscheen 'Gheen maetken vol voort overloopt'.
Het is een scabreus gedicht waarin  sex tussen een 'fraey' en 'frisch ioncwyveken' en een 'rutere /  een clutere' ( clute:  grap, aardigheid, zotternij; een klucht, een ten toneel gevoerde grap) in termen van wijntappen beschreven wordt.
De jongen moet haar'maetken' of 'cruycxken' met wijn vaatje  vullen. De vrouwelijke onverzadigbaarheid wordt te kijk gezet. In de stokregel roept ze uit: "geen maetken vol voort overloopt", zodat  de drie eerste strofen steeds voortgang vinden.

We kennen uit de rederijkersliteratuur sex-refreinen, die de beeldspraak ontlenen aan een beroep, een ambacht of een spel. Het refrein van De Roovere is  het oudst(relatief-) dateerbare van deze refreinen.(1)

crevelen: haar hart ophalen
stappans: op staande voet 

BIOGRAFISCHE NOTA
De Roovere werd te Brugge geboren (De Dene noemt hem een ingheboren Poorter van Brugge)
zijn geboortejaar komt nergen aan de oppervlakte, maar er is een vermoeden dat dat ca. 1430 is.
Dat hij talentrijk was blijkt volgens De Dene dat hij op zeventienjarige leeftijd een rederijkerswedstrijd won die hem de titel van Prinche der Rethorijcken opleverde.
In het burgerleven was De Roovere een vry metselaar van zijnen ambachte, en bij heel wat feestelijke gebeurtenissen in de Bourgondische tijd werd een beroep op hem gedaan door het stadsbestuur voor de opsmuk van de Brugse straten.
Men vroeg hem ook om mee te helpen aan de enscenering, uitwerking( en regie?) van allerlei vertoningen zoals pantomines, spelen en 'togen' die in de stad  n.a.v. de feestelijkheden werden vertoond.
In 1466 viel hem een speciale eer te beurt. Omwille van bewezen diensten aan de stad en aan de bevolking kreeg hij een jaargeld toegekend  van zes pond groten, dat hem jaarlijks in twee schijven van drie pond uitbetaald werd  in september en maart. Van dat jaargeld kon hij niet leven.
Hij overleed in 1482.

BIBLIOGRAFIE

F. Van Vinckenroye, Anthonis De Roovere als wereldlijk dichter",  in: "Vlaanderen", nr. 188, jg. 31,1982, blz. 160. (1)


zondag 27 augustus 2017

* * * 12 september: over Sint-Guido / over de koster / Olen



SINT-GUIDO de patroon van de KOSTERS

 Sint-Guido, prent van de Broederschap .

  Feestdag 12 september




De functie van koster staat in nauw verband met de dingen van hierboven en krijgt daar ook afglans van.
Hij zorgt ervoor dat voor de  kerkelijke diensten de kazuifels gereedhangen, de nodige  kaarsen branden, de wierook en kwispel gereed zijn bij een pontificale mis, wijn, water en hosties voorradig zijn, ... en hij wordt betaald.

In de negende eeuw waren er reeds kosters in onze streken.
Een zekere aartsbisschop Hincmar zetelend te Reims, in de periode van Karel de Kale, vaardigde ca. 870 uit dat de pastoors zich in de uitoefening van hun ambt mochten laten bijstaan door een "clerc", een "castor" of "koster"

Deze koster kon de zakelijke aangelegenheden van het kerkgebouw en de eredienst in overleg met de pastoor tot zijn taak rekenen. De aangestelde kosters waren aanvankelijk priester , gewijd en gezalfd , maar zonder rechtstreekse parochiezorg.

De koster kreeg ook een onderwijsfunctie. Hij onderwees de jeugd over de godsdienst, leerde ze bidden,  leerde hen de gebeden afdreunen, en ook kerkzang werd onderwezen.
De inhoud van de taak leidde tot een opsplitsing van de benaming  en zo sprak men van "kerk-koster" en van "school-koster", ook al had deze laatste nog weinig te maken met de kerk.

De benaming evolueerde  in "kosterlap" of "kattekoster" doordat de schoolkoster als bijverdienste voor de uren dat hij niet onderwees op kosten van de kerkfabriek  als "kosterlap" functioneerde. Iem. die af en toe inspringt, helpt.



"Over 's kosters bezigheden en revenuen(inkomsten)"

Tijdens " Ancien Régime"(tot 1795)

Custercoren

Er waren kosterijen  die een hoog inkomen waarborgden doordat ze in bezit bleven van rijke adellijke families of dat er om het begevingsrecht  strijd werd geleverd. In het laatste geval werd het begevingsrecht toegekend aan de meest biedende, die tijdens zijn ambtsperiode dit probeerde terug teverdienen. 
In vele gevallen bleven de "revenuën" binnen de perken.
Als gebruikelijke vergoedingen:
ten eerste , het bewonen en gebruik van het kostershuis;
ten tweede, het recht op het gras en het hooi  afkomstig van het kerkhof, waar het volgende spreekwoord van overbleef: "Kosters koe mag op het kerkhof weiden";
ten derde , het recht op "custerscoren". (koren waarop de koster recht had)

Te Mol moesten boeren , die minsten één hectare bebouwden, de koster jaarlijks één ton rogge afstaan, terwijl de burgers hem een brood van acht pond moesten bezorgen.
Te Berlaar en omstreken haalde de koster persoonlijk dat koren in het begin van de winter op, een gebruik dat nog bestond in het jaar 1904 te Bazel in Oost-Vlaanderen.

Tiendenrecht

Het "custercoren" is een overblijfsel van het tiendenrecht dat tijdens het "ancien régime" door de bedienaars van de kerk mocht geheven worden.  Er is een oud gezegde dat daar naar verwijst: "Hij vertelt veel waar koster of pastoor geen "ting" (of tiende) van hebben". Het gaat over iem. die liegt.

Hierbij een oud kosterliedje waarin met het tiendenrecht de draak wordt gestoken.

Kosterken, kosterken Weldaad, mijn getrouwe dienstknecht,
Wat hebben de boeren ons meegebracht?
De boeren hebben ons een zak geld gebracht,
't geldje van klink, klank, kloria!

Kosterken, kosterken Weldaad, mijn getrouwe dienstknecht,

Wat hebben de boeren ons meegebracht?
De boeren hebben een vet hinneken gebracht,
't hinneken van tink, tank, toria!

Kosterken, kosterken Weldaad, mijn getrouwe dienstknecht,

Wat hebben de boeren ons meegebracht?
De boeren hebben een vetten  haan gebracht,
den haan moet den pot ingaan!

Kosterken, kosterken Weldaad, mijn getrouwe dienstknecht,

Wat hebben de boeren ons meegebracht?
De boeren hebben een vet verken gebracht,
het verken smeert de pannen van de papen en de klerken.

Er wordt in de laatste regel verwezen naar de hebzucht en schraapzucht van de papen en klerken.

hinneken: hen, vrouwelijke kip
tink: tienden (?)
papen: geestelijken
klerken: schrijvers

Andere profijten...

Te Aarshot had de koster  op Goede Vrijdag de opbrengst van de altaren en aan het heilig kruis.
Andere profijten...
Bij een doopsel had hij recht op een brood  van acht pond,
bij een sterfgeval op vier baarkeersen. De kaarsen rolde hijzelf. Men noemde de baar, het tuig waar de lijkkist op stond.

Een gezegde dat naar het bovenstaande verwijst: het gaat over een kind dat aanhoudend met een snotneus rondloopt.
"Menneken, g'hebt 's kosters wiek gestolen".



BIM, BAM, BEIEREN, de koster mag geen eieren.

"Bim, bam, beieren,
de koster mag geen eieren,
wat mag hij dan?
Spek in de pan.
De koster is ne lekkere man."

De koster had het recht om in de Paasweek de boerenhoven te bezoeken om voor de pastoor en hemzelf eieren in te zamelen. Hij moest in de plaats suikergoed aan de kinderen uitdelen. Het hele gedoe bracht hem weliswaar meer op dan het kostte. Dit recht van de koster ging het langste mede.
Het ging niet zozeer om de eieren maar wel om de opbrengst ervan.


Plichten van de koster.

Hij moest "onderdanig en eerbiedig zijn aan de pastoor",
blijk geven  van "godvruchtigheid, zedelijkheid en betamelijkheid, bekwaam om te stichten en te dienen tot exempel van de parochianen".
Hij had de zorg over de kerk, moest zorgen dat bij de diensten het altaar en sommige beelden waren versierd. Hij stond borg voor de bewaring en goede staat van alle kerkgerief: kelken, cibories, gewaden, enz... Hij moest zorgen dat de kerk netjes gekuist was.
Bij dit laatste ging wel een raar gebruik schuil
De eerste keer dat de koster na de grote kuis, de kerk betrad, moesten de kuisvrouwen hem de schoenen vegen, een eerbewijs waarvoor hij zeer gevoelig was.


De koster van Olen.

De pot van Olen en Keizer Karel dat weten we al.
Maar dan...

"Daar is een groot confuus geschied
en dit door kosters fout.
't Was winter en wie weet dat niet?
Het vriest dan en 't is koud.
't Was t' Oolen, wil mij wel verstaan,
dat eens de vroegmis aan zou gaan,
eenieder snelde naar de kerk,
't was zondag, zoo ge merkt"

De pastoor vraagt aan de koster de wijwateremmer gereed te houden voor het "Asperges me", maar ziet bevroren water.
"Sapristi" zei de pastoor, "wat gaan we nu doen?"
"Ha, ontdooien, hé , mijnheer pastoor." antwoordde de koster.
"Weet ge wat: ik zal er onmiddellijk mee naar huis lopen. Ons Marie heeft de kachel al een tijdje aangestoken en ze brandt lijk de hel. 't Zal rap gesmolten zijn."
"Goed," besliste de pastoor, "spoed u."
De koster liep naar huis en zette de wijwaterketel op het vuur. Maar de koesterende warmte verlokte hem om zijn schenen eens wat te laten roosteren. Ineens: bonk, bonk, bonk, daar luidt het. De mis moet beginnen. De koster blaast de kaars uit, neemt ijlings de pot van het vuur en loopt naar de schemerdonkere kerk, waar de pastoor hem opwachtte aan het altaar.
"Eindelijk," zei hij, "eindelijk."
De koster verontschuldigde zich niet, hij stak eenvoudig zijn emmer uit en liet de pastoor de kwispel er in onderdompelen. Deze zette zijn "Asperge me" in en stapte de kerk door, zwepend en stroelend... maar met pap in plaats van wijwater, want in zijn haast had de koster, ocharme, de verkeerde pot van de kachel genomen!

Nog spreekwoorden over de koster...


- De koster en de pastoor zijn het zelden eens.
- Als pastoor en koster kijven, dan komen de geheimen uit.
- Neemt honderd kosters en ge hebt maar negen-en-negentig gekken, want altijd moet men er rekening mee houden dat er een dubbele gek bij is.  Dat is nu niet meer.
- Wat nu gezongen zei de koster en de kerk stond in brand.
- Kosters koe mag op het kerkhof weiden.
- 's Kosters wiek stelen.
- Hij vertelt veel waar koster of pastoor geen "ting" (of tiende) van hebben

BRON:

Pol HEYNS, "Antieke Kalenderprenten", Davidsfonds, Leuven, s.d., p.93 e.v.

donderdag 17 augustus 2017

PLATONISCHE LIEFDE e.a./ merkwaardige gravures

MAN en VROUW 16de eeuw

prenten die tot de verbeelding spraken




Cornelis TEUNISSEN,  Armoede en Weelde, in:  "Verlokking en Begeerte", Hilversum, s.d.,  dl.2 p.24.

We zien vijf personen die zich naar rechts bewegen. Een vrouw "Aermoede" met metalen tang voor de haard, de twee figuren in het midden "Sorgeloos" en "Bouer" en "Weelde" en "Gemack". Twee vrouwen en drie mannen. Op de grond ligt links een "driestael"  een stoeltje met drie poten. Armoede jaagt de twee figuren in het midden op, twee figuren  waarop werd neergekeken in de late middeleeuwen. De gewapende man en de weelderige vrouw maken zicht uit de voeten. Aan de gebouwen zien we dat de Renaissance tot ontwikkeling is gekomen.

bouer: boef, schelm of boer 


PLATONISCHE LIEFDES

zij is een valse vlag, die een verdachte lading dekt;
zij is een valse sleutel om te komen waar men niet mag zijn;
zij is de honderdste variant op de fabel van de vos, die de druiven waar hij niet bij kon, te zuur vond!
zij is het eerste stadium van een grote liefde of het laatste van een kleine liefde, maar nooit de liefde zelf;
zij is de vinger, die de gelegenheid biedt het hele land te nemen;
zij is een bisdom in partibus infidelium, als men geen parochie te vergeven heeft;

Boutades van MANTEGAZZA





Albrecht DÜRER(1471-1528),Levenslustige oude man doet een voorstel, in:  "Verlokking en Begeerte", Hilversum, s.d.,  dl.2 p.64.


Een oude man grijpt in zijn beurs om aan de opzichtige dame te betalen voor de diensten die ze zal leveren. Het paard staat er wellustig bij en de vrouw heeft een wapperend kledingstuk. De oude bok lust nog wel een groen blaadje.Rechts van de man ligt een eerder rare hoed die een verwijzing naar wellust kan zijn.Hij heeft 'tootschoenen' aan. Links in de achtergrond zien we een soort vesting die te veroveren is. De bomen hebben eerder kale takken wat kan verwijzen naar het zondige.


%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

Cornelis Teunissen
________________________________________________________________


Cornelis Anthonisz (Amsterdam ca. 1505 - 1553), ook Anthonissen of Teunissen genoemd, was een Nederlands prentkunstenaar, cartograaf en kunstschilder.Hij is vooral bekend om zijn houtsneden. Zijn bekendste houtsnede is de "Vogelvluchtkaart" van Amsterdam uit 1544, die gedrukt is met 12 blokken. Deze houtsnede was zeer populair en is nog tot ver in de zeventiende eeuw herdrukt, waardoor er verschillende versies van bestaan, zoals een versie met rechtsboven een gotisch initiaal  D, één met Latijns initiaal D versierd met plantenmotieven  en één met Latijns initiaal D met een voorstelling van koning David . (Wikipedia)


Paolo Mantegazza



Paolo Mantegazza
Paolo Mantegazza (Monza, 31 oktober 1831 – San Terenzo, 28 augustus 1910) was een Italiaans medisch antropoloog die het cocagebruik bij Indianen in Peru bestudeerde.
Mantegazza werd geboren te Monza. Hij reisde naar Peru en bestudeerde daar het gebruik van coca door inheemse Indianen. In 1858 publiceerde hij hierover een artikel: Sulle virtù igieniche e medicinali della coca e sugli alimenti nervosi in generale. Dit artikel inspireerde de Franse drogist Angelo Mariani tot het ontwikkelen van diens Vin Mariani. In 1869bezette Mantegazza de eerste Italiaanse leerstoel in de antropologie, aan de Universiteit van Florence. Hij richtte daar ook een antropologisch museum op en het Italiaanse genootschap voor antropologie. In 1871 publiceerde Mantegazza zijn 1200 pagina's tellende standaardwerk Quadri della natura umana. Feste ed ebbrezze.
Mantegazza overleed in 1910 te San Terenzo (Lerici).(Wikipedia)



zaterdag 12 augustus 2017

VERBA VOLENT woorden vliegen


in opbouw



Dit manneke werd verkozen tot president van de V.S.A. met 3.000.000 stemmen minder dan Hilary Clinton.

Er zijn nog nooit zoveel leugens vertelt door  een president
en er was nog nooit zo weinig democratie in de V.S.A.


VERBA VOLENT

In de stilte groeit het Woord
en het neemt vele vormen aan:
aarde, sterren, zon en maan
eindeloos groeit het voort.

De mens geeft het ding een naam
hij slijpt de taal tot instrument
waarmee hij dag en nacht verkent.

In de stilte groeit het Woord
en geeft stem aan vele monden
die hun waarheid luid verkonden.
Het wordt verminkt, vermoord...

Roger DeVRieNDT

Uit: "Vlaanderen", nr. 185, vierde kwartaal, 1981,  p..332

Roger (17.09.48) liet zijn eerste gedicht verschijnen in het tijdschrift Vlaanderen in 1969.
Sindsdien publiceerde hij poëzie  in verschillende tijdschriften o.a. Dietsche Warande en Belfort.
Van hem verschenen de bundels:
De zon staat in de Kreeft, 1978
Een kiemvrijtaalgehucht, 1980.
Verder verscheen poëzie in bloemlezingen:
Gedichten 73, 78, 79,
Literair Akkoord 19,
Kinderen dromen zich een wereld,
Verzenboek over de dood
Zeventig voorbij.
In 1970 werd hij laureaat van de poëzieprijs van het tijdschrift Koebel.

zaterdag 29 juli 2017

Het DUIVELS WOORDENBOEK. Hier kan Trump nog iets van leren




Amboise BERCE (1842 - ca. 1914), Woordenboek van de Duivel (The Demon's Dictionary; ook The Devil's Dictionary). De auteur was veteraan van de Amerikaanse Burgeroorlog.

AANHANGER: een volgeling die nog niet alles gekregen heeft waarop hij gerekend heeft.

BEHAGEN: de fundamenten storten voor een bovenbouw van misbruik.

EGOÏST: een vulgair persoon die meer belangstelling heeft voor zichzelf dan voor de anderen.

ENVELOP: de doodskist van een document,
                    de schede van een rekening;
                    de schil van een cheque;
                    het nachtgewaad van een liefdesbrief.

GELD: een zegening waaraan we niets hebben tenzij we het uit handen geven.
            Bewijs van beschaving[niets is minder waar] en een paspoort tot betere kringen.

GELEGENHEID: een gunstig ogenblik om teleurstelling te grijpen.

GEWOONTE: de boeien van de vrije mens.

GODDELOOSHEID: uw gebrek aan eerbied voor God.

HOFNAR: de aanklager.

INVLOED: in de politiek: een hersenschimmig quo geven in ruil voor een tastbaar quid.

KIKKER: reptiel met eetbare poten.

ONGESTRAFT: rijk.

OPPOSITIE: de patij die de regering verhindert op hol te slaan door haar kniepezen door te snijden.




Bron/

Ben SCHOTT, Schotts Curiositeiten, Het spectrum, Nederland, 2003, p.34.


zondag 23 juli 2017

Echelpoelhoeve / Achelpoelhoeve / Eckerpoelhoeve / Ackerpoelhoeve : SINT-KATELIJNE-WAVER



De hier vermelde hoeve vind je als beginbeeld van deze blog.

INLEIDENDE GEGEVENS


Kaart uit de brochure "Rozendaalhoevepad" van vzw Erf en Heem en Davidsfonds, St.-Katelijne-Waver, 1983, p. 11/12

Nummer 6 is de Achelpoelhoeve, in het kwart links onderaan. Er vertikaal erboven is Rozendaal, de voormalige abdij van de Cistercienzerinnen.

De bovenvernoemde hoeve draagt o.a. de volgende namen: "Echelpoelhoeve", of "Ackerpoelhoeve" of "Eckerpoelhoeve" of "Neckerpoelhoeve" of "Grote Verkenspoot"(4)(p.3).

De benaming "Achelpoelhoeve" komt voor het eerst voor in een akte van 6 december 1417.
De schepenen van Duffel bevestigen daarin dat Rombout vander Poorten een erfelijke jaarrente  van 2 rijnse gulden op zijn deel  van de Achelpoele in het Land van Duffel te Sint-Katelijne-Waver, groot zeven bunder, verkocht heeft aan Willem van Gheel, zaakvoerder en lekenbroeder van de abdij Rozendaal. (1)(p.67)


   Kaart uit : " Uit het Verleden van Katelijne en Waver", 1981, p.59.


DE BENAMINGEN 

POEL

Een poel is een omsloten stilstaand en ondiep oppervlaktewater. Poelen ontstaan als hemelwater zich in een laagte verzamelt of worden gegraven. Ze waren van oudsher in gebruik voor verschillende doeleinden zoals drinkplaats voor vee en opslag van bluswater.

ACHEL 
graanmaat. 1 achel = 1/8 zak en 1/8 hl.

De eerste vermelding dateert van 1139: Achile. Andere schrijfwijzen zijn Achell, Aghel, Aghelen en Aghell. Etymologisch zou de naam verwijzen naar twee Germaanse stammen: aha, water, en lo, bos, vandaar de betekenis: waterrijk bosgebied.

ECHEL
ringworm die meestal leeft van het bloed van andere dieren dat hij met zuignappen opzuigt, en waarvan een soort, de medicinale bloedzuiger, vooral vroeger werd gebruikt in de geneeskunde; ringworm die bloed zuigt; bloedzuigerGevonden op http://anw.inl.nl/article/echel

ECKER
Eckers, Ekkers: Patr. Germ. VN agi-hari 'zwaard-leger': Agiharius, Acharius (MORLET I). Evtl. var./gen. van Eckert. 1538 Claes Eckers, Zolder(VANB-).

NECKER
Te noorden van Mechelen is er de woonzone "Neckerspoel".
Necker geest van het water.

DE GESCHIEDENIS


De Echelpoelhoeve in 1983. Ze werd door de nieuwe eigenaars oordeelkundig gerenoveerd. Zie boven.

De Echelpoelhoeve of Neckerpoelhoeve -, 28 bunders groot en belast met een klein 'tiendeken', werd uit kracht van 'evictie' [ evictie of uitwinning, verkregen door vonnis bij verstek, wegens wanbetaling of niet betaling van een rente of schuld.] van Maria de Lettere, echtgenote van Eduard van Mechelen, en van Charlotte Bauwens, weduwe van Jan Sekenaerts, en haar kinderen, op 6 augustus 1675 voor notaris Bartholomeus van der Linden verkocht aan Anthonis Leyen of ten behoeve van diegene die hij zou noemen - in feite voor de abdij Rozendaal. De verkoopprijs bedroeg 22.330 gulden 14 stuivers 6 deniers, onkosten inbegrepen. (2)(p.69)
Deze aankoop gebeurde onder abdis Maria van Eywerven (Antwerpen 1613 - St.-Katelijne-Waver 1679)

De abdij kocht deze hoeve niet alleen omdat het haar paste, maar uit noodzaak om een goede 'passagie' naar Mechelen te hebben. Haar eigendommen waren gelegen in een wijde boog rond de abdij, te beginnen in Battenbroek, om te eindigen in Duffel aan de Nete.  Rond 1500 bezat de abdij 17 hoeves verspreid over Sint-Katelijne-Waver, Koningshooikt, Duffel, Itegem, Kontich, Grobbendonk, Leffinge, Reet en Wiekevorst, aangevuld met de inkomsten uit tienden in Geel, Berlaar, Pulle, Grobbendonk, Brecht, Kasterlee, Retie, Melkauwen, Kontich, Keerbergen, Heffen, Rijmenam, Ranst, Wortel, Perk, Leffinge, Lichtervelde en Aardooie.
Daarnaast bezat ze ook gronden te Waarloos, Muizen, Melsbroek, Elewijt en Mechelen en rechten op 5 wind- en 2 watermolens. Op het einde van de 14e eeuw schatte men het totale eigendom op 365 hectare. [http://www.odis.be/hercules/toonOrg.php?taalcode=nl&id=37413]

Het bezit van de hoeve, die leengoed was, zou in de volgende jaren leiden tot disputen met de markies van Deynze, heer van St.-Katelijne-Waver. Deze laatste had recht op 'pontpenningen' op het goed die door de eigenaar moesten vereffend worden. In 1705 kwamen ze tot een vergelijk.

De Echelpoelhoeve werd op 31 maart 1797 verkocht voor 46.000 livres aan Raphaël de Coster, de ex-religieus van Gent. Met welk recht verkochten de Fransen hier de kerkelijke goederen, en bovendien stalen ze de roerende eigendommen (schilderijen) van vele instellingen en gaven die nooit terug allemaal voor de zogezegde "Broedelijkheid, Gelijkheid en Vrijheid". Boerenbedrog... En Napoleon maar honderduizend soldaten opofferen uit de bezette gewesten voor de zogezegde drie voorgaande begrippen. Wanneer de verliezers grote landen zijn krijgen die wel gelijk...

Begrippen:

Bunder = 400 vierkante roeden / 100 vierkante roeden = een dagwand. Een dagwand is een oude oppervlaktemaat. Het verwijst naar de oppervlakte grond die een boer met behulp van een os en een ploeg normalerwijze in 1 dag kon ploegen, dit is ongeveer één derde van een hectare of ongeveer 3300 m².

Cistercienzerinnen: De cisterciënzerorde vindt haar oorsprong in 1098, toen de abt Robert – een Bourgondisch edelman – zijn klooster in Molesmes verliet om samen met twaalf monniken een nieuw klooster te stichten in Citeaux in Bourgondië. Dertig jaar eerder werd hij reeds abt van verschillende gemeenschappen. In 1074 werd hij hoofd van een groep kluizenaars van Colan. Een jaar later werd hij de abt van Molesme. Tussen 1090 en 1093 had Robert de abdij van Molesme reeds verlaten, om zich opnieuw bij een groep kluizenaars aan te sluiten. In 1098 kwam hij ertoe opnieuw een abdij op te richten.
De vrouwen namen echter de fakkel over en de 13e eeuw werd de Gouden Eeuw van de monialen (= vrouwelijke ordeleden). De abdij van Rozendaal vanaf 1227 deel uitmaakte van de cisterciënzerorde. Datzelfde jaar schonk Gilles I Berthout de abdij tienden in Geel, Berlaar en Slijpe en traden twee van zijn dochters - Oda en Elisabeth - in als kloosterzuster.
De cisterciënzerinnenabdij van Herkenrode was de eerste en mettertijd de grootste voor vrouwelijke cisterciënzers. Terwijl in hun kloosters het innerlijk leven en de mystiek bloeiden, kwamen de mannenabdijen tot rijkdom, vooral bestaande uit grondeigendom ten gevolge van landontginning. Monniken van de Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen te Koksijde en de Abdij van Boudelo te Klein-Sinaai hebben bijvoorbeeld grote delen van het Land van Hulst in Zeeuws-Vlaanderen ingepolderd. In Rotselaar bevond zich de abdij Vrouwenpark, waar de Beatrijslegende wordt gesitueerd.

Evictie of uitwinning: bekomen door een vonnis bij verstek, wegens wanbetaling of niet-betalling van een rente of schuld.

Pontpenningen of brugpenningen moesten worden betaald  bij de overgang van een niet-leenroerig eigendom  van de ene eigenaar naar de andere. Het kan vergeleken worden met de registratierechten in de huidige tijd bij de aankoop van een eigendom. Vroeger was dat de 20ste penning (5%) van de koopsom.

Rijnse gulden, ook rijnsgulden, overlandse gulden, eigentijdse benaming voor goudguldens die op grond van sinds 1349 tussen de keurvorsten van Keulen en Trier en vanaf 1386 tussen alle vier keurvorsten in het Rijngebied gesloten muntverdragen (Rijnlandse muntunie) tot aan het begin van de zestiende eeuw op eenparige voet en met dezelfde beeldenaar geslagen zijn.


Bronnen:

Marcel Dillen, Guido Marnef e.a., "Uit het Verleden van Katelijne en Waver", Erf en Heemuitgaven 8, 1981.
Jos Serneels sr., "Het Landbouwkundig Patrimonium van de Abdij Rozendaal. Pachthoeven te Sint-Katelijne-Waver.", Erf en Heem, 1997. (1) + (2)
Jos Serneels en Willy Van Hoof, "Rozendaalhoevepad",  ERF EN HEEMMEDELINGEN, speciale editie 1983(1), realisatie Erf en heem & Davidsfonds St-Katelijne-Waver.
Hendrik Verstraeten, "Hoge Velden", een korte historiek, 1994.(4)

woensdag 19 juli 2017

poème / gedicht / chant / lied: Bongo ...CHINAMA



Foto: André Cauvin, in: CONGO, Elsevier, Amsterdam, 1949, p.147.
Les Mangbétous, aussi bien les hommes que les femmes, 
aiment les coiffures compliquées.
Voicie une jeune personne qui à préparé ses cheveux
pour une cérémonie.

CHINAMA

Le chant des jeunes filles.

Chinama, Chinama,
La jolie fille-fleur,
De Kabougou, le chasseur,
Se rendit, le coeur plein d'amour,
au palais du puissant roi.
En chemen, elle chanta
A ses modestes compagnes:
Allons doucement, doucement,
Afin que le roi soit la
Quand nous arriverons.

Quand on lui eût dit que le roi
Etait dans ses appartements d'herbes tressées,
Elle lui envoya ses compagnes,
Avec ses plus tendres hommages
Et des présents de sa part.
Mais le roi lui envoya en retour une peau,
Au lieu d'un mets;
Ce qui signifiait que d'elle, il ne voulait.
Lentement, lentement,
Elle s'en retourna dans son village, 
En pleurant.

Chant Benia Bongo

André CAUVIN et J. LATOUCHE, "Congo", Elsevier, Brussel/Amsterdam, 1949, p.147/148

CHINAMA

Het jonge meisjeslied.

Chinama, Chinama,
Het mooie bloemenmeisje,
Van Kabougou, de jager,
Ging vol liefde,
Naar het paleis van de machtige koning.
Onderweg zong ze
haar gezellinnen voor;
Niet te vlug, rustig,
Zodat de koning daar reeds zou zijn
Wanneer we toekomen.

Ze zeiden haar dat de koning
In zijn appartementen van gevlochten grassen was,
Zij stuurde hem haar gezellinnen,
Met haar mondelinge eerbewijzen
En geschenken van harentwege.
Maar de koning stuurde haar een dierenhuid,
In plaats van lekker eten;
Daarmee  begreep ze dat hij haar niet wenste.
Traag, heel traag,
Keerde ze al snikkend,
Naar haar dorp terug.

Lied van de Benia Bongo

Vertaling Harry F.E. Vermeir




woensdag 12 juli 2017

Duffel: 80-ste kaarjesprocessie op 14 augustus 2017




Altaar van Onze-Lieve-Vrouw van Goede Wil, te Duffel.  tekening uit: "De zang der Torens, Maria in het leven van ons Volk", door Ad. Bayens, Gent, geen vermelding van de tekenaar,  1948, p.148. Foto: © H.F.E. Vermeir.
ONZE-LIEVE-VROUW van "Goede Wil", Duffel.

"De archieven van de Abdij van Tongerlo verhalen het ontstaan van de bedevaart te Duffel.
 In de oogstmaand van het jaar 1637 op 14 augustus  ontdekten twee knapen  van ca. 10 jaar, Jan MAES en Pieter VAN DEN BRANDE ,  terwijl ze hun koeien weidden in het gehucht Duffel-Perwijs, een klein beeldje in een wilgenstronk.

Pieter liep naar huis om het nieuws aan zijn vader te vertellen. Deze  was verwonderd, omdat hij een paar dagen te voren de wilg had gesnoeid en geen beeldje aan de boom had bemerkt. Benieuwd naar de uitleg van zijn zoon ,  vond hij een Onze-Lieve-Vrouwbeeldje met het kindje Jezus op de linkerarm.
Het beeld, uit grijze aarde amper een hand groot, werd in een holte van de boom vastgemaakt en het volk hield er voor dag en nacht een klein l lichtje in brand. "(1)(p.72-75)


OLV van Goede Wil, Duffel

"Een van de eerste genezingen kwam toe aan Marten VAN DEN BRANDEN, de vader van Pieter, Hij werd aangetast door wat men de "hete koorts" noemde , zodanig dat hij het bewustzijn verloor. Toen hij terug bij bewustzijn was ging hij naar het beeld in de wilg, ontstak er kaarsen en  ging volkomen genezen naar huis; later kregen zijn vrouw en zijn zoon  ook de koorts en ze werden op dezelfde wijze geholpen.
De man en de vrouw  getuigden onder ede over die genezingen voor  meier Balthasar Bals op 15.12.1637. De baron van Duffel Florens van Merode, markgraaf van Deinze, die op het kasteel van Duffel verbleef en pastoor Jan Schaluynen, deden onderzoek ter plaatse en spraken hun verwondering en bewondering uit."(2)(p.74)

 Dit wonder schonk een plotse vermaardheid aan de bedeplaats. met de zucht naar vereenvoudiging het volk eigen, noemde men weldra het beeldje aan de wilg "Onze-Live-Vrouw van de goeden Wil(g)le".(3)(p.148)

Er werd al vroeg een houten kapel rond het beeldje gebouwd.(maart 1638 - 1640). De eerste priester die er diensten leidde was Augustijn WICHMANS, een premonstrenzer, die op initiatief van de abt van Tongerloo de hulp kreeg van twee kanunniken.
Door de grote toeloop was de kapel te klein geworden.
In 1640 kwam er een stenen kapel.
Op 14.09.1937 legde kardinaal Van Roey de eerste steen voor de uitbreiding van de kapel. Jos Resseler, de toenmalige archivaris organiseerde dan een grote Mariastoet  en 's avonds een kaarskensprocessie  waarvoor 5000 processiekaarsjes werden verkocht.
Van dan af werd elk jaar een processie georganiseerd,  behalve één maal in de oorlog toen de Duitsers geen toelating verleenden.

De moderne praalwagen.
Wie versiert er mee?

De werkgroep vraagt dat gans Duffel aandacht zou opbrengen voor de kaarskensprocessie.
Men vraagt voor die dag de wijkkapelletes van Onze-Lieve-Vrouw een poetsbeurt te geven en het beeld van OLV een likje verf. Om de kapelletjes te versieren  met kransen, guirlandes en bloempjes. En om de nodige kaarsjes te doen branden. Geburenkringen steek de hoofden bij mekaar.

De processie op 14  augustus 2017.

20u30: vorming van de processie: kerkplein Bruul
20u50: opstelling van de processie tussen de kerk en de winkel van bakkerij Carl.

Processie:
vooraan: Kruis, processievlag, flambouwen en vlaggen  van Duffelse verenigingen gaan voor de trommelaars;
daarachter de deelnemers, misdienaars, priesters en de praalwagen met Mariabeeld.

21uur  vertrek achter de begeleidende poltiewagen.

Het traject:
links de Kapelstraat in, daarna rechts  Kwakkelenberg, rechts Provinciestraat, rechts Kapelstraat en voor de kerk links terug naar het Kapelplein voor de openluchteucharistie.

Standen:  wat is er te koop?
kaarsjes en windkapjes, Mariabeeldjes, medailles e.a. kerkelijke zaken.

Contacten
Pastoor Jan De Kinder  Tel.: 015 /31 15 86
P.R. Louis Van Nylen     Tel.: 015/ 31 33 51

Begrippen:
Hete koorts: wanneer de verhoging van de lichaamstemperatuur het gevolg is van warm weer of van oververhitting van het lichaam. In zo'n geval heeft het geen zin om geneesmiddelen in te nemen, de persoon in kwestie moet namelijk zo snel mogelijk afgekoeld worden. Dat kan gebeuren met water of met ijs, zaak is in ieder geval dat de lichaamstemperatuur opnieuw naar omlaag gaat.
In de ergste gevallen van oververhitting van de lichaamstemperatuur kan de persoon in kwestie verward worden of zelfs bewusteloos vallen.



Geraadpleegde studies:

Ad. Bayens,  "De zang der Torens, Maria in het leven van ons Volk", Gent, geen vermelding van de tekenaar,1948.(3)
Jan De Kinder (pastoor)  en Louis Van Nylen,  "Duffel 80ste kaarskensprocessie", in:  Het klokje,  weekblad, jg. 4, nr.28, 12.07.2017.
Stefanus Schouten, "Maria's Antwerpen", 1905, derde verbeterde druk.(1)+(2)