Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

zaterdag 20 april 2019

Iconografie van Pasen "Zalig Paasfeest" "Joyeuses Pâques"



Het Paasfeest is één van de grootste feesten.
het feest van de lente
het feest van de lentebloesem
het feeest van het versierde ei
het feest van de schaapjes
het feest me de paashaas
het feest van de heropstanding
het feest van de paaseieren kleine of grote
die door de klokken van Rome worden gebracht
het feest waarop de klokken beieren
Er werden zelfs paaseieren gebracht met een drone waarin een klok was verwerkt,
door het  licht schuin houden van de drone vielen de paaseieren er uit.
het feest van de onsterfelijke muziek van Bach
het feest van de familie
het feest waarbij de kerken vol zitten

©  H.F.E. VERMEIR

 Postkaart van onmiddellijk na WO II. De opdruktekst in het Frans maar in het Nederlands kwamen die evengoed voor. Verstuurd door Lily naar Juffrouw L. Dierckx, 15 Herenthalsestraat , Turnhout.
Tekening A. Collino

© H.F.E. VERMEIR
Wenskaart verstuurd in Brussel in 1946 door Pitchoune aan La famille Blanpain, 69 Rue Joseph Claes, St Gilles Bruxelles. Uitgave NMM

De Paasmis viert de verrijzenis van Christus


http://chapelvoicesantwer-wixsite.com/chapelvoices

Deze Antwerpse stemmen zingen op een hoog niveau en zouden niet misstaan op Brava.


©  foto: H.F.E.  VERMEIR
Paasviering in St.-Rombouts te Mechelen. Na de eucharistie biedt de diaken paaseieren aan.

donderdag 18 april 2019

Mechelen Meubelstad waar is de tijd NOVA


IN OPBOUW

Mechelen was einde 19de eeuw en in de 20ste eeuw tot 1980, de meubelstad.

Er bestaan oude foto's waarbij langs de Dijle stoelen ter plaatse gemaakt op karren worden gereden naar schepen op de voornoemde rivier. Ook het typisch gebeeldhouwde meubel was aanvankelijk zeer populair. Meubelen met leeuwenkopjes, met glas in lood en de typische dubbelkasten. daar blijft niet veel van over.

Na WO II evolueerde de meubelnijverheid door het gebruik van fineerhout naar goedkopere meubels die een plaats kregen in de zich ontwikkelende consumptie maatschappij. De kleine ambachtelijke bedrijfjes ontwikkelden zich tot grote bedrijven op zoek naar moderne know-how en massaproductie.
Eén van de bedrijven was NOVA aan de Neckerspoel in de buurt van het station.

Ze gaven een map uit waarin een honderdtal invoegblaadjes zaten ter promotie van hun meubelen.



Dit was de eerste insteekkaart met info over het bedrijf.
Links zien we de werkhuizen van toen, gelegen aan de Goede Herder. Einde 20ste eeuw werden die overgenomen door de stad Mechelen.
Rechts zie je het toenmalige gebouw, waarin de meubelen min of meer stijlvol werden voorgesteld.
De zaak werd door de grote toeloop te klein en er werd een grote toren bijgebouwd, toren die te hoog was en vele jaren later werden daar enkele  verdiepingen van verwijderd. Op de bovenste verdieping was een aangename bar en beneden was een tentoonstellingsruimte voor kunstenaars.
Het gebouw werd  in het vier part van de 20ste eeuw Speelgoedmusum onder impuls van o.a. Jef Heylen.


Daar in de tijd er nog niet teveel personenwagens waren zette het bedrijf in op de spoorwegen maar ook op het zich ontwikkelend autoverkeer om bezoekers te lokken. Bovendien betaalde met de reiskosten terug. Het werd op die manier voor de doorsnee mensen ook een uitstapje.

De meubelen trokken aanvankelijk nog op het vroegere Mechelse meubel.

Hier wordt de eetkamer ORVAL in massieven eik gepresenteerd. Marie Tudor-stijl .

Bestaat uit: dressoir 215 cm.  - vitrine-meubel 125 cm. - tafel met verlengsels 160 x 95 cm - 6                                     gestoffeerde  stoelen.

De naam verwijst naar de plaats Orval met het vermaarde klooster.


Hier heeft men het verleden achter zich gelaten om een modern meubel te produceren.
eetkamer nr. 20 in mahonie met ahorn-half-gepolijst

Bestaat uit: dressoir 200 cm. - barmeubel 110 cm. - tafel 145 cm x 90 cm - 6 gestoffeerde stoelen.

Men gaat niet meer op zoek naar oude benamingen maar neemt gewoon een getal.
Andere houtsoorten komen aan bod. Toepassingen van fineerhout met een gepolijste bedekking. De grootte van de meubelen vermindert. Deze meubelen moeten terecht kunnen in kleinere ruimten.


Salon nr. 105 bis

Bestaat uit: 1 driezitsbank - 1 zetel - 1 bergère(opgevulde leunstoel) - met tafel Filip en schemerlamp Tudor BR. Bij de tekening  vinden we J. Scheerlinck.
We zitten hier in de klassieke stijl met imposante zetels. De schemerlamp heeft lange tijd vele meubels overleefd.


Bankstel Hermine

Bestaat uit: 1 driezitsbank en 2 zetels met salontafel nr. 5

Hier schakelde men over naar een gedurfde vormgeving. Dit moet een successalon geweest zijn.


Slaapkamer nr. 284 in eik- half gepolijst.

Bestaat uit: kleerkast 220 cm. -  toilettafel 130 cm. - bed 265 cm. x 210 cm, met ressort en 2 nachtkastjes 
Bij de tekening  vinden we J. Scheerlinck.

Er is overvloedig fineerhout gebruikt terwijl de oppervlakte gepolijst plakhout is.


Slaapkamer nr. 305 in kersen gepolijst

Bestaat uit: kleerkast 230 cm. - toilettafel 130 cm. , bed met ressort 160 cm., en twee summiere nachtkastjes. Bij de toilettafel nog een moderne lampenstaander en een bijpassend zitje.
Bij de foto  vinden we J. Scheerlinck.

Helemaal Ten onder gegaan.
Maar toen verscheen Meurop in Rijmenam.
Daarna kwamen de Zweedse meubelen op de markt...
en dan de doe-het-zelf meubelen, waarvan het ineenplaatsen niet altijd eenvoudig was.

vrijdag 12 april 2019

kleurenprent OP SINJOOR uit oude sigarendoos WINDELS Mechelen








 Prent uit de sigarendozen van het Huis Windels op de IJzerenleen te Mechelen.

Op de prent zien we in t' groot " OP SINJOOR"
 Sigarenfabriek Mechelen
In het ovaal zien we de initialen HL (?)
Op de rand van het ovaal rechts GJ en links het wapen van Mechelen
Onderaan rechts nr. 154

De prent werd in een rechthoek andere werden  in een ovaal weergegeven.

In het MIDDEN van de prent zit de rokende "Op sinjoor" op zijn kist aan de Steenweg
voor de St.- Romboutstoren , waarachter de maan komt piepen, verwijzing naar de "Maneblussers".

Op de prent zijn vier onderdelen/activiteiten  van de tabak uitgebeeld:
links boven: twee arbeiders dragen tabaksbladeren, die moeten dragen, in een typisch koloniaal landschap
rechts boven : het stoomschip ligt gereed om de balen 4487, 88, 89, 90 Deli My te laden op het stoomschip
links onder: de bladeren worden hier bewerkt en gerold tot sigaren. 5 arbeiders aan het werk aan een speciale tafel
rechts onder: de sigaren worden in een houten kistje, met zo'n prent als hierboven, gelegd. De dozen worden opgestapeld.
De houten doosjes  bevatten naast de sigaren en de prent de volgende tekst:

Premium Selection
Oud Mechelen
100% tabak  Senoritas

De tabak werd schijnbaar ingevoerd uit Indië, hoewel de sigaren uit Cuba waren zeer gegeerd en er werd ook tabak geteeld in Wallonië.

Bovenaan de prent ere-munten toegekend  op gerenommeerde  economische beurzen te Brussel, Parijs, Londen e.a., uit het einde van de 18-de eeuw en het begin van de negentiende eeuw.

Een mooie prent: kleurrijk, met goudopdruk  en rijk versierd.
Deze prent heeft nog enige waarde: € 6

De zaak WINDELS op de IJzerenleen  was de gerenommeerde  tabakszaak te Mechelen , opgericht in 1875.

woensdag 3 april 2019

Heemkunde Gouwtijdschrift 2019/1 Provincie Antwerpen

in opbouw

 Inhoud

"Het land tussen Kerstmis en Pasen" van Ludo Helsen

“Voorzitter ,” zei de man die bij me had aangebeld terwijl ik de deur opende en hem binnenliet. “ Voorzitter , ik woon nabij een van jullie kleine musea en soms schrijf ik wat ideeën en indrukken bij elkaar en wanneer ik ze mooi vind lees ik ze voor aan de bibliothecaris van ons dorp en die zei bij mijn laatste teksten dat ik die toch eens zou moeten publiceren”. Ik keek hem aan : “en dan ? Waarom kom je er hier mee aan? Wij geven geen belletrie uit .”
“Jullie geven toch een tijdschrift uit? “ repliceerde de man.
“Ja , “ antwoordde ik , “ maar dat gaat over vroeger , over zaken uit het verleden , over het beleid van vroeger...”
“ Wel , daar gaat mijn tekst over , over vroeger , het beleid van vroeger, want iets van drie maanden geleden is toch ook reeds vroeger?
Ik,bekeek de tekst die hij me gaf . Ik las langzaam :
Het land tussen Kerstmis en Pasen!     .......


(verder lezen in het bovengenoemde tijdschrift, te bestellen : lenhthuis@hotmail.com)




"Jozef Weyns en Bruegel - Het rookhuis en het wafelijzer"

 Willy Bens  en Katelijne Weyns


In juni 2017 nam de vzw Speelbergen-Heem-Dr Jozef Weyns deel aan de ‘Heemkunde Zondagen’, georganiseerd door Heemkunde Gouw Antwerpen, onder de titel ‘Haard en Heem, over lang vergeten huisraad en betovergrootmoeders gerechten’. Dit ging door op het domein Ter Speelbergen, Peredreef 5 te 2580 Beerzel-Putte, het landhuis door Dr jozef Weyns ontworpen en gebouwd, nu de thuishaven van vzw Kempens Landschap.
De wetenschappelijke basis van de tentoonstelling vonden wij in het levenswerk van Dr Jozef Weyns ‘Volkshuisraad in Vlaanderen’ en in zijn overige publicaties.
Verschenen in het Gouwtijdschrift 2019/1, p.3

In de haarden hebben we haardgerief tentoongesteld en op de zolderhal hing de volledige haaluitrusting van de Kempen omhoog, zoals afgebeeld in Volkshuisraad in Vlaanderen, deel I, Haardgerief, Hfdst. 1 blz. 31-33 en blz. 118.

(vervolg in het voornoemde tijdschrift)

"Wijnegemse heemkundigen effenen het pad voor nieuwe Bruegelinterpretatie"

Leo Spaepen


‘Leve heemkring Jan Vleminck!’

Zo schreef de VRT-nieuwsdienst op 15 september 2018 boven een bericht op zijn website. Ook in een filmpje op www.bruzz.be en in de gedrukte pers werd de Wijnegemse heemkring, en vooral Raymond Correns (1922-2016), volop in de schijnwerpers geplaatst. De reden? Een medewerkster van het Brusselse Museum voor Schone Kunsten, Tine Meganck, kondigde een nieuw boek aan waarin ze, zich baserend op onderzoek van Wijnegemse heemkundigen, de stelling verdedigde dat De Volkstelling te Bethlehem eigenlijk een cijnsinning in Wijnegem voorstelde en dat dit beroemde paneel van Pieter Bruegel de Oude bovendien was besteld door Jan Vleminck, de ‘patroonheilige’ van de lokale heemkundige kring.
Bij zijn stichting in 1964 had de Wijnegemse heemkring inderdaad de naam aangenomen van deze rijke Antwerpse koopman, bankier, factor van de Spaanse koning Filips II en Neolatijns dichter uit het midden van de zestiende eeuw (+1525-1568). Jan Vleminck had zijn ‘hof van plaisantie’ gevestigd in een kasteel dat zijn grootvader in 1530 had laten bouwen in het huidige gemeentepark en verkreeg de titel ‘heer van Wijnegem’. Van zijn renaissancekasteel, dat rond 1845 werd afgebroken, rest vandaag alleen nog het voorgebouw met duiventoren, de zogenaamde Vlemincktoren. 

(vervolg in het genoemde tijdschrift)


Onze maatschappij in beeld
IDENTITEIT
Lodewijk Weyns

In Beerzel zeggen ze ‘gelak ge za, zaare’, zoals ge zijt, zo zijt ge.
Aan de mensen die mij als psychiater consulteren, herhaal ik meermaals dit Beerzels gezegde en voeg er aan toe dat deze spreuk boven de ingangsdeur van mijn praktijk staat, bij wijze van spreken. Dit gaat over identiteit en daar heeft ieder mens recht op, niet alleen die van Beerzel.
In het spoor van mijn vader, noem ik mij vanzelfsprekend een heemkundige.
In de heemkunde draait het om identiteit.
Mijn omgeving, familie, voorouders, dorp, stad of streek en land maken mij tot wie ik ben.


In de psychiatrie zegt men het zelfde: genetische factoren en omgevingsfactoren bepalen het zijn van de mens, maken zijn identiteit. Identiteit is geen statisch begrip C.G. Jung spreekt over het individuatieproces: tijdens zijn leven heeft de mens nog een hele weg te gaan om te worden wie hij uiteindelijk is. Het leven geeft hiertoe heel wat aanzetten door al de wederwaardigheden die een mens tegenkomt of veroorzaakt en door onbewuste drijfveren die ons meer dan vermoed verwikkelen in het bestaan. Identiteit is een wordingsproces.

(Vervolg te lezen in het voornoemde tijdschrift )

vrijdag 22 maart 2019

Gouwdag van Heemkunde gouw Antwerpen 30.03.2019 te Westerlo





HEEMKUNDE GOUW ANTWERPEN vzw
Statutaire algemene vergadering
Zaterdag 30 maart 2019, gouwdag 2019 te Westerlo

Plaats: Torenhof, Geneinde 1, 2260 Westerlo..:/54.43.91
Contact: Paul Hermans,
voorzitter Heemkring Ansfried Westerlo vzw.
info@hkansfried.be - Tel. 0498 503097.

Ruime parking ter plaatse of op de parking van de abdij van
Tongerlo die zich er recht tegenover bevindt.


Inschrijven bij: Ward De Preter, penningmeester gouw.
Donkerstraat 23, 2820 Rijmenam.
warddepreter@hotmail.com - Tel. 0475 969126.
OPGELET inschrijven vóór 23 maart!

Bij de inschrijving graag vermelding van uw kring en de namen van de deelnemers om de badges voor te bereiden.
OPGELET:

Uw inschrijving is pas definitief na betaling op rekening
BE16  7343  4120  4074 van Heemkunde Gouw Antwerpen vzw.


Programma:
09.15 uur       Onthaal van de deelnemers in de ‘Torenzaal’ koffie en gebak.
10.00 uur       Aanvang van de statutaire algemene vergadering.
10.30 uur       Intermezzo en daarna voordracht door Kris De Winter:
                                   ‘Kasteelheren versus Norbertijnen’ de strijd om de macht!
12.00 uur       Middagmaal ter plaatse in zaal: ‘Torenzaal’.
14.00 uur       Opdeling in 2 groepen:      
            -Groep 1: brengt een gegidst bezoek aan de abdij van Tongerlo.
            -Groep 2: brengt een bezoek aan Westerlo (opgelet wandeling!) en het kasteel-gemeentehuis.
16.30 uur       De deelnemers verzamelen aan het gemeentehuis van Westerlo voor de slotzitting.
                        Na de slotzitting wordt er een receptie aangeboden door het gemeentebestuur Westerlo.

ALGEMENE INFO:
Deelname in de onkosten: -Enkel voormiddag: 5 €
                                                           -Ganse dag, inbegrepen het middagmaal: 35 €
De deelnemers worden automatisch bij groep 1 ingedeeld, tenzij je uitdrukkelijk bij de inschrijving laat weten dat je bij groep 2 aanwezig wil zijn!

Parkeren aan het gemeentehuis doe je best aan het zwembad en bibliotheek in het Kasteelpark.
Rij langs de Hollandsedreef, en sla dan links af naar het Kasteelpark waar ruime parkeerplaatsen zijn. Dit is achter het kasteel-gemeentehuis.

SPORTA

Vzw

vrijdag 1 februari 2019

Het gat in onze Belgische / Vlaamse Cultuur "BRUEGHEL Pieter"






Het KMSKB organiseert een tentoonstelling over de "Gouden Eeuw" in Nederland....

Knap maar  ook NIET !!!!!!!

Pieter Breugel, de Oude ( ca. °1520-25 tot +1569),
na Rubens onze belangrijkste schilder, is dit jaar 450 jaar overleden.

Er was een prachtige tentoonstelling in Wenen, maar er is er GEEN  in België, noch in Vlaanderen.

Ik zocht ook contact met de VRT of ze een documentaire zouden maken, maar ook dat niet.

Foei, foei, foei .... als het over volkscultuur gaat is er geen geld, maar als het over Rubens en de Barok gaat is er heel veel geld. Dat is een schilder van de "high-live" en dan kan er veel meer.

Foei aan de zogenaamde Vlaamse partijen, maar volkscultuur daar hebben ze schijnbaar geen oog voor.
Dit wil niet zeggen dat er plaatselijk niet over deelthema's van het werk van Breugel tentoongesteld wordt, zoals Bokrijk, Gaasbeek enz...

donderdag 31 januari 2019

Gedichtendag 2019 ZEEKLACHT



Noordzee. Foto eigendom H.F.E. Vermeir

ZEEKLACHT

Het water van de zee is altijd zout,
Hoe men de suikerpot ook mag hanteren,
Geagiteerd over het strand marcheren,
Terwijl de wind de brandingkoppen krauwt;
Een borstbeeld hakken uit scheepstimmerhout,
Des nachts, in droom, met meerminnen verkeren,
Tarbot fileren of Neptuin vereren:
Het water van de zee is altijd zout.

Daar helpt geen moederlief, geen vaderstout,
Geen bokken, dokken, knokken of gekscheren,
Geen brein van boterkoek, geen hart van goud:
Of men voor dames voelt of meer voor heren,
Het water van de zee blijft altijd zout.

C. Buddingh

Uit: "communicatie 4", van Guy Meus, Frans Van den Eynde en Guido Van Puyenbroeck, Nederlandse Boekhandel, Kapellen, 1984, p.42.

donderdag 24 januari 2019

VLAAMSE BEGIJNHOVEN 20 jaar Werelderfgoed Mechelen






De kerk werd tussen 1629 en 1647 gebouwd. de eerste bouwmeester was Jacob Franckaert, die vanaf 1640 werd opgevolgd door Lucas Fayd'herbe. Het gebouw is een merkwaardige schepping van de barok. De muren zijn ook nog geschilderd in de zo typische kleuren uit de tijd van toen. Dit vind men nog in weinig kerken terug.
De kerk is toegewijd aan Sint-Alexius en Sint-Catharina.

Men is nu bezig aan de renovatie binnenin. Langs de buitenzijde is ze af.
Maar daardoor kon men de tentoonstelling over "Vlaamse Begijnhoven" daar niet brengen.




Dit is de folder die de reizende tentoonstelling moet aankondigen.
Maar de tentoonstelling is niet in de Begijnhofkerk maar wel in de Sint-Katelijnekerk, die zich op 200 meter van de Begijnhofkerk bevindt.

foto uit: "Zo was...Mechelen" van Marcel Kocken, Antwerpen, 1972, p.45.

Hierbij de gerestaureerde kerk van de Heilige Catharina te Mechelen
De Mechelaar gebruikt de typische Vlaamse naam "Sinte Kathelijne" hoewel de latijnse vorm "Catharina" gebruikelijk schijnt te zijn. Catharina is een veel voorkomende heilige  voor heel wat kerken in de westerse en oosterse kerk.
Al in 1280 stond op de plaats van de kerk een kapel toegewijd aan de H. Catharina. Door de nabijheid van het Begijnhof (toen buiten de muren ; nu de Begijneweiden geheten, maar volgebouwd) groeide de bevolking zo aan dat een grote kerk nodig was. De bouw begon in 1366 en hij werd in 1343 ingewijd. In het midden van de 15de eeuw kreeg de kerk haar huidige envergure door het jubeljaar 1451 van Paus Nicolaas V.
De kerk bevat een aantal waardevolle voorwerpen.

De tentoonstelling over de begijnhoven kreeg een plaats vooraan links in de kerk, de algemene context over "Vlaamse Begijnhoven" en rechts de parochiaal gebonden activiteiten van het voormalige begijnhof. Wij waren er op zondag en er was heel wat volk in deze tot 14 graden verwarmde kerk. De vrijwilligers van Mechelen verzorgden de permanentie.

Bij Halewijn verscheen er een boek over begijnhoven. Evenwel niet te koop op de tentoonstelling.

Nog enkele gegevens over de Mechelse begijnhoven.
Het Grootbegijnhof  ontstond in de 13de eeuw buiten de stadswallen maar werd tijdens de Godsdienstoorlogen voor het binnenkomen van de protestanten door de stad om veiligheidsredenen afgebroken. De begijnen kochten dan maar panden binnen de stadswallen  in de buurt van de Nonnenstraat  en de stadsvesten. Het Grootbegijnhof werd zo weer opgericht. Dit begijnhof bestaat nog maar zonder begijnen. De Acht-Zalighedenstraat en de Hoviusstraat behielden nog goed de vroegere sfeer.
Vele conventen behielden nog de authentieke gevels  en gevelstenen  met daarin de oude naam:
Convent Elisabeth van den Brande - anno 1613
Convent van van die thien Gheboden
Dansijnsconvent
Baeckx convent
Convent van de Acht Saligheden
Convent van Coeckelberg ...

Daarnast is er ook nog een Kleinbegijnhof, gelegen min of meer rond de Sint-Katelijnekerk.

convent: begijnhuis waar verschillende begijnen samenleefden  o.l.v. een overste

Bron:

Marcel KOCKEN en Annelies DE MEY, Steden van België: Mechelen, Mechelen, 1987, p.74.

vrijdag 18 januari 2019

Engel(l)and - Holda - de ziel - de sleutel is gebroken - het licht



Het begrip Engelland of Engeland komt nogal eens voor in eigennamen in Vlaanderen.

Daarbij wordt wel eens gedacht dat het over een deel van Groot-Brittannië gaat. Niets is minder waar.

Wij gaan daarbij op zoek naar oude kinderrijmpjes in :"Vlaamse aftelrijmpjes" van Ferdi Van de Vijver, uitgegeven door  "Gitschotel" '35, s.d.

Vele kinderrijmpjes zijn gebaseerd op oude Germaanse heidense begrippen.

De basisbegrippen:

- de reis naar Engelland
- de sleutel is gebroken
- Holda
-de ziel
-het licht
- het glazen huis

Er wordt in een aantal rijdansjes verschillende keren gesproken over " een reis naar Engelland ".

Kroene kranen, witte zwanen,
Wie wil er mee naar Engelland varen?
Engelland is gesloten,
De sleutel is gebroken.
In Engelland
Daar stuift het zand
Daar luiden de klokjes: boem!
Wie woont in het glazen huisje?
Een oud vrouwtje.
Wat doet ze met die haartjes?
Touwtjes vlechten, ...

Gezongen in Zeveneken
kroene: kronen

Beklijvende begrippen  van het rijmpje uit Gelderland.(1942)

- kraanvogels zijn bekend als kindjesbrengers. Het wit is daarbij symbool tussen de wereld van de geesten en de wereld van de mensenziel. (1)(p.42)
- zwanen werden gezien als zielenvervoerders.(1)(p.87)
- naar Engelland varen (reizen)
- de sleutel is gebroken
- het glazen huisje
- een oud vrouwtje: de doodsgodin Holda (Germaans)
- zij spint en waakt terwijl over de zieltjes

Ook in Mechelen werd dit rijlied gezongen.
Mijn vrouw José Tonnoeyr , ° 1939 (80 jaar), zong het in de lagere school, waarschijnlijk  onmiddellijk na WO II.
De kinderen stonden op de speelplaats opgesteld in twee rijen en zongen:

eerste rij:
Witte zwanen, zwarte zwanen,
Wie wil er mee naar Engelland varen?
tweede rij:
Engelland is gesloten,
de sleutels zijn gebroken.
eerste rij:
Is er dan geen smid in 't land
die de sleutels maken kan ...
tweede rij:
Laat door gaan, laat door gaan, laat door gaan... wie achter staat moet voorgaan.




De reis naar Engelland

Engelland is het hemelse lichtland waar Holda en de zielen wonen. ( vlgns Bjöme blz. XI)
Onze voorouders dachten dat achter de wolkenbronnen, bedekt door wolkenbergen, een hemels zielenrijk lag, beschenen door een wonderlijk licht.  In dat licht groeien de wonderlijkste gewassen en de mooiste vruchten.. Het gesloten Engelland kan als volgt verklaard worden, In de eerste plaats waren het de demonen van de winter,  die de zielen  die de godin Holda verzamelde gevangen hielden = die ze in het rijk van het licht opsloten. In de lente werd de godin vrij "zij vaarde naar Engelland" en dat was aangenaam en vreugdevol. (DR. Mannhardts, Mythenforschungen, blz. 455)

Engelland is het lichtland , het zielenrijk, het Germaanse dodenrijk. Dit zielenrijk is niet altijd toegankelijk
 Gedurende zeven maanden houden demonen 's winters de godin en de zielen gevangen en Engelland gesloten. In de lente worden zijn bevrijd.

Holda: Germaanse, doodsgodin  en windgodin, een oud vrouwtje dat spint en waakt over de zieltjes.
            Zij woont in de lichtstad / het lichtland achter de wolken.
            Zij wordt ook nog vermeld als "Anna-met-de-Lappen", "Hanneketoverheks".
            Als attribuut heeft zij de hond. Onder de naam Gamur  bewaakte hij het dodenrijk of Helheim.

De zielen wonen in het lichtland. In de Germaanse cultuur  was de ziel een wezen, los van het lichaam, dat dit naar willekeur kon verlaten. Dit kwam o.a. 's nachts voor waarbij de ziel  de vorm aannam van een klein dier: bijvoorbeeld een muisje dat uit de mond kroop, en 's morgens langs dezelfde weg terug kwam.
Bij de geboorte van een kind koos de ziel een verblijfplaats. Bij overlijden verliet de ziel het aards omhulsel.
De zielen die tijdelijk geen verblijfplaats in een lichaam vonden, verbleven in een soort paradijs, een  schone gaarde met bloemen en vogelzang waar de doodsgodin, door zielen omgeven, zat te spinnen. Dat zielenrijk was Engelland. (2)(p34)
Vermelden we hier nog de "Wilde Jachten". Dat waren de zielenlegers van  Wodan, Holda, Berchta ... die zoefden  door de lucht  in de periode van de dertien dagen, tussen  Kerstmis en Driekoningen en bevatten de zielen van ongedoopten,  vroegtijdig gestorvenen, zelfmoordenaars  en degenen die buiten de sacramenten leefden.(1)(p.204)

De sleutel, was de toegang tot Engelland, een speciale sleutel, n.l. een beentje of knokkel, waarvan de ziel, die het lichaam van de overledene verliet, zich gemakkelijk kon toe-eigenen.




Bronnen

Eddy Valgaerts en Luk Machiels, De Keltische Erfenis, Riten en symbolen in het volksgeloof, stichting Mens en Kultuur, Gent, 1992.(1)
Ferdi Van de Vijver, Vlaamse aftelrijmen, p.11-82, in:  "Gitschotel 35", Heemkundige Vereniging Borgerhout, s.d. (2)(p.34)

zondag 6 januari 2019

Vierkoningen Guido Van Doorslaer Driekoningen 6 december



Enkele jaren geleden kochten we op een rommelmarkt een prachtige linosnede. Die trok onze aandacht doordat er vier koningen staan op afgebeeld.


De gravure " De vier koningen" van Guido Van Doorslaer (Mariekerke a/d Schelde), 1970.
Foto: José Tonnoeyr

Op de prent zien we de koningen die van huis tot huis gaan met hun ster. Het zijn bedelaars. Het geheel is  gesitueerd in Mariekerke.

Rond de vier koning ontstond  ca. 100 jaar geleden een volksverhaal dat ik graag zou lezen in het origineel.
Wie bezorgd het?
We vinden in Vlaanderen ook een aantal zaken die de "Vier Koningen" heten.

De kunstenaar

Guido Van Doorslaer (Antwerpen 1943 -    )  

De voormalige architect is al zijn hele leven lang in de ban van kunst en cultuur. Zo richtte hij onder andere mee het bekende Passiespel ‘Christus aan de Schelde’ op. Medestichter van verschillende culturele verenigingen, bezieler van het Passiespel, muzikant, karikaturist, componist, beeldend kunstenaar, driekoningenzanger,... De lijst met talenten van Guido Van Doorslaer is lang. “Ik word er door mijn wederhelft op tijd en stond op gewezen dat ik met veel dingen tegelijk bezig ben. Maar Mariekerke is een gevaarlijk dorp: als je hier één initiatief durft nemen, krijg je meteen levenslang”, grapt Van Doorslaer. Succes sinds 1971 “Men kwam met nieuwe ideeën ook steeds bij mij aankloppen. Zo kreeg ik vanuit cultuurkring De Meivis plots de vraag om de regie van het Passiespel voor mijn rekening te nemen. Hoewel ik helemaal geen ervaring had, besloot ik me daar eens aan te wagen. Als architect focuste ik me vooral op de taferelen, die ik met klank en licht zo perfect mogelijk wou maken. We hadden nooit gedacht dat onze eerste opvoeringen in 1971 zo’n succes zouden worden. Meteen kwam er een tweede editie, en nu nog steeds palmt het Passiespel om de vijf jaar de kerkberm in Mariekerke in en ontvangen we duizenden toeschouwers.”
Het logo van het evenement, het ‘Zeemeerminneke’ van Mariekerke, ontwierp hij ook.
Hij kreeg de gemeentelijke cultuurprijs in 2016.

Omgangstraat  26 , 2880 Mariekerke