Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

vrijdag 13 juli 2018

Over de ambten in een kapittel V.B. St.-Romboutkathedraal



Koor van de Kathedraal van Sint-Rombouts(Mechelen),sterkwaterplaat F. Giele, Leuven, 1924.(zie onder A. Croegaert)

Vandaag, 25 juli (krantenknipsel, jaartal?)

"Notger, de Luikse bisschop, stichtte anno 972 in de kerk van de H. Rumoldus te Mechelen 12 kanunnik-prebenden, die het oorspronkelijk kapittel vormden. Mettertijd werd dit aantal opgevoerd.
 Aan het hoofd van dit kapittel stond de proost; verder behelsde het een deken, een aartsdiaken, scholasters en penetenciers.
 Het kapittel van Sint-Rombouts was oorspronkelijk collegiaal; na het tot stand komen van het aartsbisdom Mechelen, in1559, werd het een Metropolitaan kapittel. Toen werd het proostschap afgeschaft en aan de waardigheden van deken, van cantor en van aartsdiaken van een prebende verbonden.
 Bij pauselijke bulle van het jaar 1801 werd het oud St.-Romboutskapittel vernietigd; doch de kardinaal werd tegelijk gemachtigd tot her inrichting. aartsbisschop de Roquelore herstelde het Metropolitaan kapittel in 1803, echter zonder waardigheden. Slechts  op 25 juli 1836, op verzoek van het kapittel, schonk Kardinaal Sterckx nieuwe statuten waarbij het dekenschap, het archidicaat en het cantorschap hersteld werden."



De volgorde in de katholieke structuur:
de paus, de kardinaal, de aartsbisschop, de bisschop, de hulp-bisschop, de kanunnik,  de deken, de pastoor, de onder-pastoor, de kapelaan  allen mogen de eucharistie opdragen en niet trouwen
de diaken,

aartsdiaken: 1. priester die een bisschop bijstaat, thans nog alleen assistent bij een priesterwijding (eretitel) 2. Anglicaanse Kerk plaatsvervanger van de bisschop.
bul(le): [Lat. bulla, balletje, zegel] a. groot zegel aan een oorkonde b. de oorkonde zelf: pauselijke -; gouden -; met een gouden zegel 'Gouden Bul'
cantor: [Lat. cantare, zingen] 1. (voor)zanger 2. koorleider bij kerkdiensten of leraar aan een kerkelijke muziekschool
deken: [decaan] a. overste van een kapittel van kanunniken b. priester met het toezicht over een deel van een bisdom belast.De Deken staat boven de pastoor in de hiërarchie van de kerk.
diaken: [Gr. diakonein, dienen]
katholieke geestelijke  die het diaconaat heeft ontvangen:  de - draagt de stool over de linker schouder en de dalmatiek. De diaken mag de eucharistie niet opdragen en mag getrouwd zijn. Hij staat onder de pastoor, de onder-pastoor of de kapelaan.
kanunnik:  [Lat. canonicus, priester die volgens de canones d.i. de kerkelijke regel gemeenschappelijk met  met andere priesters leefde] naam of titel van geestelijke die lid is van het (kathedraal)kapittel: de onderscheidingstekenen van een - zijn superplie en mozetta; reguliere, seculiere -en. Hi staat boven de deken.
kanunnikenbank: koorgestoelte
kanunnikes: naam van sommige koorzusters
kapittel: [Lat. capitulum (< caput), klein hoofdstuk)]
 bijeenkomst van een college van kanunniken; een - houden, in het - zitten, er lid van zijn; het - van een kathedraal (gezamenlijke kanunniken)
prebende: [Lat. praebenda, te leveren dingen]  1. inkomen uit een kerkelijk goed  of een kerkelijke bediening. 2. kerkelijke bediening of titel, waaraan een zeker jaargeld is verbonden.
proosdij: ambt van proost. 2. woning van een proost.
proost: [Lat. praepositus, aan het hoofdg estelde] 1. deken van sommige kapittels van kanunniken 2. geestelijk raadgever van een vereniging.
rector: de verantwoordelijke geestelijke  E.H. Wieland van de Hanswijkbasiliek te Mechelen heeft de titel van rector
1.  directeur van een gymnasium of een jezuïetencollege
2. kat. a. geestelijk leider  van een klooster, een gesticht, enz...
            b. voorzitter van een academische raad
scholaster: schoolopziener van de geestelijke stand. 2.[ o.i.v. kritikaster of een dergelijk woord] bekrompen schoolmeester, schoolvos.

Bronnen:
Verschuereens MODERN WOORDENBOEK, Standaard uitgeverij, Antwerpen/Amsterdam, 2 dln, 1979.
A. Croegaert, Terug naar de Liturgische Godsvrucht, Congres te Mechelen, priester Jubileum Kardinaal Mercier, Mechelen, 1924.
Het doucumentair-archief van H.F.E. Vermeir, Sint-Katelijne-Waver

donderdag 5 juli 2018

'n GEDICHT/ POEZIE Marcel Vanslembroeck "De eerste steen"


Hortus Conclusus , gravure, 1481

Houtsnede van een Haarlemse snijder, De Ziel betreedt de Tuin Gods.
De tuin met het kruis van Christus en de levensbron heeft één toegang voor de zielen die de weg met stenen heeft weten te nemen.



Hoofkijn van Devotiën, Antwerpen, 1487, p.36..


De eerste steen

er is een steen gevallen
van het hart
in het tijdloze vuur van de tijd
de gemeenten van het hart
verkozen bij deze gelegenheid
een nieuwe burgemeester
nieuwe schepenen
één van deze ambtenaren
heeft de eerste steen gelegd
van een glanzende muur
om de tuin van de hoop

                                                Marcel VANSLEMBROUCK

Uit : Poëtisch bericht, in: "vlaanderen", nr. 130, jan.-febr. 1970, p.50

Of hoe de politiek er een puinhoop van maakt door eigenbelang en de programmaatjes van de "eigen" partij...het onbegrensde navelstaren
De tuin van de hoop is een "hortus clonclusus" waar niets buiten mag, maar wel van alles binnen.

Over de dichter

"Mijn eerste publicatie was in 1972, een dichtbundel. In die periode schreef ik ook wel kortverhalen, een beetje in de stijl van Jos Vandeloo, Clem Schouwenaars, maar als ik dat nu lees dan zie ik dat als jeugdzonden. Ik kwam ook niet uit een gezin waar veel boeken waren, dus moest ik naar de bibliotheek. Echte voorbeelden had ik ook niet. Ik voelde een drang om te schrijven in mij. Zo vind je al zoekend je weg, en ook nu nog zou ik niet weten bij welke richting of stroming ik pas. Ik heb zo mijn eigen stijl, ik ga gewoon mijn eigen weg. De mensen merken dat ook op en dat is voor mij een mooi compliment."

Uit: http://www.hetbeleefdegenot.be/TOVERBERG_24_webversie.pdf



woensdag 27 juni 2018

SINT - RUMOLDUS - viering Mechelen



Het beeld van de Heilige Rumoldus in de kathedraal van Mechelen 

Het beeld van de 'Heilige Rumoldus' dat bovenaan het barokke altaar prijkt is vervaardigd door Lucas Faydherbe (1617-1697). Het beeld is 3,75 m hoog. De heilige Rumoldus of Rombout is de patroonheilige van de kerk.Foto: Eduard De Ron

De feestdag

Op 1 juni is de feestdag van St.-Rombouts.
Sedert vele jaren wordt die in zijn kathedraal te Mechelen gevierd op de zondag voor zijn feestdag.
In 2018 op zondag 24 juni gebeurde de viering met enige plechtstatigheid door de kardinaal in een kerk 'op stelten'. Ook de gelovigen zaten in het VOLLE koor daar een gedeelte van de kerk in renovatie is.
Het kathedraalkoor van Mechelen o.l.v. Johan van Bouwelen en orgelist Peeter Pieters luisterden de dienst op met hun 'magistrale' muzikale klanken. Het aangepaste 'Onze Vader' werd muzikaal ten gehore gebracht op de noten van Pieter Pieters en het 'St.-Romboutslied' van Paul Schollaert werd gezongen door het koor.

Na de viering was er receptie in het bisdom bij stralend weder.
Eucharistieviering met als voorganger de kardinaal,  met de hulpbisschop, de deken, de diaken , de koster en de acolieten in het hoogkoor.Foto: © H.F.E. VERMEIR

De biografie

Bisschopswijding van de heilige Rumoldus, olieverfschilderij (112 x 71 cm), Devonshire Collection, Chatsworth

De H. Rumoldus is de patroon vaan de kathedraal van Mechelen( zetel van de aartsbisschop en metropolitaan sedert 1559), waar zijn relieken, namelijk een schedel die sporen van een zware slag schijnt te dragen, bewaard worden. Als kluizenaar-priester stierf hij een gewelddadige dood, weliswaar geen marteldood, al werd hij vroeg als martelaar vereerd.
De oudste teksten zeggen dat Rumoldus te Mechelen als eremiet leefde en als martelaar stierf, dit zou in de achtste eeuw geweest zijn; tot de latere  legendarische elementen schijnt wel zijn vroeger episcopaat te Dublin te behoren.
De hier afgebeelde scène in een kerk, onder een rood baldakijn zit Rumoldus terwijl de drie bisschoppen, die voor de wijding vereist zijn, de mijter boven zijn hoofd houden; zoals de liturgie  het voorziet dragen de consacrerende bisschop en de geconsacreerde een kazuifel, en hebben de twee assisterende bisschoppen een koorkap. Voor Rumoldus knielt een subdiaken die een boek vasthoudt waarin de consacrerende  bisschop de formule van de mijter oplegging tracht te lezen.
De toeschouwers aan de linkerkant zijn geestelijken, aan de rechterkant leken met vooraan een vorst; volgens de legende  zou Rumoldus  de zoon van een koning zijn geweest. Zo zijn de drie standen vertegenwoordigd.
De achtergrond wordt afgesloten door een groen doek dat van boven tot beneden hangt: men ziet daarop de mijter, eronder de H. Geest in de vorm van een duif die licht uitstraalt.  Op de baldakijn figureren meermaals de twee pauselijke sleutels en de wapens van het aartsbisdom Canterbury.
Dit schilderij stond bekend als "De intronisatie van de H.Thomas Becket, de aartsbisschop van Canterbury", toen het in de Arundel Collection was. Zij is in het bezit van de hertog van Devonshire sinds 1722.

De  paneelschilderijtjes

Detail uit één van de paneeltjes waarnaar hieronder verwezen. Foto: © H.F.E. VERMEIR

Voor die tijd schijnt aan de voet van het schilderij een opschrift gestaan te hebben, zeggende dat het door Jan Van Eyck in 1421 vervaardigd werd. De hoogte van het  schilderij is  gelijk aan de 27 taferelen van de legende van bisschop Rumoldus, nu in de ommegang van het koor van de kathedraal te Mechelen. Vijf en twintig van deze panelen waren laat-middeleeuws (tussen 1480 - 1501). Acht ervan worden toegeschreven  aan de Brusselse meester Colijn de Coter (ca. 1455 -  ca. 1535) of zijn atelier, en de vijf andere aan de Mechelse Meester van het Sint-Jorisgilde. De breedte van die taferelen varieert enkele cm, maar bedraagt steeds rond de 70 cm. De bisschopswijding van Rumoldus komt niet in de reeks voor. Er wordt aangenomen dat het schilderij van Chatsworth er deel van uitmaakte; het zou later in Engeland geraakt zijn en daar zou men er de wapens van Canterbury, het opschrift en misschien er nog andere details aan toegevoegd hebben.

Sinds het einde van de zestiger jaren (twintigste eeuw) werd deze reeks late Vlaamse Primitieven te Brussel aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium gerestaureerd . Dat gebeurde op een 'schandalige' manier. Naast hetgeen er nu nog overblijft van sommige paneeltjes zou tenminste een foto mogen hangen van het het paneeltje zoals het was voor restauratie, met een tikkeltje uitleg bij.

Devotieprentje



Sint-Rombout beschermheilige van de stad en het stadsbisdom Mechelen, steendruk, E. Lombaerts - V.D. Velde, Deurne-Antwerpen.
Op de prent zien we Rumoldus als bisschop met staf en kruis.
Links de aanslag door twee mannen en rechts zijn verheffing ten hemel als heilige.
Rechts boven de Sint-Romboutskathedraal en het 'hof van Prant', het Sint-Romboutscollege.
Onderaan twee wapens links (?) en rechts dat van de stad Mechelen

De naam

"Zijn naam is Rommout, nadien Rombout - het zou een geleende of kloosternaam kunnen zijn - kan geïnterpreteerd worden als beroemde (hruom = roem) heerser (-bout of -bald = stoutmoedig) en is Germaans van oorsprong; het eerste lid (romh - Rome) kan echter ook Iers zijn."(zie bij bronnen bij Aloïs Jans, historicus)




Geraadpleegde bronnen

J.L. Broeckx, C; De Clercq e.a., Flandria Nostra, ons land en ons volk , zijn standen en beroepen door de tijden heen, Standaard - Boekhandel, Antwerpen e.a., dl. IV, 1959, p.20/21.
H. Installé, Historische Stedenatlas van België: Mechelen II , Mechelen, 1997, p.45/46.
Aloïs Jans, "Rumoldus in de geschiedenis en legende", in: Sint-Romboutskathedraal, gestalte van de gotische droom,  VKW, Mechelen, 1990, p.39.
Sarah Luyten en Hans Martens, Erfgoed met vele gezichten: Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk, Sint-Pieter-en-Paulkerk en Sint-Romboutskathedraal (Mechelen), Mechelen, 2018, p.33.

Het documentair-archief van H.F.E. VERMEIR, Sint-Katelijne-Waver.



maandag 18 juni 2018

Sint - Pieter of Petrus mop " Lachen is gezond "




Sint-Petrus, feestdag 29 juni, in: "Lives of the Saints"  van BUTLER, 2 dln, 19de eeuwse editie.

Petrus was één van de twaalf apostelen. Jezus noemde hem Cephas, dit betekent rots en dat is later  veranderd in Petrus, naar het Griekse woord met de gelijkaardige betekenis.  Christus zou ook gezegd hebben: "Op deze steenrots wil ik mijn kerk bouwen." (Mt 16:18)
Petrus schreef twee canonieke epistels.
De heilige houdt twee sleutels in  de hand. Een verwijzing naar zijn sleutelrol in der kerk.
Daarnaast  houdt hij een boek in de hand, verwijzend naar de bijbel of naar zijn epistels.
Op de achtergrond zien we de Sint-Pietersbasiliek van Rome.

AANNEMER

" De ingang van de hemel en de hel zijn gescheiden door een diepe kloof.
Daarom wordt er weleens een zieltje verkeerd afgeleverd, wat Sint-Pieter niet zint.
Hij stapt naar de duivel, de meester van de hel, om een brug te laten bouwen, ieder aan één kant.
De duivel gaat akkoord en begint er onmiddellijk aan. Na enkele dagen is er aan Sint-Pieters kant nog niets gebeurd, dus de duivel gaat informeren. 'Zou jij niet eens beginnen met de bouw, ik ben al bijna klaar !"
Sint-Pieter antwoordt: 'Ik wil wel, maar ik kan hier geen aannemer vinden.' "

Uit PRIMO, 16-22 juni 2018,  p..114.

Een aantal jaren geleden circuleerden vele Sint-Pietermopjes

zaterdag 9 juni 2018

Pater Damiaan: nieuw Damiaanbeeld in de parochie St.-Augustinus Elzestraat (St.-Kat.-Waver)



BIOGRAFIE

Pater Damiaan(1840-1889) was afkomstig van Tremelo. 
Het gezin verbleef te Ninde: "Franciskus De Veuster was in 1824 te Haacht getrouwd met Anna-Katherina Wauters . Hij was toen 24 jaar en zijn vrouwtje 3 jaar jonger. Het gezin dat zich te Ninde-Tremelo vestigde, werd gezegend met 8 kinderen, 4 jongens en 4 meisjes.
Jozef  werd op 3 januari 1840 geboren te Tremelo.
Zijn vader was landbouwer en graanhandelaar.
Jozef De Veuster trad in 1859 toe tot de congregatie van de H. - Harten of de Picpussen te Leuven.
Broeder Damiaan kende geen Latijn, hij zou een tijdje werkbroeder blijven vooraleer hij pater werd.
Hij landde op 19 maart 1864 in Honolulu waar hij op 21 mei priester werd gewijd.
Daar de leprozen werden verzameld op Honolulu , ging Damiaan op 10 mei 1873, op 33 jarige leeftijd naar daar.

Hij was werkzaam op Molokaï en hielp daar Christenen en melaatsen. Zijn stoffelijk overschot werd door het zeilschip de Mercator (ligt te Oostende) overgebracht van Colon naar Antwerpen.

Info: mij toegestuurd

P.S.  De moeder van Denise Charles en Daniëlle Charles nl. Paula Nys (de eerste vouw van Gilbert Charles) zou familie geweest zijn van Pater Damiaan. Paula Nys haar grootmoeder zou De Veuster genoemd hebben.
Verdere info: Paula Nys ,moeder van Denise ,is mijn oudste zus.Het is echter  onze grootmoeder die Pauline De Veuster heette.Zij was de dochter van Gerard,broer van Pater Damiaan,groetjes Frans Nys.

ZALIGVERKLARING



De Heemkundige Vereniging "Erf en Heem" (Sint-Katelijne-Waver) organiseerde in 1994 in de Midzeelhoeve een druk gefrequenteerde tentoonstelling onder de titel "Van Sint-Elooi tot Pater Damiaan". N.a.v. de zaligverklaring werd een beeldje uitgegeven van pater Damiaan. Ontwerp en malontwerp: John Williams, gieten en afwerking: Pierre Van Helshoecht; beschildering: Jeannine Boone. De prijs bedroeg 500 bef. / € 12,5

De St.-Catharinakerk-centrum heeft een glasraam van P. Damiaan. (Sint-Katelijne-Waver)

PAUSBEZOEK


Een herinnering van het bezoek van Paulus II aan ons land.
Op 5 juni 1995 kwam Paulus II dan toch naar België om  Pater Damiaan  Zalig te verklaren.
Op de eerst ontworpen affiches stond 15 mei 1994.
De heilig verklaring was op 11 oktober 2009.

VERERING VAN DAMIAAN


Inzegening van een nieuw Damiaanbeeld in Sint-Augustinus Elzestraat

In de parochie werd onder auspiciën van de kerkfabriek en een aantal weldoeners het initiatief genomen om een  beeld in keramiek te laten maken.
Op zaterdag 16 juni 2018 om 15 uur  zal er in de Sint-Augustinusparochie een plechtige eucharistie worden opgedragen. Het koor 'Pastorale' van Hagelstein  zal mooie Damiaanliederen zingen. Tijdens de viering zal het nieuwe beeld  van Achiel Pauwels worden ingewijd. Nadien zal het beeld een blijvende ereplaats krijgen in het portaal van de kerk. Overdag kan men bij het beeld bidden en/of een kaarsje aansteken.  Men kan op voorspraak vooral  komen bidden in geval van ongeneeslijke ziekten. Tevens kan men op zijn voorspraak bidden om nieuwe priesters en missionarissen.

HET BEELD


Foto van Mark Christien / 17.06.2018

Bronnen:

"Kerk en Leven", jg. 79, nr. 18, 2 mei 2018, blz.1.
Het documentair archief van Harry F.E.Vermeir
"Van Sint-Elooi tot Pater Damiaan", Erf en Heemuitgave nr. 29, 1994.

vrijdag 1 juni 2018

CHÂTELAINE / antiek / erfgoed /heemkunde / zilver





A Dutch silver chatelaine 

MARK OF MAGDALENA REMBRANTS, AMSTERDAM 1752-71

In the form of a filigree butterfly hook, with six chains suspending a pair of scissors, a needlecase, a thimble case, a filigree seal and a boat charm -- 4 3/8 in (11 cm.) long overall 

thimble case = vingerhoed
boat charm= gelukshanger in de vorm van een schip


Een  van de sieraden uit de vorige eeuwen, die vandaag niet enkel als juweel maar ook als verzamelobject wordt beschouwd, is de "châtelaine". Het begrip is afkomstig uit het Frans en bevat het woord "chateau".

In vroegere tijden droegen de kasteelvrouwen om de gordel een ketting waaraan zich een bos sleutels kon bevinden. Ook de rijke burgerdames uit de Gouden Eeuw in Nederland droegen die ketting.

Zij waren in de mogelijkheid hiermee de meeste kamers en de koffers van het kasteel (van plaisance) te openen. In de 18de eeuw was een "châtelaine" een korte ketting met een gordelhaak in zilver of Engels zilver. Aan de ketting en ringetjes konden bovendien kleine voorwerpen worden bevestigd, die men voor het dagelijks gebruik nodig had.
Later droegen de dames een "châtelaine" waaraan een gezondheidssteen, een solferstokdoosje, een naaldenkokertje, een parfumflesje en een schaartje waren bevestigd.
Door de eeuwen heen was een "châtelaine" steeds een teken van welstand. Einde 20ste  eeuw waren al deze onderdelen begeerde verzamelobjecten (indien ze in zilver zijn) en worden ze als juweel afzonderlijk aan een ketting gedragen.














Vrouw met spinrokken en een haspel in de handen, Jacques Callot, 1630 - 1661
etching, h 139mm × w 88mm 



Vrouw, ten voeten uit, op de rechterzijde gezien, in Franse landelijke kleding zoals die gedragen werd rond 1625. Ze heeft een spinrokken en een haspel in de handen. Aan haar ceintuur hangen een beurs, messenkoker en sleutelbos.



Verwijzing:

A. GROUWET, CHÂTELAINE, een sieraad van de kasteelvrouw, in: Info Kunst Antiek en Decoratie, december, 1991, p.9.

vrijdag 18 mei 2018

* "De Heks van Mallegem " Pieter Breughel de Oude / "Keisnijding" Bosch *



De Keisnijder of de Heks van Mallegem en Keisnijding van Bosch 



Naar Pieter Bruegel de Oude (Breda ?, 1525/1530 – Brussel, 1569)
Gravure van Pieter van der Heyden (Antwerpen, ca. 1530 – 1575)
De keisnijder of de Heks van Mallegem (1559)

Gravure op papier
32,8 x 46,3 cm

Inv. 2006.5.1
Koninklijke Bibliotheek Albert I
Brussel

Gekocht in 2006
Met steun van het Fonds Régional d’Acquisition des Musées

de onderkast:

Ghy lieden van Mallegem wilt nu wels syn gesint,
Ick meester Jan, wil hier oock wel worden bemint.

Om v te genesen, benic gekomen hier,
tuwen dienste, met myn onder meesters fier.

Comt vry.den meesten met den minsten, sonder verbeyen,
Hebdy de wesp int hooft, oft loteren v de kyen.

Joan GALLE EXEDIT

Bovenstaande onderkast:
(Gij mensen van Mallegem, wees nu goed gezind,
  Ik meester Jan, wil hier ook worden bemind.

  Ik ben naar hier gekomen om u te genezen,
  tot uw dienst  samen met mijn  vaardige helpers.

 Kom vrij naar hier, de meesten en de minsten, zonder tijd te verliezen,
 Heb je een wesp in het hoofd, of bewegende leien.) Harry F.E. Vermeir


Bij Jozef Cornelissen  lezen we het volgende:
 ZOTTEN
"Evenals de inboorlingen van zoveel  Zuid-Nederlandse gemeenten, schijnen de Maldegemmers als zotten te hebben doorgegaan."

Bijschrijving
[zie bovenstaande gravure ]
Men ziet er een heelmeester(es), vergezeld door  haar helpers, die onder de open lucht stenen of keien haalt uit het hoofd van Mallegemse burgers. [ of dat Breugel de burgers van Maldegem bedoelde ??? Het kan ook een associatie zijn die van de combinatie 'Mallegem - Maldegem' maakt]
Rechts van het midden schuiven de zieken aan om terecht te komen bij de heelmeester.  Links is er een patiënt die wordt aangevoerd maar terwijl de beurs plundert  van één van zijn helpers. Linksboven een watermolen waarbij de zakken met bloem worden aangedragen. Een molenaar had een slechte reputatie en werd gezien als een bedrieger.  Twee uilen houden het gebeuren in het oog, waavan er één een pollepel in de snavel heeft. Een aantal dames met snavelkap liggen op vinkenslag  om namaakmedicijn te ontvreemden. Over de hele tekening zwerven keien rond. Rechts achter het luik houden twee personen het gebeuren in de gaten. Rechts in het ei is er nog een charlatan-heelmeester in de weer. Links boven is er  een kegelhoed waaruit de keien zomaar naar beneden vallen. De hele tekening gaat over bedrog. Links onder zit er iemand in de gevangenis voor wiens neus men een kei pendelt.
Het hele tafereel is de verbeelding van een verzameling bedriegers.
De heks woonde te Mallegem: het was haar verblijfplaats, in de zekerheid er een uitgebreid arbeidsveld te vinden. Er kwamen aldus mensen  in massa van heinde en ver  toegestroomd om zich te laten behandelen.
Mallegem was het oord van de zotten. Een fictieve plaatsnaam voor het gebeuren.

Keien
Een kei in het hoofd hebben is synoniem met "van lotje getikt zijn", "een slag van de molen weghebben". Nu gebruikt men die uitdrukking uit scherts, maar eertijds nam men die beeldspraak ernstig op en, in de tijd toen men ter genezing van de ziekten sympathetische middelen aanwendde, geloofde men met veel overtuiging  dat degenen die een uitwas op het hoofd had, vroeg of laat moest gek worden. Vandaar dat er maar één stap meer nodig was om op het idee te komen de kei, de oorzaak van de kwaal, te verwijderen.
Het volk geloofde dat de knobbels of vetbollen, die op de schedel of voorhoofd verschenen, keien inhielden, die uit de hersenen kwamen, die de werking daarvan hinderden.

Het thema was al in de belangstelling in de 15de eeuw bij Jeroen Bosch.


Jeroen Bosch, De keisnijding, paneel, Prado, Madrid, ca. 1480-1490. Geen origineel werk van Jeroen?Kopie naar een vroeg werk?
Boven en onder het schilderij in gotische letters :
'meester  snyt die keye ras:
Mijn name is Lubbert Das'
De naam Lubbert gold voor personen die een verstandelijke beperking hadden.

Deze prent stelt vier personen voor:
De patiënt, die zijn schoenen  uittrok en achteroverleunend  in een stoel zit en onder zijn rechterarm zijn beurs met een dolk erdoor. Onder de stoel zijn schoeisel. Hij heeft een opvallende rode broek aan, wat naar zijn zotheid kan verwijzen.
De dokter met een trechter op het hoofd , bezig met een scalpel een bloem uit het hoofd te verwijderende en aan zijn gordel een kruik. De kledij is roos en verwijst naar de zotheid , maar in mindere mate dan de broek van de patiënt.
De man met de tinnen kruik in de hand is gehuld in een soort pij, heeft tonsuur en  is een monnik;
De vrouw die met beide armen op de tafel leunt , een boek op het hoofd heeft en een beursje heeft aanhangen.
De voet van de tafel heeft een plantaardige vorm.

Hier wordt zoals in de tekening van Breugel dwaasheid en bedrog uitgebeeld.
De keisnijder, de kwakzalver, de charlatan was een figuur uit de omgekeerde wereld die als afschrikking moest dienen.
De naïviteit / domheid van de sukkel 'Lubbert Das' wordt wordt misbruikt door hem wijs te maken dat hij van zijn domheid  zou kunnen genezen door hem een kei uit het hoofd te halen.
De trechter van de wijsheid verwijst naar het tegengestelde doordat hij omgekeerd werd.En er zou wel eens een verband kunnen zijn tussen de kan en de trechter.
De moerastulp die uit het hoofd komt zou symbool van dwaasheid zijn. Volgens mevr. Philip zou de tulp 'geld' betekenen, geld dat uit de doorgestoken tas zal verdwijnen.
De vrouw met het boek op haar hoofd heeft de wijsheid boven zichzelf verheven en wacht stoïcijns af. Zij kijkt uit.

Verklaring

Maldegem: Het achtervoegsel "-gem" stamt af van het Germaanse (Frankische) "-haim" (= heem, huis, woonplaats). Plaatsnamen die hierop eindigen stammen vaak uit de 10de eeuw. Maldegem betekent ‘vesting van (onbekende naam Germaanse leider)’.

En dan is er nog Mijnheerken van Maldeghem...

BRONNEN

Catalogus, Jheronimus Bosch, Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch, Nederland, 1967, p.124/125
Jozef CORNELISSEN,  Nederlandsch Volkshumor op stad en dorp, land en volk, dl. II, De sikkel, Antwerpen, 1929, p.38/39 en 83.
Frans L.M. DONY, Jeroen Bosch, Lekturama, Rotterdam, 1976, p.84.
Lous LEBEER, Catalogue raisonné des estampes de Bruegel l'ancien (1520/25 - na 1569), Nationale Bibliotheek Albert I, Brussel, 1969, p.84-86.

vrijdag 11 mei 2018

E-MAIL

IN OPBOUW


E-MAIL

Een typisch voorbeeld van de verwarring die kan ontstaan door het klakkeloos en onnadenkend overnemen van buitenlandse woorden. De taalgebruiker wordt zo argwanend dat hij ook doodgewone Nederlandse woorden voor buitenlandse gaat aanzien.

Zo kan men geregeld horen spreken van de baby-boom ('beebie-boem') terwijl de schrijver natuurlijk gewoon een boom bedoelt waar zuigelingen groeien.
Of men leest in de krant dat Fokker voor miljoenen 'verleast', wat uiteraard verliest had moeten zijn.

Zo is waarschijnlijk ook dit begrip  e-mail in de wereld gekomen. Haal het verbindingsstreepje weg en u ziet het : email, daarover gaat het hier, zoals in 'een beker van email'. De correcte werkwoordsvorm is dan ook niet e-mailen maar emailleren.

BRON /
Jan Kuitenbrouwer, erratum bij het nieuwe Verschuerens Groot Encyclopedisch Woordenboek, Standaard uitgeverij, Antwerpen, 1997, p.18/19.
Illustratie: Leo Timmers 

zaterdag 5 mei 2018

Lieve-Vrouwe-Bedstro / wat is dat ?





Dit als Meikruid en Waldmeister bekende kruid bloeit in de maand mei en juni met witte bloempjes.
De benaming waldmeester is een verbastering van het Duitse Waldmeister, die erop duidt, dat dit kruid in de bossen groeit, maar ook langs de oevers van de Rijn, vandaar dat het speciaal geplukt wordt om in bowl te trekken, die van rijnwijn gemaakt worden.

Asperula odoratio, de naam zegt het, is stevig welriekend.
Asperula - ruwkruid, de bladeren zijn behaard; asper = ruw. Het komt in heel Europa, West-Azië en Noord-Afrika voor en groeit  in dicht beschaduwd, vooral beukenwouden.
Asperula behoort tot de familie der Rubiaceae, de sterbladigen.

Speciaal in meidranken gebrukt in meiwijn, in bowls, enz.
Daarnaast werd het in de volksgeneeskunde gebruik als waterig aftreksel voor bloedreiniging en als zweet- en urinedrijvend middel en in borstthee.

Hoe fris doortrekt het rijp gewas
van fruiten en van kruiden
den gelen wijn in 't groene glas
als met een geur van 't Zuiden.

Tollens kruidwijnlied

Lieve-Vrouwe-Bedstro werd door heksen gebrukt om onweer te brouwen in hun toverketels, gemengd met andere kruiden, waaronder alsem.

Waarschijnlijk heeft dit kruid zijn naam te danken aan het gebruik door Maria en Jozef toen zij onderdak vonden in Bethlehem en Jozef van dit gewas een welriekende legerstede maakte...

Bron/


M. DE WAAL, Keukenkruid en Specerij, Zutphen, s.d., p.113.

vrijdag 27 april 2018

* Kunst "Hartstocht" Georg d'Espagnat *






Georg d'Espagnat (1870-1950), Hartstocht, uitzonderlijke tekening.  (©: H.F.E. Vermeir)

Zo eenvoudig en toch zo sprekend!
Het met esthetische vaardigheid en gevoelvol getekende paar behoort tot  de toppunten van de tekenkunst.
De weergave in een rechthoekige raam is essentieel.
Het omvat de uitdaging die beiden aangaan. Het raam versterkt de weergave.
Het paar wordt redelijk realistisch weergegeven, maar de man opzij gezien en de vrouw vooraan, vol vertrouwen, vooruitziend, is een sterk beeld. Er beweegt niets op de tekening maar er is toch is iets erg menselijks gaande...
De achtergrond is schematisch weergegeven waardoor de voorgrond des te meer naar ons toe komt.


In: "Huwelijk en Overspel", uitgev. Nooitgedacht, Hilversum,  p.65.
Deel III in het boek:
"De seksuele zeden en gewoonten der volkeren in de loop der tijden", 240 oude prenten/gravures, uitgev. Nooitgedacht, Hilversum,s.d.