Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

dinsdag 23 mei 2017

BEGIJNEN "losbandige wezens" handschrift-Van Hulthem



Twee satirische teksten over BEGIJNEN in het handschrift-Van Hulthem(1405 - 8) waarin ze [ten onrechte] worden afgeschilderd als zeer losbandige wezens.

Biografie en teksten van de Antwerpse begijn Anna Van Schrieck, 1668 (Ruusbroec Genootschap) (1)(p.190) Deze vrouw heeft niets vandoen met de onder gebrachte verhalen.


In Van eenre baghinen ene goede boerde (Een goede grap over een begijn) wordt beschreven hoe een begijn en een begard zich overgeven aan hun lusten.

"Van eenre baghinen will ic u singen,
te Brusele gevielt inden wigaert,
Hoert hier boerdelike dinghen:
si saten ende nopten op den standaert,
dies worden si cortelike vervaert,
Want hem gesciede al selc een wonder;
Haer heimelijc drincken was geopenbaert,
want deze baginen spelen gerne van onder."

[ Ik wil zingen over een begijntje.
   Hoor over de grappige dingen
   Die zijn gebeurd in de Wijngaard (begijnhof in Brussel).
   ze ragden terwijl ze op de bovenverdieping waren.
   Plotseling schrokken ze,
   Want hun overkwam iets onverwachts.
   De stiekeme penetratie kwam aan het licht;
   Begijnen amuseren zich graag onder de gordel.]
   Komrij, 1994, p.268.


Ze besluiten de liefde niet in hun bed te bedrijven, want, zo zegt het begijntje:
" Ik zou me schamen, als iemand mijn bed in stukken gebroken zag."
Ze deden het dan maar op de zolder, maar ook liep het mis; ze zakten a.g.v. hun paringsdrift door de zolder. Het verder verloop in het handschrift is weggeknipt en doet vermoeden dat het scabreuze ten top werd gedreven door de schrijver.



De andere Hulthemtekst heet Dits vanden tanden ( Dit gaat over de tand). Het verhaal van de ik-figuur die een rit te paard maakte in de omgeving van Brussel. Onderweg ontmoette hij twee vrolijke types die een raar spel speelden. Een begard lag bovenop een begijn en was bezig haar descipline te geven.
In religieuze kringen werd dat woord gebruikt voor bepaalde vernederende strafoefeningen, zoals geselingen of andere lijfstraffen. Hier betreft het natuurlijk een wel heel bijzondere vorm van kastijding:

"In wiste niet wat beesten het waren;
Der weert namic minen vaert.
Ene baghine sagic haer baren
Ende op hare enen bogaert.
Si lach stilder dan een steen
Ende hi wriemelde al in een 
Soe dat hi moede dochte in schine.
Hi gaf haer ene descipline.
Doen seide hij mi: "Rijt wech te hant.
Ic trecke haer ute maer enen tant."

[Ik wist niet wat voor beesten het waren
  en ik reed er naartoe.
  Ik zag een begijn zich weren,
  en op haar lag een begard.
  Zij lag stiller dan een steen
  en hij zwoegde aanhoudend,
  zodat hij er moe uitzag.
  Hij gaf haar een tuchtiging.
  Toen zei hij tegen mij: "Rij onmiddellijk door,
  Ik trek haar alleen maar een tand.]

Tekstverklaringen

Begarden: mannelijke begijnen hebben bestaan; men noemde hen begaarden (ook beggaarden geschreven).
Zij waren vrome mannen die de regel van de heilige Franciscus volgden en handarbeid deden, o.m. het kopiëren van  van boeken en documenten. Zij wensten autonomie t.o. het kerkelijk gezag. In de 17de eeuw zochten ze aansluiting tot de derde-orde.
De begarden behielden hun eigen inkomen en kregen vrijstelling van cijnzen.(2)(p.47)
Begijn: [ misch. ⇐ Oudfrans bège, lichtbruine kleur van ongeverfde wol]  lid van een groep ongehuwde vrouwen of weduwen die, zonder eigenlijk kloostergeloften af te leggen, een vroom  gemeenschapsleven leiden. Gez. Daar is een - te geselen, gezegd bij een volksoploop, meestal om iem. af te schepen, die vraagt wat er gaande is. Over de oorsprong wordt nog getwist. (4)(p.204)
Descipline: in het bovenstaande gedicht is er sprake van discipline, tuchtiging. Dit sluit zeer nauw aan bij het geselen van hierboven. Schijnbaar was het laat-middeleeuws woordgebruikt doorspekt van dubbelzinnige connotaties die in de seksuele sfeer moeten geplaatst worden.


Literatuur

F. Claes, "Verschuerens Modern Woordenboek", Antwerpen/Amsterdam, 1979, 8ste uitg. (4)
Dini Hogenelst en Frits Van Oostrom, "Handgeschreven Wereld, Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen", Amsterdam, 1995, p.137.
G. Komrij, "De Nederlandse poëzie van de 12de tot en met de 16de eeuw in 1000 en enige bladzijden", Bert Bakker, Amsterdam, 1994.
Monika Triest, "Het besloten hof, Begijnen in de Zuidelijke Nederlanden", Amsterdam, 2000, 2de dr.. (1) +(2)





donderdag 11 mei 2017

* * * Christiaan II, Koning van Denemarken, zonder land, te LIER (1524-1530)




Christiaan II van Denemarken (°1481 - + 1559)

Christiaan I I van Denemarken, 1515 door Michel Sittow

Over bovenstaande figuur lazen we van de hand van Marcel LAMBIN een beklijvend verhaal in "Gazet van Antwerpen Gazet van Mechelen", 23/24 juni 1973, p.33. Op basis van die gegevens brengen we een reconstructie.

Christiaan II was in 1513 tot koning gekroond van Denemarken, Zweden en Noorwegen.
Hij huwde op 11 juli 1514, met de schoonzus van keizer Karel door zijn huwelijk met de 13-jarige Isabella  van Habsburg, waarvan de naam gewijzigd werd in Elisabeth. 
Hij kwam in conflict met de adel door zijn centralisatiepolitiek , zodat die op een mislukking eindigde. Bovendien was er ergernis ontstaan doordat twee vrouwen al te grote invloed kregen op zijn regeringsbeleid.


Isabella van Habsburg, de vrouw van Christiaan II.


Hij kon enige vergelijking doorstaan met Hendrik VIIIste daar hij zeer begaafd was maar wreedheid was hem ook eigen. Hij richtte het "Stockholmer bloedbad" aan onder edelen en prelaten, bloedbad dat niet moest onderdoen voor de Sint-Bartholomeusnacht te  Parijs.


DUVEKE

Toen hij nog als erfprins en onderkoning te Bergen (Noorwegen) resideerde, was hij smoorverliefd geraakt op de dochter van een daar gevestigde Hollandse herbergierster, Sigbrit Willems. De knappe meid, die naar de poëtische naam Duveke (duifje) luisterde, werd kort daarop zijn minnares.
Toen hij tot koning werd gekroond, vergezelden zij en haar moeder hem naar Denemarken en nam hij ze in zijn hofhouding op.
Het huwelijk van de 34-jarige Christiaan met het zachtzinnige zusje van de latere keizer Karel maakte geen einde aan de verhouding; al werd hem vaak de les gelezen door zijn zwager. Zonder enig succes want die was zelf een virtuoos in het dartele leven van het minnen.

Hij liet voor Sigbrit een hele hofhouding uit de Nederlanden overkomen, maar ook 28 boerengezinnen uit Noord- Holland, die  het eiland Amagar nabij Kopenhagen toegewezen kregen om Sigbrit en haar dochter boter, kaas en groenten naar hun smaak te kunnen bezorgen. Nog steeds zijn op het eiland sporen van deze Nederlandse/Brabantse nederzetting.

De moeder van Duveke was waarschijnlijk iemand uit een voornaam Hollands koopmansgeslacht. Waarschijnlijk werden zij uitgewezen. De zakenvrouw in de moeder spon garen uit de verhouding van Sigbrit met de koning. Sigbrit werd zijn voornaamste raadgeefster en zij kreeg het beheer van de tolgelden op de Sont, de goudader van Denemarken. Zij kreeg na enige tijd het hele financieel beheer van het rijk onder controle. De machtigen moesten voor haar buigen en zonnen op wraak.

Duveke stierf in geheimzinnige omstandigheden, na het eten van kersen. Haar moeder beschuldigde de adel en de beschuldigde edelman bekocht het met zijn leven. Maximiliaan I zou de opdrachtgever geweest zijn van de moord.
Het verzet van de Deense adel o.l.v. Gustaaf Wasa joeg de koning weg in ballingschap.

In april 1523 ging hij als banneling scheep op de "Leeuw, geëscorteerd door 19 vaartuigen en vaarde naar de Nederlanden. Op 1 mei legde de koninklijke vloot aan te Veere (Zeeland). De vorst was in gezelschap van de koningin en hun drie kinderen, een klein gevolg en een lijfwacht van 50 hellebaardiers.

Bij het vertrek van het schip hoorde Sigbrit Willems tot de lading. Zo ontkwam de "toverkol met de venijnige tong die de koning behekst had" - aan haar vijanden.

Flash Back: ZIJN BEZOEK AAN DE NEDERLANDEN (1521)

De koning verbleef al maandenlang in de Nederlanden in 1521 toen hij met waardigheid ontvangen werd door keizer Karel en Margareta van Oostenrijk en hun gevolg bij de eerste steenlegging  van het nieuwe zijkoor, aan de zuidzijde van de O.L.Vrouwkerk van Antwerpen.

Margaretha van Oostenrijk door Barend van Orley.(1518 - 1527, hofschilder)
Zij wees de koning op zijn plichten.(Bron: zie hier boven)
Hij ontmoette toen Quinten Metsys en Albrecht Dürer die in datzelfde jaar in Antwerpen was en Christiaan konterfeitte. Erasmus stond ook op zijn programma  en hij wisselde waarschijnlijk van gedachte met hem over de reformatie.
Hij bezocht de voornaamste steden, op zoek naar medewerkers onder de kapitaalkrachtige, ondernemende burgerij en wist heel wat Vlaamse ambachtslui te strikken. Toen leerde hij waarschijnlijk Sigbrit Willems kennen.
Het initiële opzet was de regeling van de uitbetaling van de aanzienlijke bruidsschat, die de keizer zijn zuster had toegekend en die voor een aanzienlijk bedrag door de Brabantse steden werd gewaarborgd.

ZIJN VERBLIJF IN DE NEDERLANDEN (1524-1530)

Zijn ontvangst in de Nederlanden was deze keer zonder praal.
Hij verbleef korte tijd te Antwerpen, waarna hij naar Duitsland trok om er gedurende enkele maanden zijn belangen te verdedigen.
Na heel wat getreuzel wees de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, de tante van keizer Karel, Lier als residentie toe. Een ruim gebouw in de schaduw van de Sint-Gummaruskerk, naast het toenmalige kerkhof, werd voor hem gereserveerd. Wat er van overbleef staat bekend als het "Hof van Denemarken". Nu dekenij. Ook is er een Deense straat in de buurt.

"Hof van Denemarken", nu dekenij. In de zijgevel een gedenksteen die verwijst naar het verblijf van de Deense koning van 1524-1530.
Christiaan schoot goed op met de gemoedelijke Lierenaars. Als we de overlevering mogen geloven sprak hij zelfs Liers.
Zijn jarenlange ballingschap was een rusteloos intrigeren om de macht te heroveren, terwijl hij de spanning afreageerde met spel en vermaak en natuurlijk de jacht. Hij hield er jachthonden en een flinke stal paarden op na. Het geschal van de jachthoorns was toen in de omgeving van Lier een vertrouwd geluid.
Bij de boeren stond hij bekend als de "rode koning" wegens de rode, met bont opgesierde mantel, die hij droeg tijdens de jacht en wandeltochten te paard.
Met spanning volgde Christiaan de evolutie op et politieke schaakbord. Hij correspondeerde  druk met de machthebbers van het ogenblik en hield er gezanten op na, die zijn belangen aan de hoven behartigden.

HOE VERLIEP HET VERDER MET SIGBRIT WILLEMS?

De in non/weduwe verklede landvoogdes Margaretha( vader keizer Maximiliaan I  en de moeder Maria van Bourgondië) zag in Sigbrit de vleesgeworden duivelin en dat was gevaarlijk in een tijd van rokende brandstapels.
Sigbrit dook onder, eerst in een klooster te Utrecht, daarna in Gelderland, waar ze zich veiliger voelde. De hertog van Gelderland leefde op bestendige oorlogsvoet met keizer Karel. Tenslotte zocht ze haar toevlucht in Duitsland en werd men haar spoor bijster.

HOE VERLIEP HET VERDER MET DE KONINGIN,

Nog geen jaar hield Elisabeth het te Lier uit.
De geneesheren oordeelden dat haar wankele gezondheidstoestand niet bestand was tegen het bruisende hofleven. Ze was uitgeput door vijf opeenvolgende zwangerschappen, en dit op 25-jarige leeftijd.



Kasteel van Zwijnaarde.De abten van de abdij hadden hier wel een prachtig verblijf, gelegen aan de Schelde.Links het dorpje Zwijnaarde.
Na enige aarzeling, zocht zij de afzondering op het kasteel van Zwijnaarde, dat tot het patrimonium van de Gentse Sint-Pietersabdij behoorde en waar ze enkele maanden later overleed, 26 jaar oud (1526). Zij werd in de abdijkerk begraven, waar haar praalgraf zwaar verminkt werd door de beeldenstormers. Het zou er nog steeds zijn. Op het einde van de 19de eeuw werd haar stoffelijk overschot naar Denemarken overgebracht en naast haar echtgenoot bijgezet.



IN DE LIERSE KOLVENIERSGILDE
(verklaring zie onderaan)


Het wapen van Christiaan II van Denemarken, hier uit de verzameling van het Gulden Vlies. In Barcelona (1519) toegetreden tot de ridderorde. https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_ridders_in_de_Orde_van_het_Gulden_Vlies

In de kolveniersgilde was hij een hoogvereerde gast. Hij haalde zelfs eens de oppergaai neer en werd een tweede maal tot koning uitgeroepen... Koning van de kolveniersgilde van Lier. Bij deze gelegenheid vereerde hij de gilde met zijn wapenschild. Tot diep in de 18de eeuw werd het bij feestelijkheden samen met de schilden van andere gildekoningen, op een rode draperie uitgestald. voor de gevel van het kolvenierslokaal.

DE KONINKLIJKE BANNELING , OPPORTUNISME EN PROTESTANTISME
een leven van vallen en opstaan

Zijn onbesuisd optreden zorgde dat hij al snel op een slecht blaadje kwam bij het keizerlijk hof.
Op een bepaald ogenblik werd hij ter verantwoording geroepen  door de keizer bij monde van graaf van Hoogstraten, de bisschop van Palermo en Aert van der Goes (de schilder), waarbij gesteld werd dat hij zijn plan om kaperschepen naar de Deense wateren te sturen moest stop zetten, omdat hij op die manier de Nederlandse scheepvaartbelangen in het gedrang bracht.

Dorothea (links) (1520-1580) op vijfjarige leeftijd met haar broer Johan (8) en haar zusje Christina (3) in een schilderij van Jan Gossaert(Maubeuge?, ca. 1478 – Antwerpen?, 1 oktober 1532).(Wikipedia)
Op aandringen van Margaretha van Oostenrijk besloot keizer Karel haar de kinderen van Christiaan toe te vertrouwen met als voorwendsel dat deze aan haar hof te Mechelen een geschikter opvoedingsmilieu zouden vinden dan te Lier. In werkelijkheid wensten ze de kinderen te onttrekken  aan de invloed van de Lutherse leer aan het hof van hun vader. De vader verzette zich hardnekkig tegen het plan en bracht alles in gereedheid om uit te wijken naar Duitsland., bij de hertog van Brunswijk. Toen ondernam Margaretha een reis naar Lier en wist de koning voor haar plan te winnen.
Vergezeld van enkele hovelingen, namen de koninklijke kinderen hun intrek in het paleis van de landvoogdes, het eerste renaissancegebouw in de Nederlanden en een centrum van Humanisme (nu gerechtshof).

Vermoedelijk schilderde Jan Gossaert (Mabuse), de hofschilder van Margaretha, het paneel met de kinderen, nu in Hampton Court. Of was het Lier?
Jan Gossaert bracht er vroeger een bezoek aan Christiaan.
Van het verblijf weten we  dat hij de eerste avond in de afspanning "De Valk" doorbracht, aan de Grote Markt, en zijn avondmaal doorspoelde met 12 potten wijn, zoals bewaard gebleven in een rekening.

Tot de sterren van het hof van Christiaan behoorden:
de aartsbisschop van Uppsala, Gustave Troll, vroeger zijn heftigste tegenstander, en nu bondgenoot. Hij viel bij Christians opvolger in ongenade;
de secretaris van de Deense koning Hans Michelsen, die de vertaling van de bijbel  in de volkstaal maakte;
de kanselier Kornelis de Schepere, een Vlaams humanist, die de koninklijke apologieën in pompeus latijn zette en die de achting van Erasmus genoot.

De landvoogdes zag met lede ogen dat de hofhouding van Christiaan sympathiseerde met de protestanten van Lutherse signatuur. Hij steunde zelfs de protestanten die in Antwerpen door de inquisitie vervolgd werden.
Na heel wat moeite om hem op het katholiek pad te houden hield Margaretha zijn jaargeld in. Daardoor kwam hij in geldnood.
Zijn Lutherse sympathieën bleven. Margaretha  startte dan een onderzoek in Lier bij zijn hofhouding
 Hans Michelsen samen met enkele dienaren ijverde voor de Lutherse leer en werd samen met Willem van Zwolle, de intendant van het Deense hof opgesloten in het kasteel van Vilvoorde, de toenmalige staatsgevangenis.  Christiaan bekwam hun vrijlating nadat ze hun geloof afzwoeren. Na een dispuut tussen de Leuvense  universiteit en Willem van Zwolle, die ten slotte weigerde zijn overtuiging af te zweren, kwam deze op de brandstapel terecht.
Margaretha overleed in 1530 en de hevigste golven gingen liggen.
Om terug in het bezit van zijn troon te komen, zou hij alleen kunnen rekenen op de paus en de keizer en hij legde dan ook openbaar getuigenis af  van zijn orthodox katholicisme. "Paris vaut une messe". Hij zou wanneer hij terug aan de macht was het katholicisme herstellen in Zweden, Noorwegen en Denemarken.
In 1531 meende hij zijn ogenblik gekomen en zeilde met een vloot huurlingen naar het Noorden.

Na enkele successen keerde de krijgskans en hij viel in de handen van de Denen, die hem voor de rest van zijn leven opsloten, eerst in het slot Sonderborg en daarna in het slot Kalundborg. Hij verbleef aldus nog 18 jaar in gevangenschap in omstandigheden zoals het voor een koning betaamt.
Hij werd begraven in te Odense in de domkerk Sint-Knoet, de stad waarin sprookjesdichterAndersen geboren werd.




BEGRIPPEN

Kolvenier, zie klovenier: m. [ verouderd. klover, soort veldgeschut of draagbaar vuurwapen]
eertijds  schutter met een draagbaar vuurwapen inz. met een kolf.
Kolveniersgilde: "De Kolveniersgilde in Mechelen heeft als doel, de aloude tradities en geplogenheden van de stedelijke schuttersgilden in ere te herstellen binnen de folklore van de stad. Dit doet de schuttersvereniging door zich historisch en cultureel te herbronnen en de verworven kennis om te zetten naar de mogelijkheden en eisen van de moderne tijd.

De historische werking bestaat uit het houden van een tweejaarlijkse "Coninckxschieting", het schieten naar de ‍'maentscheuten'‍,[maent: naar de maan schieten....] het deelnemen aan gildenfeesten en optochten, het organiseren van een Mechels schuttersgildenjuweel, enz. Daarnaast baat de Kolveniersgilde een moderne schietstand uit. De gilde beheert ook een documentatiecentrum, een archief en een museum." (uit Mechelen mapt)

donderdag 4 mei 2017

Harry F.E. VERMEIR poëzie " Waarom schrijven wij gedichten?"



Waarom schrijven wij gedichten?

Kinderdromen, volwassenen  dromen
In oorden, in beelden , in woorden
En toch horen we niet het getik in onze hersenen
Die draaien en keren , het heelal in een notendop
Elke nacht een andere verloren droom, 
Die in de morgen bijna spoorloos verdwijnt
En schuift en schuift
Van de rug van het dravend paard
Dat snakt en snakt naar meer en hoger
Maar zich tenslotte neervlijt…
En zijdelings droomt;

Harry F.E. VERMEIR, Sint-Katelijne-Waver

25.04.2017                “Ik ben er daarom”