Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

zaterdag 21 mei 2016

" ONS KATELIJNE" maandblad voor Algemene Informatie 1971, jg. één * * * *





Hierboven de hoofding van de eerste jaargang, nr. 11, november 1971, 8blz, A2.

Dit was de hoofding van de eerste jaargang  van "Ons Katelijne". Het zou nog meer dan dertig jaar verschijnen weliswaar met een aangepaste titel  na de fusies van gemeenten.
Het werd een blad van "algemene informatie" waarin je veel gegevens vindt over de gemeente en de zich ontbolsterende cultuur uit die periode. Cultuur die nu met zoveel verve wordt afgebroken wordt om ze te vervangen door een ... . De verschillende jaargangen zijn te raadplegen in het "Marcel Dillen" documentatiecentrum.

Je ziet het drieledige logo van de drie deelgemeenten en het wapen van de gemeente; dit alles samengehouden door de uitspraak "Wij bouwen samen".

TENTOONSTELLING

Als blikvervanger werd de groepsfoto (cliché) gebracht van de "Tentoonstelling K.W.B. Centrum en Elzestraat, in het kasteel St.-Michiel op 16 en 17 oktober 1971".





Op de foto: mevr. Wouters (in het midden), en de heren De Ridder en Schellens, kunstschilders, genoten de eer in de K.W.B. Burgemeester A. Van Calster (rechts naast mevrouw) en schepen J. Bauweleers (links naast mevrouw), voorzitters J. Heylen(in het midden, achteraan, de kleinste)  en Van Leemput poseerden mee tijdens de openingsplechtigheid op 15 oktober. Er staan 12  personen op de foto. Jan Heylen zou ons kunnen zeggen wie die zijn, die is nog in leven nu.

LUYTENS Ludovika (S.K.W.30.01.1905) x Lodewijk WOUTERS, lid van K.W.B.-centrum.
Zij zijn bekend onder de naam van Wiske en Sooi Luytens.
Adres: Stationstraat, 218, Sint-Katelije-Waver. (toen)
Zij woonde steeds  in bovengenoemde gemeente en stamde uit een gezin van 12 kinderen.
Zij volgde alhier de lagere meisjesschool tot haar elf jaar.
Zij hielp haar vader, die vroeg weduwnaar was,  op het tuinbouwbedrijf.
Zij huwde met Sooi alhier op 5 mei 1931. Het huwelijk werd gezegend met 5 zonen.
Zij schildert bloemstukjes met wol en garen.

* KWB : Katholieke Werklieden Bond

DE RIDDER Jules (S.K.W. 1 juni 1913)
Adres: Liersesteenweg 113, Sint-Katelijne-Waver. (toen)
Hij volgde te Mechelen lagere school in de Sint-Jansschool.
Van zijn veertiende  tot zijn drieëntwintigste beeldhouwde hij voor de meubelnijverheid van toen, o.a. het Mechels meubel.
Hij ging daarna werken bij de NMBS  als stoker van stoomloks. 
Hij werd leermeester machinist.
Hij was 23 keer bestuurder van de koninklijke trein en bestuurde negen jaar de internationale T.E.E. Op rust op 1 .02.1971.
Vanaf zijn veertiende volgde hij negen jaar avondlessen aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Mechelen, waar hij verschillende eerste prijzen behaalde in tekenen en boetseren. In 1958 begon hij te schilderen.
Zijn geliefkoosd plekje was de Roosendaalpoort. Verder hield hij veel van de stille hoekjes te Mechelen. In het portretschilderen werd één van zijn dada's.
Werken op de tentoonstelling: een bloemstuk naar een werk van Breughel, de arabier, de  poort van Roosendaal en 'Op weg naar school'. Hij was niet erg origineel in zijn werk.
Hij beschilderde de afsluiting tussen zijn woning en de buren langs zijn kant met Katelijnse zichten in zwart/wit. (is nu verdwenen)

-T.E.E.: Trans Europa Express trein.

SCHELLENS Alfons (S.K.W. 15.02.1938)  
Adres: Kempenarestraat 49, Sint-Katelijne-Waver. (toen)
Hij volgde lager onderwijs in de gemeente , het achtste leerjaar in de oefenschool te Mechelen en behaalde het diploma van onderwijzer (15 juli 1956) aan de Normaalschool te Mechelen.
In de periode van zijn opleiding als onderwijzer maakte hij al olieverfschilderijtjes.
In 1959  werd hij onderwijzer  aan de jongensschool Pasbrug-Nieuwendijk (nu Dijkstijnschool).
In 1965 werd hij reeds bevorderd tot schoolhoofd.
Hij volgde  avondlessen tekenen en een zondagscursus  schilderen aan de Academie te Mechelen.
Werken op de tentoonstelling: margrieten, de hoogbrug, een hoeven en een winterlandschap.
Hij richtte ook een schoolkoor op waarvan hij vele jaren dirigent was.

JUBILEA



Gouden huwelijksjubileum:
Jan Janssens en Odilia De Greeve (Jong en Dil!).
Jan , katelijnenaar en meubelmaker o.m. bij orgelbouwer Stevens te Duffel.
Dil, afkomstig van Duffel.
Drie kinderen:
Leon, woonachtig in de Clemenceaustraat,
Sylvia, woonachtig in Muizen,
en Juul in de Lange Zandstraat.



Gouden huwelijksjubileum:
Alfons Selderslaghs en Maria Van Rompay, jubileerden op 16 oktober 1971.
Na een dankmis  in de kerk van "De goede herder" werden zij en hun familie  op het gemeentehuis ontvangen. We herkennen helemaal rechts  Lode Van den Eynde en Jan Busschots met de armen gekruist links, de schepenen van dienst.
Frons streed aan de IJzer. Hij werkte aan het Arsenaal(het werkhuis van de spoorwegen) te Mechelen. In de buurt stak hij bereidwillig een handje toe bij de vrienden-hoveniers.
Een ereschotel werd door de schepenen overhandigd namens de gemeente.

OPENINGSPLECHTIGHEID



Foto van de openingsplechtigheid van de tentoonstelling van "Jolika voor gehandicapten" in het Kasteel St.-Michiels in oktober 1971. We zien op de foto v.l.n.r. Denie De Donder, volksvertegenwoordiger Michel Van Dessel, burgemeester Jan-August Van Calster, gemeenteraadslid mevrouw De Donder(haar echtgenoot werd reeds genoemd) en Louis Van Dievel, voorzitter van de CVP-Pasbrug-Nieuwendijk.

VERSCHIJNEN VAN EEN BOEK



De kaft van het boek, met het wapen van de toenmalige gemeente OLVWWaver.

In 1970 publiceerde Jozef Van Rompay zijn boek "Geschiedenis van O.-L.-V.-Waver in het land van Mechelen", Van In, Lier, 382 blz, rijk geïllustreerd.

maandag 16 mei 2016

Naar OOSTLAND willen wij rijden ...(XIde - XIIde eeuw) * * * * * *



HET LIED

" Naar Oostland willen wij rijden,
   naar Oostland willen wij gaan,
   naar Oostland willen wij varen.
   -  Al over de groen heide -
   Daar ligt er een betere steê." (2)

steê: stede, stad, plaats

Zij willen richting Oostland om onderweg een betere plaats, steê = stede, stad te vinden.

De versie uit "in dulci jubilo", 2de ed., 1942, p.193. In de hoofding op die blz. schrijft men "tekst en melodie uit Brabant rond 1400".

1. Naer Oostland willen wij rijden.
    Naer Oostland willen wij mee,
    Al over de groene  heiden,
    frisch over die heiden!
    Daer isser een betere steê.

2. Als wij binnen Oostland komen,
    Al onder dat hooge huis fijn,
    Daer worden wij  binnen gelaten,
    frisch over die heiden!
    Zij heeten ons willekom zijn.

3. Ja willekom moeten wij wezen,
    Zeer willekom moeten wij zijn,
    Daer zullen wij avond en morgen,
    frisch over die heiden!
    Nog drinken den koelen wijn.

frisch: levenslustig, opgewekt.

Hieronder op muziek.

zie boven 



Een andere versie(hieronder)  met toegevoegde strofe.
Het begint meer en meer te lijken op een drinklied.

Naar Oostland willen wij rijden
naar Oostland willen wij mee
al over die groene heiden
fris over die heiden
daar is er betere stee.

Als wij binnen Oostland komen
al onder dat hoge huis fijn
daar worden wij binnengelaten
fris over die heiden
zij heten ons willekom zijn.

Ja, willekom moeten wij wezen
zeer willekom moeten wij zijn
daar zullen wij avond en morgen
fris over die heiden
nog drinken wij koele wijn.

Wij drinken de wijn er uit schalen
en 't bier ook zoveel ons belieft
daar is 't zo vrolijk te leven
fris over die heiden
daar woont er mijn zoete lief.

versie uit: www.folkcorn.nl


Het trio Cassiman zong er een beklijvende versie van.

--------

DE HISTORISCHE CONTEXT
Vikingschip van de vloot van Willem van Normandië dat naar Engeland vaart, 1066, Tapijt van Bayeux.
Op dergelijke oorlogsschepen van het standaardtype van middelgrote schepen was ruimte voor 26 tot 30 personen. Ze konden onmiddellijk op het strand getrokken worden en hadden geen kaaien of steigers nodig. Dit type, zie boven, is ook bekend van de 10de eeuwse scheepsbegravingen in Ladby (Denemerken) en Haithabu (Hedeby).

Tussen de achtste en de tiende eeuw  verschenen dergelijke schepen die uit Denemarken, Noorwegen en Zweden kwamen  voor de kusten en rivieren van de Noordelijke kuststrook van Europa. Zij waren op zoek naar ruimte en buit. Heel Europa bad: "Heer, bevrijdt ons van de woede van de Noormannen."


De avonturiers, handelslui richten zich naar Rusland, op zoek naar een betere verblijfplaats om handel te drijven. De Noormannen hadden voor hen de Russische rivieren afgeschuimd van het westen naar het oosten en terug.
 In de XIde eeuw kwamen de steden bij ons tot ontwikkeling.
De Noormannen werden in Vlaanderen een halt toegeroepen  door de oprichting van versterkte plaatsen "castra" of ook wel een aantal "schansen"(omwalde versterkte plaatsen). Ook de Hongaren waren gestopt met hun strooptochten naar het zuiden.

   De veilige en strategische plaatsen trokken kooplieden aan, gevolgd door "tabernarii" (taberna: houten hut, kraam, werkplaats, herberg, wisselkantoor), taverniers (wijnhuishouder, kroeghouders), en "hospitari" (gastverblijfhouders).
Onder de bescherming van het "castrum" ontwikkelt zich  het "suburbium", de koopmanswijk.
   De uitwijking van het land naar de stad begint. De opkomst van de steden valt samen met een tot dan  toe ongekende overbevolking. De vruchtbare grond wordt meer en meer belast met teelten.
   De jongere boerenzonen verlaten de vaderlijke hoeve, hoeve vooral afgestemd op de voeding van één gezin. Een aantal mensen zwierven langs de wegen en verhuurden zich als dagloners of dagschalken (dienstknecht) of werden "joculatores", speellieden die o.a. met dansende beren rondtrokken of leefden van de liefdadigheid van de kloosters.

Zij vormen een deel van de heerscharen, waarmede Willem  van Normandië Engeland verovert (1066), de pioniers van de kolonisatie welke de Vlaamse landbouwer van het jaar 1100 naar het oosten voert, tot in de Russische vlakte.

In 1095 ontstonden grote voedseltekorten in onze gewesten.
In datzelfde jaar riep Paus Urbanis II, tijdens het concilie van Clermont-Ferrand, op tot een kruistocht tegen de Turkse Seldjoeken. De trek naar het Midden-Oosten werd aangewakkerd.
In 1099 veroverden de  kruisvaarders Jeruzalem en werd Godfried van Bouillon heer van voornoemde stad.


In de XIde eeuw, na de beëindiging van de Hongaarse strooptochten en    onder impuls van de Luikse prins-bisschop trokken groepen Waalse landbouwers naar Hongarije, waar ze het land hielpen ontginnen. Zij onderhielden goede relaties met hun stamvaderland.  Er is een verhaal  van een groep Waalse Hongaren, die in 1447  naar Luik op bedevaart gingen. Men vroeg hen hoe ze zo goed het Luiks dialect konden spreken. Het antwoord was dat de mannen Hongaars geleerd hadden, om met de autochtonen zaken te doen, terwijl de vrouwen aan de haard hun oude spreektaal gebruikten met hun kinderen.(1)(p.123)

J.L. HUENS, "Drang naar het Oosten",  in:  's Lands Glorie, dl II, Historia, s.d., nr. 98,  p.14.
" In de XIIde eeuw ontstond een emigratiebeweging naar het Oosten, nl. naar Duitsland, Hongarije, Polen. Deze beweging wordt de 'drang naar het Oosten",  in het Duits 'Drang nach Osten" genoemd. De haven van Bremen is van 'Belgische' oorsprong; wij hebben Vlaamse dorpen in Saksen gesticht; in Hongarije leefden lang Waalse gebruiken voort."( in:  's Lands Glorie, dl II, Historia, s.d., nr. 98,  p.14.)(3)

Ook de Teuten waren onder weg, van uit Limburg(nu), naar het Oosten om daar ambulante handel te drijven.
 
Die betere steê zochten/vonden zij meestal in  de stad.
"Stadslucht maakt vrij!"
Toen toch.

Oostlandvar. Oosterland, het land aan de boorden der Oost-zee, der Baltische zee, van welk land de inwoners Oosterlingen werden genaamd; waarvan nog het Oosterlingenhuis te Antwerpen.

VERWIJZING
 M. BRANTS, "Beknopte Cultuurgeschiedenis van het Vlaamse Volk", A. Manteau, Brussel, 1948, p.118. (2)
 Frank R. Donovan en Thomas D. Kenderick, "De Vikingen", W. Gaade, Den Haag, 1964.
 J. SCHOONJANS en J.L. HUENS,  's Lands Glorie, dl II, Historia, s.d..(3)
 L. VARGYAS,  Hungarian Ballads I, pp.77, in: "Het Vlaamse volkslied in Europa" door Albert BOONE, lannoo, 1999, dl.1.(1)

  

maandag 9 mei 2016

een lied als een gedicht/ een gedicht als een lied: Herman De Coninck: "Daarom"



Daarom 

omdat je jezelf bent
dat is: jij
twee letters
een streeldier
een zacht klimaat
om in te genezen

omdat ik mezelf ken
dat is: ik 
twee letters
een grens
om te passeren
naar bittere streken

zoals: wij
twee letters
een waarheid
een wereld
om te bewonen


Herman DE CONINCK

In de eenvoud van verwoording,
ontwikkelt hij  een wereld
met een zacht klimaat
een grens om te passeren
en om te bewonen
door jij , ik en wij.

De wereld van De Coninck speelt zich af in een intieme relatie tussen man en vrouw, tussen een "jij" en een "ik".

ANDERE GEDICHTEN

"Jij daar"
"De buigzaamheid van het verdriet"
"Poëzie"
"Moeder"
"Verjaardagsvers"


BUNDELS

"De lenige liefde" (1969)
"Zolang er sneeuw ligt" (1975)

"Met een klank van hobo"

Verscheen in: "Communicatie 4", door Guy Meus, Frans Van Eynde e.a., bij De Nederlandse Boekhandel, Kapellen, 1984, p.54.


Hij overleed enkele jaren geleden in Spanje door een "ongelukkig" toeval.