Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

woensdag 19 juli 2017

poème / gedicht / chant / lied: Bongo ...CHINAMA


IN OPBOUW

Foto: André Cauvin, in: CONGO, Elsevier, Amsterdam, 1949, p.147.
Les Mangbétous, aussi bien les hommes que les femmes, 
aiment les coiffures compliquées.
Voicie une jeune personne qui à préparé ses cheveux
pour une cérémonie.

CHINAMA

Le chant des jeunes filles.

Chinama, Chinama,
La jolie fille-fleur,
De Kabougou, le chasseur,
Se rendit, le coeur plein d'amour,
au palais du puissant roi.
En chemen, elle chanta
A ses modestes compagnes:
Allons doucement, doucement,
Afin que le roi soit la
Quand nous arriverons.

Quand on lui eût dit que le roi
Etait dans ses appartements d'herbes tressées,
Elle lui envoya ses compagnes,
Avec ses plus tendres hommages
Et des présents de sa part.
Mais le roi lui envoya en retour une peau,
Au lieu d'un mets;
Ce qui signifiait que d'elle, il ne voulait.
Lentement, lentement,
Elle s'en retourna dans son village, 
En pleurant.

Chant Benia Bongo

André CAUVIN et J. LATOUCHE, "Congo", Elsevier, Brussel/Amsterdam, 1949, p.147/148

CHINAMA

Het jonge meisjeslied.

Chinama, Chinama,
Het mooie bloemenmeisje,
Van Kabougou, de jager,
Ging vol liefde,
Naar het paleis van de machtige koning.
Onderweg zong ze
haar gezellinnen voor;
Niet te vlug, rustig,
Zodat de koning daar reeds zou zijn
Wanneer we toekomen.

Ze zeiden haar dat de koning
In zijn appartementen van gevlochten grassen was,
Zij stuurde hem haar gezellinnen,
Met haar mondelinge eerbewijzen
En geschenken van harentwege.
Maar de koning stuurde haar een dierenhuid,
In plaats van lekker eten;
Daarmee  begreep ze dat hij haar niet wenste.
Traag, heel traag,
Keerde ze al snikkend,
Naar haar dorp terug.

Lied van de Benia Bongo

Vertaling Harry F.E. Vermeir




woensdag 12 juli 2017

Duffel: 80-ste kaarjesprocessie op 14 augustus 2017


IN OPBOUW


Altaar van Onze-Lieve-Vrouw van Goede Wil, te Duffel.  tekening uit: "De zang der Torens, Maria in het leven van ons Volk", door Ad. Bayens, Gent, geen vermelding van de tekenaar,  1948, p.148. Foto: © H.F.E. Vermeir.
ONZE-LIEVE-VROUW van "Goede Wil", Duffel.

"De archieven van de Abdij van Tongerlo verhalen het ontstaan van de bedevaart te Duffel.
 In de oogstmaand van het jaar 1637 op 14 augustus  ontdekten twee knapen  van ca. 10 jaar, Jan MAES en Pieter VAN DEN BRANDE ,  terwijl ze hun koeien weidden in het gehucht Duffel-Perwijs, een klein beeldje in een wilgenstronk.

Pieter liep naar huis om het nieuws aan zijn vader te vertellen. Deze  was verwonderd, omdat hij een paar dagen te voren de wilg had gesnoeid en geen beeldje aan de boom had bemerkt. Benieuwd naar de uitleg van zijn zoon ,  vond hij een Onze-Lieve-Vrouwbeeldje met het kindje Jezus op de linkerarm.
Het beeld, uit grijze aarde amper een hand groot, werd in een holte van de boom vastgemaakt en het volk hield er voor dag en nacht een klein l lichtje in brand. "(1)(p.72-75)


OLV van Goede Wil, Duffel

"Een van de eerste genezingen kwam toe aan Marten VAN DEN BRANDEN, de vader van Pieter, Hij werd aangetast door wat men de "hete koorts" noemde , zodanig dat hij het bewustzijn verloor. Toen hij terug bij bewustzijn was ging hij naar het beeld in de wilg, ontstak er kaarsen en  ging volkomen genezen naar huis; later kregen zijn vrouw en zijn zoon  ook de koorts en ze werden op dezelfde wijze geholpen.
De man en de vrouw  getuigden onder ede over die genezingen voor  meier Balthasar Bals op 15.12.1637. De baron van Duffel Florens van Merode, markgraaf van Deinze, die op het kasteel van Duffel verbleef en pastoor Jan Schaluynen, deden onderzoek ter plaatse en spraken hun verwondering en bewondering uit."(2)(p.74)

 Dit wonder schonk een plotse vermaardheid aan de bedeplaats. met de zucht naar vereenvoudiging het volk eigen, noemde men weldra het beeldje aan de wilg "Onze-Live-Vrouw van de goeden Wil(g)le".(3)(p.148)

Er werd al vroeg een houten kapel rond het beeldje gebouwd.(maart 1638 - 1640). De eerste priester die er diensten leidde was Augustijn WICHMANS, een premonstrenzer, die op initiatief van de abt van Tongerloo de hulp kreeg van twee kanunniken.
Door de grote toeloop was de kapel te klein geworden.
In 1640 kwam er een stenen kapel.
Op 14.09.1937 legde kardinaal Van Roey de eerste steen voor de uitbreiding van de kapel. Jos Resseler, de toenmalige archivaris organiseerde dan een grote Mariastoet  en 's avonds een kaarskensprocessie  waarvoor 5000 processiekaarsjes werden verkocht.
Van dan af werd elk jaar een processie georganiseerd,  behalve één maal in de oorlog toen de Duitsers geen toelating verleenden.

De moderne praalwagen.
Wie versiert er mee?

De werkgroep vraagt dat gans Duffel aandacht zou opbrengen voor de kaarskensprocessie.
Men vraagt voor die dag de wijkkapelletes van Onze-Lieve-Vrouw een poetsbeurt te geven en het beeld van OLV een likje verf. Om de kapelletjes te versieren  met kransen, guirlandes en bloempjes. En om de nodige kaarsjes te doen branden. Geburenkringen steek de hoofden bij mekaar.

De processie op 14  augustus 2017.

20u30: vorming van de processie: kerkplein Bruul
20u50: opstelling van de processie tussen de kerk en de winkel van bakkerij Carl.

Processie:
vooraan: Kruis, processievlag, flambouwen en vlaggen  van Duffelse verenigingen gaan voor de trommelaars;
daarachter de deelnemers, misdienaars, priesters en de praalwagen met Mariabeeld.

21uur  vertrek achter de begeleidende poltiewagen.

Het traject:
links de Kapelstraat in, daarna rechts  Kwakkelenberg, rechts Provinciestraat, rechts Kapelstraat en voor de kerk links terug naar het Kapelplein voor de openluchteucharistie.

Standen:  wat is er te koop?
kaarsjes en windkapjes, Mariabeeldjes, medailles e.a. kerkelijke zaken.

Contacten
Pastoor Jan De Kinder  Tel.: 015 /31 15 86
P.R. Louis Van Nylen     Tel.: 015/ 31 33 51

Begrippen:
Hete koorts: wanneer de verhoging van de lichaamstemperatuur het gevolg is van warm weer of van oververhitting van het lichaam. In zo'n geval heeft het geen zin om geneesmiddelen in te nemen, de persoon in kwestie moet namelijk zo snel mogelijk afgekoeld worden. Dat kan gebeuren met water of met ijs, zaak is in ieder geval dat de lichaamstemperatuur opnieuw naar omlaag gaat.
In de ergste gevallen van oververhitting van de lichaamstemperatuur kan de persoon in kwestie verward worden of zelfs bewusteloos vallen.



Geraadpleegde studies:

Ad. Bayens,  "De zang der Torens, Maria in het leven van ons Volk", Gent, geen vermelding van de tekenaar,1948.(3)
Jan De Kinder (pastoor)  en Louis Van Nylen,  "Duffel 80ste kaarskensprocessie", in:  Het klokje,  weekblad, jg. 4, nr.28, 12.07.2017.
Stefanus Schouten, "Maria's Antwerpen", 1905, derde verbeterde druk.(1)+(2)


zaterdag 1 juli 2017

Pastoor ABTS Karl 25 jaar priester Viering te Onze-Lieve-Vrouw-Waver 2 juli 2017



Uitwerking: Kathleen Vermeir





De kerk vanaf het altaar een half uur voor de processie binnenkwam. Foto: ©Wim Van Engeland



Foto: © H.F.E. Vermeir 

Het binnenkomen van de kerk van Karl ABTS  over de rode loper. Voor hem de processie  van misdienaars en priesters. foto ©  H.F.E. Vermeir


Eucharistie met secondanten en zijn moeder op de voorgrond.  Foto: © H.F.E. Vermeir 
De secundanten:  Tim Peeters (E.H.), pater Chuks Nkejiaka, Karl Abts (jubilaris), Koen Jacobss (diaken),  Kristof Struys (vicaris  en president Johannes XXIII-seminarie), Ronald Villarreal (E.H.).
De koren: 'Con Animo' en 'Pastorale' o.l.v. Maria Jacobs(piano) en Martine De Winter.
Organist: Koen Van Damme

Lector Kathleen leest hier de voorbeden
Foto: © Lucia Riccio 



De ouders van Karl ABTS, 55 jaar getrouwd.Foto: © Lucia  Riccio
.

Misdienaars en lectoren : Anthony Jude Okafor (seminarist) en Kathleen Vermeir (lector)

Het college van Burgemeester en Schepenen schitterde door afwezigheid.

Foto: © H.F.E. Vermeir 

Foto: © H.F.E. Vermeir


Einde van de Jubileumdienst. Bij het verlaten van  de kerk was er spontaan applaus en  en langs de buitenzijde wandelde men in processie  terug naar de pastorij.
De Koninklijke fanfare Graaf d'Elissem ging voor.
Daarna was er een volle zaal voor de receptie in de zaal van Graaf d'Elissem. 

PROFICIAT PASTOOR Karl ABTS en DANK voor 25 priesterschap 13 jaar en 8 maanden  dienst aan Heer en Gelovigen bij ons.






maandag 26 juni 2017

SINT - ROMBOUT (Rumoldus) viering laatste zondag van juni ST.-Romboutskathedraal Mechelen




Op de laatste zondag van juni wordt jaarlijks in de St.-Romboutskathedraal te Mechelen de heilige gevierd. Hoewel in de kerkelijke kalender staat die op 1 juli.


R. Cramer, Rumoldus, in: “Missel Quotidien et Vesperal”, Dom Gaspard Lefevre, deAbdijen van St.-André en Zevenkerken, Loppem-Brugge, 1930. ( achteraan Propre de Belgique, begin)

Biografische gegevens

H. Rombout (Rumoldus)

Titelheilige van de metropolitane kerk van Mechelen.
Patroon van de stad Mechelen en van het aartsbisdom Mechelen-Brussel.
Feest op 1 juli.
Monnik van Ierse afkomst; tweede helft zevende of eerste helft achtste eeuw. De tweede/Ierse evangelisatie
Stichtte een klooster nabij de nederzetting waaruit later de stad Mechelen verder ontwikkelde.
Verkondigde het geloof in de omgeving.
De traditie kent een ontmoeting tussen Rombout en Gummarus, halfweg tussen Mechelen-Lier, te Duffel, Stadeyken(?). De kapel in het huidige 'boske' van 'Morieau' te Duffel uit 1688 herinnert aan deze bijeenkomst.
Hij leefde als kluizenaar - priester te Mechelen.
en werd vermoord door twee metgezellen; 
om zijn geld of omdat hij ze hun verkeerde manier van leven verweet.

De NAAM

 Rommout, nadien Rombout - het zou een geleende of kloosternaam kunnen zijn -  kan geïnterpreteerd worden als beroemde (hruom = roem) heerser (-bout of bald = stoutmoedig) en is Germaans van oorsprong; het eerste lid (romh = Rome) kan ook Iers zijn. (1)(p.36)


De zondag (25.06.2017) van de viering.
Eucharistie met kardinaal Jozef De Kesel (° 1947/ en aanstelling tot aartsbisschop 2015) om 10u30.






St.-Romboutskathedraal, viering van  St.- Rombout.   Foto: ©  H..F.E. Vermeir
De kathedraal is voor deze gelegenheid versierd met vier rode vanen.
In het midden zien we het zilveren schrijn van de heilige.
Achteraan het altaar waarin het schrijn meestal opgesteld wordt.

In 1302 was er als een schrijn uit cypressenhout met goudlaken bedekt.
Houten schrijn uit de 17de eeuw.


Relikwiekast, in: Marcel KOCKEN, "Zo was ... Mechelen",  Antwerpen,  1972, p.55.

Toen werd dergelijke cederhoutenkast gedragen in de processie. Zij is in het bezit van het Museum "Hof van Busleyden". In de vroege  middeleeuwen bewaarde men het gebeente van de heilige in deze kast in een kapel buiten de kathedraal.
In 1369 werd het in een zilveren schrijn geplaatst, dat in 1578, door het calvinistisch stadsbestuur werd verkocht om de stadswallen te versterken 
Men maakte een nieuw schrijn in 1631 en plaatste het op het huidige hoofdaltaar (1665).
In 1797, onder het Frans bewind, werd het in de Munt in Brussel gesmolten. De reden: de Franse bezetter  eiste een overdreven oorlogsschatting en aldus hielp men de stadsmagistraat.


Relikwiekast, de recente, gereed om gedragen te worden in de Hanswijkprocessie. Foto : © H.F.E. Vermeir 
De Mechelse goudsmid  J.-Fr. Van Deuren,(1776-1835) bijgestaan door A.J. van Beveren (1773-1853) leverde in 1825 (Hollands Bewind) deze neoclassicistische relikwiekast in de vorm van een sarcofaag af. Ze moet een Griekse tempel voorstellen en is uit verzilverd koper. De vier zijvlakken brengen episodes uit het leven van St.-Rombout: een engel leidt Sint-Rombout naar zijn missiegebied; Sint-Rombout verkondigt in Mechelen het evangelie; Sint-Rombout wekt Libertus op uit de verdrinkingsdood en het lichaam van de vermoorde heilige teruggevonden. Tussen de Dorische zuiltjes staan de doodsengelen. Bovenop ligt sedert 1875 het beeld van de heilige, werk van Jozef Willems (1845-1910), leraar aan de Mechelse academie.(2)(p.39)
Tijdens WO I was het schrijn opgesteld in de kapellen van de Antwerpse kathedraal. Vooraleer terug te keren naar Mechelen was er een restauratie nodig van de Antwerpenaar Lambert Van Rijswyck in 1919. Daarna werd het  teruggevoerd naar Mechelen waar  het met veel luister werd ontvangen.
In 1998 werd het schrijn  gerestaureerd door Xavier Aertgeerts, zilversmid te Itegem.(3)(p.13-16)
Het woog toen 340 kg.
Nog drie andere parochies hebben St.-Rombout tot patroon: Humbeek, Schepdaal en Steenokkerzeel.

De kermis te Mechelen is eerste drie zondagen van juli  en ontstond uit de processie waarbij de relikwie van St. -Rumoldus processiegewijs werd rondgedragen. Dit zou in oude tijden de ommegang genoemd geweest zijn. De stadsrekeningen van 1554-1555 vermelden dat de processie door reuzen en andere uitgebeelde volkse onderwerpen gevolgd werd, die geen rechtstreekse betrekking meer hadden met de godsdienst.(4)(p.26)
























Bronnen:

Aloïs JANS, Rumoldus in geschiedenis en legende, in: "Sint-Romboutskathedraal, gestalte van de gotische droom", VKW - Mechelen, 1990. (1)
Jan DE SCHUYTER, Op, Signorken, in: "Tijdschrift voor Geschiedenis en Folklore IV", Antwerpen, 4de jg. nr. 1 en 2., 1941.(4)
Karel VAN BETS, Schrijn voor de stadspatroon, in: "Sint-Romboutskathedraal, gestalte van de gotische droom", VKW - Mechelen, 1990. (2)
Bert VERRIEST, Het Sint-Romboutsschrijn", in: tijdschrift "Vrienden van de Sint-Romboutskathedraal",  Mechelen, 9de jg. nr.2. (3)

vrijdag 23 juni 2017

EIERDANS/ boekverbrandingen * nazisme * nationalisme* uitschakelen van volkscultuur

IN OPBOUW

Op 10 mei 1933, het jaar dat hij aan de macht kwam, beval Hitler de boekverbranding  te Berlijn.

Diefstal: tussendoor liet hij de bezittingen van de joden (o.a.) plunderen om ze op te nemen in eigen bezit.

Censuur: Op 18 juli 1942 kregen de Belgische boekwinkeliers een lijst van 1470 titels van boeken die zij niet meer mochten verkopen, want meneer Hitler had het gezegd.

Op 1 jan 2019 wordt alle cultuur en steun aan volkscultuur overgeheveld naar het Vlaams gewest. Dat geld gaat in de zakken van Vlaanderen en komt niet terug naar volkscultuur. Terwijl is men op cultuur  aan het centraliseren dat het niet mooi meer is, de invloed van de politiek op cultuur..  was nooit zo groot  en was nooit zo klein in geld. Behalve als het over concerten gaat op markten: BROOD EN SPELEN
Centralisatie is de vorm van macht die leidt naar dictatuur.
Kijk maar eens nar  Erdogan. De man van de eenheidsworst  om zijn eigen macht te vergroten.
Waar zijn bij ons de mooie principes van de liberalen gebleven!!!
In Afrika de arme mensen helpen is heel mooi,
maar hetzelfde doen in eigen land gebeurt bijna niet...

Uit het blad dat bij onze belastingen zat,  leren we dat 2.2 % naar recreatie, cultuur en godsdienst gaat.
Hoeveel krijgt dan cultuur? 0.6 % voor de elitecultuur (?) en 0.1 voor de volkscultuur (?).
Voor huisvesting en gemeenschappelijke voorzieningen 0.6 % .

Voor elitecultuur is er nog wel geld maar des te minder voor volkscultuur, die dan voor het weinige geld dat ze goed zouden kunnen gebruiken allerlei beleidsplannen, budgetten, begrotingen moeten indienen, op een niveau dat voor de gemiddelde KMO geldig is .... Voor zogenaamde vrijwilligers sportvereniging is er een vzw die voornoemde drukkingsmiddelen in orde brengt.
Waarom wordt dat geld van de provincie niet terug gebruikt voor de koepels....
Zouden we dit een vorm van diefstal durven noemen...
Men zegt dat dat van de gemeenten moet komen, maar als ik  goed rondkijk zijn een aantal gemeenten grondig bezig met de afbraak van de traditionele cultuur om ze daarna des te beter te kunnen vervangen door de cultuur van degenen die aan de macht zijn....

CULTUUR MOET KUNNEN GEDIJEN BUITEN DE POLITIEKE DRUK....
Voor het goed OVERLEVEN van de DEMOCRATIE is DIVERSITEIT IN CULTUUR  van LEVENSBELANG.


Pieter Aertsen, "De eierdans', 1557, in:  "De Europese volkscultuur , De wording van Europa", door  Wim Blockmans e.a., Nederland, 1993,  p.10.
Deze dans weerspiegelt de levenslust van het gewone volk.
Eieren al dan niet gebroken, waren symbolen van seksueel gedrag.
Dat de eieren bij het paar aan de linkerzijde zullen breken ligt voor de hand.

Wij zijn ook in een tijd waar de eierdans wordt opgevoerd, de eieren van de massa worden zonder rancune gebroken, maar de eieren van de luxe worden zonder scrupels met des te meer steun gebroed.



woensdag 14 juni 2017

Poëzie: Paul Van Ostayen(1896-1928) dichtte Guido Gezelle (1830-1899)



Speelse poëzie en modernisme
begrepen mekaar beter
dan vele geleerde heren...

Zo schreef  Paul Van Ostayen 
      over    Guide       Gezelle



Guido Gezelle (1830-1899), portret door Hendrik De Pondt.(Kortrijk)

" Plant
  fontein
  scheut die schiet
  straal die spat
  tempeest van alle diepten
  storm over alle vlakken
  wilde rozelaars waaien
  stemmen van elzekoningen bloot
  Diepste verte
  verste diepte
  bloemekelk die schokt in de kelke van bei' mijn palmen
  en lief als de madelief
  Als de klaproos rood
  o wilde papaver mijn".

Uit: "Vlaamse Arbeid", juli-augustusnummer, 1926

Paul van Ostayen (1896-1928). De dichter in uniform (WOI)

"Hij beschrijft Gezelle als de bron, de fontein van de dichtkunst,
als de alles overschaduwende/ overwoekerende poëet,
als de allround verzenbouwer van wilde en kleurige bloemen  
en  van diepe ontboezemingen."
H.F.E. Vermeir (15.06.2017)

Erlkönig (Elzenkoning, juister Elfenkoning) is een ballade, in 1782 geschreven door de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe.
De ballade vertelt het trieste verhaal van een vader die ’s nachts te paard naar huis rijdt met in zijn armen zijn zoon. De jongen (die vermoedelijk doodziek is) ziet in zijn koortsdromen de elfenkoning, een symbool van de dood, die hem probeert mee te lokken naar de ‘andere zijde’. Het angstige kind roept naar zijn vader om hulp. De elfenkoning probeert het opnieuw, uiteindelijk dreigt hij het kind met geweld mee te nemen. Als de vader en het kind op hun bestemming komen, blijkt de jongen gestorven te zijn. Hij is voor de elfenkoning bezweken.

Het Duitse woord Erle betekent elzenboom. Dit is ontstaan door een foutieve vertaling vanuit de Deense tekst van Johann Gottfried Herder: de oorspronkelijke tekst ging over een elfenkoning. (Jacob und Wilhelm Grimm: Deutsches Wörterbuch 16 Bde. in 32 Teilbänden. Leipzig: S. Hirzel 1854-1960. Band 3. Spalte 906)

zondag 4 juni 2017

de mooiste poëzie/bloemen om van te dromen




Bloemenveld, tuin pastorie OLV-over-de-Dijle, Mechelen. (2013) Foto: © H.F.E.Vermeir

De gulheid van de natuur

" De bloem, vermoeid haar geuren
  te aêmen,
  buigt neer en vouwt 
  haar blaadjes zamen."

Johannes IMMERZEEL JR. (1776-1841)


" In het paradijs staat de plant
                      die openspringt
              als de dauwdruppels
   van zijn bladeren druppelen."

Ui: Sir Gawayne and the Greene Knight.(p.49)

" Alles waar de mens van droomt,
  wat hij zich helder voorstelt,
  wat het geloof schept
  of waarnaar de liefde verlangt,
  bestaat uit verschrikkelijke, vreemde,
  sublieme en prachtige vormen."

Percy Bysshe Shelley (1792-1822) p.86.

EGO FLOSS...

"Ik ben een blomme
en doe des morgens open,
des avonds toe mijn blad,
om beurtelings, nadien,
wanneer gij, zonne, zult,
heropgestaan, mij nopen,
te ontwaken nog eens of
mijn hoofd den slaap te biên."

Guido Gezelle (Brugge 1830- 1899)
Tweede strofe van de zeven. In: "De mooiste gedichten van Guido Gezelle", samengesteld door Jozef Deleu, lannoo, 1998, p.56. Gedicht uit 1898.

Ego Flos: Ik ben een bloem (Hooglied 2,1: Ego flos campi, et lilium convallium = ik ben een bloem van het veld, een lelie der dalen) eeuwig onontaard: niet veranderd van aard

Verwijzing: (eerste drie teksten)
 Edward Lucie-Smith, "Flora in de kunst en de literatuur", Librero, Hedel, 2001.
  

dinsdag 23 mei 2017

BEGIJNEN "losbandige wezens" handschrift-Van Hulthem



Twee satirische teksten over BEGIJNEN in het handschrift-Van Hulthem(1405 - 8) waarin ze [ten onrechte] worden afgeschilderd als zeer losbandige wezens.

Biografie en teksten van de Antwerpse begijn Anna Van Schrieck, 1668 (Ruusbroec Genootschap) (1)(p.190) Deze vrouw heeft niets vandoen met de onder gebrachte verhalen.


In Van eenre baghinen ene goede boerde (Een goede grap over een begijn) wordt beschreven hoe een begijn en een begard zich overgeven aan hun lusten.

"Van eenre baghinen will ic u singen,
te Brusele gevielt inden wigaert,
Hoert hier boerdelike dinghen:
si saten ende nopten op den standaert,
dies worden si cortelike vervaert,
Want hem gesciede al selc een wonder;
Haer heimelijc drincken was geopenbaert,
want deze baginen spelen gerne van onder."

[ Ik wil zingen over een begijntje.
   Hoor over de grappige dingen
   Die zijn gebeurd in de Wijngaard (begijnhof in Brussel).
   ze ragden terwijl ze op de bovenverdieping waren.
   Plotseling schrokken ze,
   Want hun overkwam iets onverwachts.
   De stiekeme penetratie kwam aan het licht;
   Begijnen amuseren zich graag onder de gordel.]
   Komrij, 1994, p.268.


Ze besluiten de liefde niet in hun bed te bedrijven, want, zo zegt het begijntje:
" Ik zou me schamen, als iemand mijn bed in stukken gebroken zag."
Ze deden het dan maar op de zolder, maar ook liep het mis; ze zakten a.g.v. hun paringsdrift door de zolder. Het verder verloop in het handschrift is weggeknipt en doet vermoeden dat het scabreuze ten top werd gedreven door de schrijver.



De andere Hulthemtekst heet Dits vanden tanden ( Dit gaat over de tand). Het verhaal van de ik-figuur die een rit te paard maakte in de omgeving van Brussel. Onderweg ontmoette hij twee vrolijke types die een raar spel speelden. Een begard lag bovenop een begijn en was bezig haar descipline te geven.
In religieuze kringen werd dat woord gebruikt voor bepaalde vernederende strafoefeningen, zoals geselingen of andere lijfstraffen. Hier betreft het natuurlijk een wel heel bijzondere vorm van kastijding:

"In wiste niet wat beesten het waren;
Der weert namic minen vaert.
Ene baghine sagic haer baren
Ende op hare enen bogaert.
Si lach stilder dan een steen
Ende hi wriemelde al in een 
Soe dat hi moede dochte in schine.
Hi gaf haer ene descipline.
Doen seide hij mi: "Rijt wech te hant.
Ic trecke haer ute maer enen tant."

[Ik wist niet wat voor beesten het waren
  en ik reed er naartoe.
  Ik zag een begijn zich weren,
  en op haar lag een begard.
  Zij lag stiller dan een steen
  en hij zwoegde aanhoudend,
  zodat hij er moe uitzag.
  Hij gaf haar een tuchtiging.
  Toen zei hij tegen mij: "Rij onmiddellijk door,
  Ik trek haar alleen maar een tand.]

Tekstverklaringen

Begarden: mannelijke begijnen hebben bestaan; men noemde hen begaarden (ook beggaarden geschreven).
Zij waren vrome mannen die de regel van de heilige Franciscus volgden en handarbeid deden, o.m. het kopiëren van  van boeken en documenten. Zij wensten autonomie t.o. het kerkelijk gezag. In de 17de eeuw zochten ze aansluiting tot de derde-orde.
De begarden behielden hun eigen inkomen en kregen vrijstelling van cijnzen.(2)(p.47)
Begijn: [ misch. ⇐ Oudfrans bège, lichtbruine kleur van ongeverfde wol]  lid van een groep ongehuwde vrouwen of weduwen die, zonder eigenlijk kloostergeloften af te leggen, een vroom  gemeenschapsleven leiden. Gez. Daar is een - te geselen, gezegd bij een volksoploop, meestal om iem. af te schepen, die vraagt wat er gaande is. Over de oorsprong wordt nog getwist. (4)(p.204)
Descipline: in het bovenstaande gedicht is er sprake van discipline, tuchtiging. Dit sluit zeer nauw aan bij het geselen van hierboven. Schijnbaar was het laat-middeleeuws woordgebruikt doorspekt van dubbelzinnige connotaties die in de seksuele sfeer moeten geplaatst worden.


Literatuur

F. Claes, "Verschuerens Modern Woordenboek", Antwerpen/Amsterdam, 1979, 8ste uitg. (4)
Dini Hogenelst en Frits Van Oostrom, "Handgeschreven Wereld, Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen", Amsterdam, 1995, p.137.
G. Komrij, "De Nederlandse poëzie van de 12de tot en met de 16de eeuw in 1000 en enige bladzijden", Bert Bakker, Amsterdam, 1994.
Monika Triest, "Het besloten hof, Begijnen in de Zuidelijke Nederlanden", Amsterdam, 2000, 2de dr.. (1) +(2)





donderdag 11 mei 2017

* * * Christiaan II, Koning van Denemarken, zonder land, te LIER (1524-1530)




Christiaan II van Denemarken (°1481 - + 1559)

Christiaan I I van Denemarken, 1515 door Michel Sittow

Over bovenstaande figuur lazen we van de hand van Marcel LAMBIN een beklijvend verhaal in "Gazet van Antwerpen Gazet van Mechelen", 23/24 juni 1973, p.33. Op basis van die gegevens brengen we een reconstructie.

Christiaan II was in 1513 tot koning gekroond van Denemarken, Zweden en Noorwegen.
Hij huwde op 11 juli 1514, met de schoonzus van keizer Karel door zijn huwelijk met de 13-jarige Isabella  van Habsburg, waarvan de naam gewijzigd werd in Elisabeth. 
Hij kwam in conflict met de adel door zijn centralisatiepolitiek , zodat die op een mislukking eindigde. Bovendien was er ergernis ontstaan doordat twee vrouwen al te grote invloed kregen op zijn regeringsbeleid.


Isabella van Habsburg, de vrouw van Christiaan II.


Hij kon enige vergelijking doorstaan met Hendrik VIIIste daar hij zeer begaafd was maar wreedheid was hem ook eigen. Hij richtte het "Stockholmer bloedbad" aan onder edelen en prelaten, bloedbad dat niet moest onderdoen voor de Sint-Bartholomeusnacht te  Parijs.


DUVEKE

Toen hij nog als erfprins en onderkoning te Bergen (Noorwegen) resideerde, was hij smoorverliefd geraakt op de dochter van een daar gevestigde Hollandse herbergierster, Sigbrit Willems. De knappe meid, die naar de poëtische naam Duveke (duifje) luisterde, werd kort daarop zijn minnares.
Toen hij tot koning werd gekroond, vergezelden zij en haar moeder hem naar Denemarken en nam hij ze in zijn hofhouding op.
Het huwelijk van de 34-jarige Christiaan met het zachtzinnige zusje van de latere keizer Karel maakte geen einde aan de verhouding; al werd hem vaak de les gelezen door zijn zwager. Zonder enig succes want die was zelf een virtuoos in het dartele leven van het minnen.

Hij liet voor Sigbrit een hele hofhouding uit de Nederlanden overkomen, maar ook 28 boerengezinnen uit Noord- Holland, die  het eiland Amagar nabij Kopenhagen toegewezen kregen om Sigbrit en haar dochter boter, kaas en groenten naar hun smaak te kunnen bezorgen. Nog steeds zijn op het eiland sporen van deze Nederlandse/Brabantse nederzetting.

De moeder van Duveke was waarschijnlijk iemand uit een voornaam Hollands koopmansgeslacht. Waarschijnlijk werden zij uitgewezen. De zakenvrouw in de moeder spon garen uit de verhouding van Sigbrit met de koning. Sigbrit werd zijn voornaamste raadgeefster en zij kreeg het beheer van de tolgelden op de Sont, de goudader van Denemarken. Zij kreeg na enige tijd het hele financieel beheer van het rijk onder controle. De machtigen moesten voor haar buigen en zonnen op wraak.

Duveke stierf in geheimzinnige omstandigheden, na het eten van kersen. Haar moeder beschuldigde de adel en de beschuldigde edelman bekocht het met zijn leven. Maximiliaan I zou de opdrachtgever geweest zijn van de moord.
Het verzet van de Deense adel o.l.v. Gustaaf Wasa joeg de koning weg in ballingschap.

In april 1523 ging hij als banneling scheep op de "Leeuw, geëscorteerd door 19 vaartuigen en vaarde naar de Nederlanden. Op 1 mei legde de koninklijke vloot aan te Veere (Zeeland). De vorst was in gezelschap van de koningin en hun drie kinderen, een klein gevolg en een lijfwacht van 50 hellebaardiers.

Bij het vertrek van het schip hoorde Sigbrit Willems tot de lading. Zo ontkwam de "toverkol met de venijnige tong die de koning behekst had" - aan haar vijanden.

Flash Back: ZIJN BEZOEK AAN DE NEDERLANDEN (1521)

De koning verbleef al maandenlang in de Nederlanden in 1521 toen hij met waardigheid ontvangen werd door keizer Karel en Margareta van Oostenrijk en hun gevolg bij de eerste steenlegging  van het nieuwe zijkoor, aan de zuidzijde van de O.L.Vrouwkerk van Antwerpen.

Margaretha van Oostenrijk door Barend van Orley.(1518 - 1527, hofschilder)
Zij wees de koning op zijn plichten.(Bron: zie hier boven)
Hij ontmoette toen Quinten Metsys en Albrecht Dürer die in datzelfde jaar in Antwerpen was en Christiaan konterfeitte. Erasmus stond ook op zijn programma  en hij wisselde waarschijnlijk van gedachte met hem over de reformatie.
Hij bezocht de voornaamste steden, op zoek naar medewerkers onder de kapitaalkrachtige, ondernemende burgerij en wist heel wat Vlaamse ambachtslui te strikken. Toen leerde hij waarschijnlijk Sigbrit Willems kennen.
Het initiële opzet was de regeling van de uitbetaling van de aanzienlijke bruidsschat, die de keizer zijn zuster had toegekend en die voor een aanzienlijk bedrag door de Brabantse steden werd gewaarborgd.

ZIJN VERBLIJF IN DE NEDERLANDEN (1524-1530)

Zijn ontvangst in de Nederlanden was deze keer zonder praal.
Hij verbleef korte tijd te Antwerpen, waarna hij naar Duitsland trok om er gedurende enkele maanden zijn belangen te verdedigen.
Na heel wat getreuzel wees de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, de tante van keizer Karel, Lier als residentie toe. Een ruim gebouw in de schaduw van de Sint-Gummaruskerk, naast het toenmalige kerkhof, werd voor hem gereserveerd. Wat er van overbleef staat bekend als het "Hof van Denemarken". Nu dekenij. Ook is er een Deense straat in de buurt.

"Hof van Denemarken", nu dekenij. In de zijgevel een gedenksteen die verwijst naar het verblijf van de Deense koning van 1524-1530.
Christiaan schoot goed op met de gemoedelijke Lierenaars. Als we de overlevering mogen geloven sprak hij zelfs Liers.
Zijn jarenlange ballingschap was een rusteloos intrigeren om de macht te heroveren, terwijl hij de spanning afreageerde met spel en vermaak en natuurlijk de jacht. Hij hield er jachthonden en een flinke stal paarden op na. Het geschal van de jachthoorns was toen in de omgeving van Lier een vertrouwd geluid.
Bij de boeren stond hij bekend als de "rode koning" wegens de rode, met bont opgesierde mantel, die hij droeg tijdens de jacht en wandeltochten te paard.
Met spanning volgde Christiaan de evolutie op et politieke schaakbord. Hij correspondeerde  druk met de machthebbers van het ogenblik en hield er gezanten op na, die zijn belangen aan de hoven behartigden.

HOE VERLIEP HET VERDER MET SIGBRIT WILLEMS?

De in non/weduwe verklede landvoogdes Margaretha( vader keizer Maximiliaan I  en de moeder Maria van Bourgondië) zag in Sigbrit de vleesgeworden duivelin en dat was gevaarlijk in een tijd van rokende brandstapels.
Sigbrit dook onder, eerst in een klooster te Utrecht, daarna in Gelderland, waar ze zich veiliger voelde. De hertog van Gelderland leefde op bestendige oorlogsvoet met keizer Karel. Tenslotte zocht ze haar toevlucht in Duitsland en werd men haar spoor bijster.

HOE VERLIEP HET VERDER MET DE KONINGIN,

Nog geen jaar hield Elisabeth het te Lier uit.
De geneesheren oordeelden dat haar wankele gezondheidstoestand niet bestand was tegen het bruisende hofleven. Ze was uitgeput door vijf opeenvolgende zwangerschappen, en dit op 25-jarige leeftijd.



Kasteel van Zwijnaarde.De abten van de abdij hadden hier wel een prachtig verblijf, gelegen aan de Schelde.Links het dorpje Zwijnaarde.
Na enige aarzeling, zocht zij de afzondering op het kasteel van Zwijnaarde, dat tot het patrimonium van de Gentse Sint-Pietersabdij behoorde en waar ze enkele maanden later overleed, 26 jaar oud (1526). Zij werd in de abdijkerk begraven, waar haar praalgraf zwaar verminkt werd door de beeldenstormers. Het zou er nog steeds zijn. Op het einde van de 19de eeuw werd haar stoffelijk overschot naar Denemarken overgebracht en naast haar echtgenoot bijgezet.



IN DE LIERSE KOLVENIERSGILDE
(verklaring zie onderaan)


Het wapen van Christiaan II van Denemarken, hier uit de verzameling van het Gulden Vlies. In Barcelona (1519) toegetreden tot de ridderorde. https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_ridders_in_de_Orde_van_het_Gulden_Vlies

In de kolveniersgilde was hij een hoogvereerde gast. Hij haalde zelfs eens de oppergaai neer en werd een tweede maal tot koning uitgeroepen... Koning van de kolveniersgilde van Lier. Bij deze gelegenheid vereerde hij de gilde met zijn wapenschild. Tot diep in de 18de eeuw werd het bij feestelijkheden samen met de schilden van andere gildekoningen, op een rode draperie uitgestald. voor de gevel van het kolvenierslokaal.

DE KONINKLIJKE BANNELING , OPPORTUNISME EN PROTESTANTISME
een leven van vallen en opstaan

Zijn onbesuisd optreden zorgde dat hij al snel op een slecht blaadje kwam bij het keizerlijk hof.
Op een bepaald ogenblik werd hij ter verantwoording geroepen  door de keizer bij monde van graaf van Hoogstraten, de bisschop van Palermo en Aert van der Goes (de schilder), waarbij gesteld werd dat hij zijn plan om kaperschepen naar de Deense wateren te sturen moest stop zetten, omdat hij op die manier de Nederlandse scheepvaartbelangen in het gedrang bracht.

Dorothea (links) (1520-1580) op vijfjarige leeftijd met haar broer Johan (8) en haar zusje Christina (3) in een schilderij van Jan Gossaert(Maubeuge?, ca. 1478 – Antwerpen?, 1 oktober 1532).(Wikipedia)
Op aandringen van Margaretha van Oostenrijk besloot keizer Karel haar de kinderen van Christiaan toe te vertrouwen met als voorwendsel dat deze aan haar hof te Mechelen een geschikter opvoedingsmilieu zouden vinden dan te Lier. In werkelijkheid wensten ze de kinderen te onttrekken  aan de invloed van de Lutherse leer aan het hof van hun vader. De vader verzette zich hardnekkig tegen het plan en bracht alles in gereedheid om uit te wijken naar Duitsland., bij de hertog van Brunswijk. Toen ondernam Margaretha een reis naar Lier en wist de koning voor haar plan te winnen.
Vergezeld van enkele hovelingen, namen de koninklijke kinderen hun intrek in het paleis van de landvoogdes, het eerste renaissancegebouw in de Nederlanden en een centrum van Humanisme (nu gerechtshof).

Vermoedelijk schilderde Jan Gossaert (Mabuse), de hofschilder van Margaretha, het paneel met de kinderen, nu in Hampton Court. Of was het Lier?
Jan Gossaert bracht er vroeger een bezoek aan Christiaan.
Van het verblijf weten we  dat hij de eerste avond in de afspanning "De Valk" doorbracht, aan de Grote Markt, en zijn avondmaal doorspoelde met 12 potten wijn, zoals bewaard gebleven in een rekening.

Tot de sterren van het hof van Christiaan behoorden:
de aartsbisschop van Uppsala, Gustave Troll, vroeger zijn heftigste tegenstander, en nu bondgenoot. Hij viel bij Christians opvolger in ongenade;
de secretaris van de Deense koning Hans Michelsen, die de vertaling van de bijbel  in de volkstaal maakte;
de kanselier Kornelis de Schepere, een Vlaams humanist, die de koninklijke apologieën in pompeus latijn zette en die de achting van Erasmus genoot.

De landvoogdes zag met lede ogen dat de hofhouding van Christiaan sympathiseerde met de protestanten van Lutherse signatuur. Hij steunde zelfs de protestanten die in Antwerpen door de inquisitie vervolgd werden.
Na heel wat moeite om hem op het katholiek pad te houden hield Margaretha zijn jaargeld in. Daardoor kwam hij in geldnood.
Zijn Lutherse sympathieën bleven. Margaretha  startte dan een onderzoek in Lier bij zijn hofhouding
 Hans Michelsen samen met enkele dienaren ijverde voor de Lutherse leer en werd samen met Willem van Zwolle, de intendant van het Deense hof opgesloten in het kasteel van Vilvoorde, de toenmalige staatsgevangenis.  Christiaan bekwam hun vrijlating nadat ze hun geloof afzwoeren. Na een dispuut tussen de Leuvense  universiteit en Willem van Zwolle, die ten slotte weigerde zijn overtuiging af te zweren, kwam deze op de brandstapel terecht.
Margaretha overleed in 1530 en de hevigste golven gingen liggen.
Om terug in het bezit van zijn troon te komen, zou hij alleen kunnen rekenen op de paus en de keizer en hij legde dan ook openbaar getuigenis af  van zijn orthodox katholicisme. "Paris vaut une messe". Hij zou wanneer hij terug aan de macht was het katholicisme herstellen in Zweden, Noorwegen en Denemarken.
In 1531 meende hij zijn ogenblik gekomen en zeilde met een vloot huurlingen naar het Noorden.

Na enkele successen keerde de krijgskans en hij viel in de handen van de Denen, die hem voor de rest van zijn leven opsloten, eerst in het slot Sonderborg en daarna in het slot Kalundborg. Hij verbleef aldus nog 18 jaar in gevangenschap in omstandigheden zoals het voor een koning betaamt.
Hij werd begraven in te Odense in de domkerk Sint-Knoet, de stad waarin sprookjesdichterAndersen geboren werd.




BEGRIPPEN

Kolvenier, zie klovenier: m. [ verouderd. klover, soort veldgeschut of draagbaar vuurwapen]
eertijds  schutter met een draagbaar vuurwapen inz. met een kolf.
Kolveniersgilde: "De Kolveniersgilde in Mechelen heeft als doel, de aloude tradities en geplogenheden van de stedelijke schuttersgilden in ere te herstellen binnen de folklore van de stad. Dit doet de schuttersvereniging door zich historisch en cultureel te herbronnen en de verworven kennis om te zetten naar de mogelijkheden en eisen van de moderne tijd.

De historische werking bestaat uit het houden van een tweejaarlijkse "Coninckxschieting", het schieten naar de ‍'maentscheuten'‍,[maent: naar de maan schieten....] het deelnemen aan gildenfeesten en optochten, het organiseren van een Mechels schuttersgildenjuweel, enz. Daarnaast baat de Kolveniersgilde een moderne schietstand uit. De gilde beheert ook een documentatiecentrum, een archief en een museum." (uit Mechelen mapt)

donderdag 4 mei 2017

Harry F.E. VERMEIR poëzie " Waarom schrijven wij gedichten?"



Waarom schrijven wij gedichten?

Kinderdromen, volwassenen  dromen
In oorden, in beelden , in woorden
En toch horen we niet het getik in onze hersenen
Die draaien en keren , het heelal in een notendop
Elke nacht een andere verloren droom, 
Die in de morgen bijna spoorloos verdwijnt
En schuift en schuift
Van de rug van het dravend paard
Dat snakt en snakt naar meer en hoger
Maar zich tenslotte neervlijt…
En zijdelings droomt;

Harry F.E. VERMEIR, Sint-Katelijne-Waver

25.04.2017                “Ik ben er daarom”

zaterdag 29 april 2017

* * kruid : WIJNRUIT , volkskundig



www.etsy.com/nl

BENAMING

Rute of ruit , de Ruta graveolens.
Ruta = ruit, waarschijnlijk van 't Gr. rheomai, dat ook redden betekent,
grave = sterk,
olére = rieken,
"Redder" naar

Salvia et Ruta faciunt pocula tuta

d.i. het geven van bescherming tegen dranken.
Het beschermt tegen "die quade lochten" en wordt daarom in pestazijn getrokken.
In Holland bond men dit kruid zelfs om de pols en op Java besprenkelde men met het sap van de bladeren van de Inggae, de ruit, amuletten en talismans om ze aan woningen waar epidemieën heersten op te hangen om zo de boze geesten af te weren. Hier was een overdracht van ideeën van Holland naar Java.


BESCHERMING TEGEN

* Jacob van Maerlant (ca. 1260 - 1290) dicht daarover:

Ende drinkt Rute tegen venyn
ende die met beten ghevenynt syn
Jof van enen verwoeden honde
Stamp Rute in corten stonde
Ende leghent op die wonde
Het behout di dine ghesonde
Ruten roeke scuwet elc serpent
Alsmen overwaer dat kent:
Wie so hem met groenre Ruten
alomme en de omme behanget buten
Hi mach sonder sorghe saen
Den basilicus  doet verslaen.

jof: voegw., hetzelfde.
corten stonde: onmiddellijk
roeke: aandacht, opmerzaamheid, zorg.
basilicus : een fabeldier met dodende blik. In de heraldiek een draak.

* Joost van den Vondel schrijft in zijn gedichten(1605-1621) over de Bazilisk, een duivelsier, dat mens en dier bedreigt,

Van den Bazilisk ende 't Wezelken:

Het wrede onmenselijk dier, dat yselijk en straf
Den menschen bliksemt met een oogwenk in 't graf
De felle Bazilisk beloerde en bewaakte
Een Wezelken, 't welk staag zijn aas aldaar ontrent
En dagelijks roof te halen was gewend.
't Welk als het nu gewaar werd Bazilisken treken,
Zoheeft het hem beraân om 's vijands macht te breken
En met een taksken groen van Ruiten zich bedekt,
Van ruiten, 't welk voor 't gift een tegengift versterkt
Ja, eindelijk vermag den Basilisk te doden
Dies heeft het dagelijks zijn vijand 't hoofd geboden. (1)(p.89)


Afbeelding uit het bestiarium van Aberdeen, 12e eeuw
Onbekend - http://www.abdn.ac.uk/bestiary/comment/66rbirdf.hti Aberdeen University Library
Aberdeen Bestiary, folio 66 detail, Basilisk

Illustratie bij de tekst van Joost van den Vondel.


* Als afweermiddel tegen heksen kon het dienen door de doordringende geur en de blijvende groene kleur
 in de winter.

GEBRUIK

Het verse kruid veroorzaakt op de huid bij het inwrijven een ontsteking.
Het werd ook als abortivum gebruikt.
Dioscorides en Galenus noemden deze rutacee, een struik, die van 50 tot 100 cm hoog wordt: "Peganon", en gebruikten de bladeren ook voor zenuwdranken en tegen wormen.
In verzen het vroegere volksmiddel: (niet te gebruiken nu)

Verneemt men eenigh kint geneyght tot quade stuypen
Die uyt een vochtigh breyn op al de leden druypen
Gebruyckt de groene ruyt, en wortels van de peöen,
Dat sal in korten tijdt geen kleyne bate doen. (1)(p.89)



VOORKOMEN

In het Heilig Land werd wijnruit reeds gekweekt in de periode dat Jezus over de wereld wandelde, daar het "vertiend" was. (Er belastingen op heffen.)
In dit verband wordt de volgende antwoord van Jezus aan de Farizeërs geciteerd.
"Nu gij Farizeën! zij reinigt het buitenste van de drinkbekers en van de schotels; maar uw binnenste  is vol roof en boosheid".(1)(p.89)

Geraadpleegde werken:



Boek
M. DE WAAL, "Keukenkruid en Specerij", W.J. Thieme en Cie - Zutphen, s.d. (1)

Handschrift
Aberdeen Bestiary, folio 66 detail, "Basilisk", Aberdeen University Library.


Woordenboeken
 "Elseviers Encyclopedie",  dl. I, Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1962, 2de dr.,  p.138.
J. VERDAM, "Middelnederlandsch Handwoordenboek, 's-Gravenhage, 1911.