Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

maandag 26 december 2016

KADO: Kerstwensen 2016 en Nieuwjaarswensen 2017




Een Zalig Kerstfeest 2016

Een Vruchtbaar en Gezond levensjaar 2017!





Kaart uit 1940 gestuurd aan Hélène Paiet, Lozannastraat 32, Antwerpen,
met de volgende wensen “Mijn Beste Wensche voor het jaar 1940”.
Geen andere kenmerken. Uit de verzameling van H.F.E. Vermeir



Er volgt nog een speciale wens van de prins der dichters:



Vanwege Harry Vermeir en José Tonnoeyr
20.12.2016.

vrijdag 23 december 2016

Goede om weten: "in de trein" en eigenwijze "Hollanders"



Ondanks de teloorgang van het lineair kijken, blijven mensen kiezen op de koffieautomaatfactor van televisie.
Programma's waarover je kan meepraten bij de koffie, op de trein en op Twitter.

Nederlanders vinden het grappig als een Vlaming (bijvoorbeeld via gsm) zegt dat hij 'op de trein' zit. Maar zelf zullen ze in het station zonder verpinken 'op de trein stappen'.

Gelezen in:

Karel Verhoeven, e.a., "Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn?", 1.000 Belgisch-Nederlandse woorden, De Standaard, 2015, p.77.

zondag 18 december 2016

zaterdag 17 december 2016

Winged words / gevleugelde woorden / geflugelte Wörter / des mots ailés ....



"Bekendheid heeft niets te maken met veel kunst of talent.
 Wel met geld en denken dat je beter bent dan de anderen." 

Joseph GORDON-LEVITT, in Primo, nr. 1650, jg. 25, p.115.


Ook op de achterkaft van het stripverhaal "Vae Victis ! VIII", Sligo de Overweldiger van Rocca-Mitton, Saga Uitgave, Zedelgem, 2010, vinden we een omschrijving die aansluit bij het bovenstaande "Gevleugelde woorden".


" Ik heb in deze tijden geleefd.
ik heb deel uitgemaakt van die wereld,
tussen deze mensen,
zo arrogant dat ze zich meester waanden van het gekend universum...
De meest ambitieuze, de meest hoogmoedige, 
plaatsten
zichzelf aan het hoofd van de hunnen...
Ik heb hen bestreden...
Sommigen hebben van me gehouden."


Altijd opnieuw, opnieuw, opnieuw...





dinsdag 13 december 2016

Basiliek ONZE-LIEVE-VROUW van HANSWIJK/ 27.11.2016/ na renovatie openstelling voor GELOVIGEN




We zijn hier in Mechelen / België



Zicht op de Hanswijkkerk de bewuste zondag om 10u30 's morgens vanaf de Zandpoortvest.
Foto: eigendom: H.F.E.VERMEIR 


Het logo.
Nadat de kerk een grondige renovatie en schoonmaak meemaakte was er op zo. 27.11.2016
een Eucharistieviering met altaarwijding door Kardinaal Jozef De Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel.



Foto eigendom van H.F.E. VERMEIR
Het gerestaureerde hoogkoor van de basiliek met links het conopeum (soort parapluutje) en rechts het tintinnabulum  met belletje. Het vroegere grijze, stoffige interieur kreeg een witte kleur. Vooraan kwam een nieuw altaar in hout met bijpassende stoelen.


Foto eigendom van H.F.E. VERMEIR

De eucharistieviering met van l.n.r. kanunnik Tony Frison (?), rector Steven Wielandt van de Hanswijkbasiliek, de diaken bij de kerken van Sint-Katelijne-Waver, kardinaal Jozef De Kesel, aartsbissschop, ceremoniarius Karlo Tybergen, Jan Arnalsteen, pastoor van de Lieve-Vrouweparochie, en nog twee personen.

De dankrede werd gedaan door Steven Wielandt op een heel originele manier.

DANKWOORD BIJ DE ALTAARWIJDING
Hanswijk – zondag 27 november 2016

Ik heb er goed over nagedacht, net niet over wakker gelegen.
Ik besef: het is niet passend en zelfs te gewaagd
om in een dankwoord namen te noemen.
Zo zou wel eens Fons kunnen vergeten,
of Wouter, of Willy en Gerda of Agnes, of Lieve.
Ziet u: zo komen we er niet.
Want iemand vergeten is zeker niet mijn bedoeling.
En toch. Na dit excuus waag ik me er toch aan
om onze dankbaarheid namen te geven.

Vooreerst danken we Lucas.
Niet dat iedere Lucas zich nu aangesproken moet weten.
Bedoeld wordt Lucas Fayd’herbe, de ontwerper van deze basiliek.
Hij was geen schoenmaker die bij zijn leest bleef
want als beeldhouwer
ontwierp hij bouwtechnisch nogal onkundig
dit ongezien-originele kerkgebouw.
En dat hebben ze geweten.
Ze, dat zijn de restaurateurs, architecten,
aannemers en onderaannemers van de voorbije jaren.
Jullie hebben het werk van Fayd’herbe
een schitterende toekomst gegeven.
Het werk van Lucas en jullie werk maken
onze gemeenschap heel dankbaar.
Ze noemen ons nu de mooiste kerk van Vlaanderen.
Dank daarvoor.

Dank ook aan Alexander.
Op 4 mei 1743 gaven de kerkverantwoordelijken van die dagen
de opdracht gaven om een preekstoel uit te werken.
Iets dat mocht gezien worden. En de rekening ook, natuurlijk.
4000 gulden was in die dagen een enorm bedrag.
Maar er was Alexander Rubens – inderdaad, kleinzoon van.
Met zijn genetisch aanleg voor kunst werd hij een gulle mecenas.
Het verhaal van toen heeft iets van vandaag:
de voorbije jaren heeft de kerkraad
zoveel verantwoordelijkheid en initiatief genomen
dat we voor het realiseren van het nieuwe altaar
niet alleen op zoek moesten naar een kunstenaar
maar ook naar mecenassen.

De kunstenaar vonden we in Amsterdam.
Hij begrijpt als geen ander de kunst van de tijdloze eenvoud
van de pure zuiverheid.
Het resultaat van de originele en doordachte inzet van zijn creatief talent
is vandaag ofschoon heel anders toch evenzeer indrukwekkend
vergeleken met de preekstoel van toen.
Jac (Bisschops), je rekende ons niet de 4000 gulden van weleer aan
maar je geeft ons vandaag wel de bijzonderste reden tot dankbaarheid:
we zijn blij en dankbaar om je realisatie.
Opnieuw staat Christus in het hart van onze gemeenschap.

En meteen ook dank aan de mecenassen. Ja. Ze bestaan nog.
Niet alleen het kerkenbouwfonds Domus Dei
maar ook de vele bekende en anonieme Alexanders.
Collectes, overschrijvingen en giften brengen het mecenaat
ondertussen al over de 26.000 euro.
Procentueel evenaart jullie bijdrage het mecenaat van Alexander.
Eerlijk: het geloof van kerkraad was initieel niet zo overtuigd.
Maar vergeten we daarom toch niet onze dankbaarheid
voor de zin voor initiatief van onze kerkraad
en de subsidiërende overheden die achter hen staan.

Ook Andreas Cruesen verdient onze dankbaarheid.
Voor de geschiedenisboeken is hij de vijfde Mechelse aartsbisschop.
En voor Hanswijk is hij de eerste steenlegger van deze kerk.
Zo staat hij aan het begin van een rijke traditie.
Op 10 mei 1663 legde hij de eerste steen van deze basiliek.
Vandaag wijdt zijn verre opvolger het nieuwe altaar.
Onze gemeenschap is u mijnheer de kardinaal
– dat klinkt echt even vers als de witte muren van de basiliek –
zeer dankbaar dat u ons in dit moment wilde voorgaan
en zeker ook voor alle oprechte steun
in het Hanswijkgebeuren van basiliek en processie.
Met U, mijnheer de kardinaal,
danken wij niet alleen de confraters priesters en diakens
die mee voorgingen in deze viering
of die ondermeer omwille of ondanks zondagse verplichtingen elders toch met ons verbonden waren.
Maar met U, mijnheer de kardinaal,
danken we niet minder het volk Gods hier aanwezig of verbonden.
Deze viering was een bijzondere, niet-alledaagse kerkervaring
om dankbaar voor te zijn.

 Ten slotte nog één naam.
Klein probleem. De geschiedenis is de naam vergeten.
Het is de anonieme schipper uit 988.
Had die naam-vergeten schipper zijn Mariabeeld
niet of elders achtergelaten
dan hadden we hier vandaag niet zoveel te vieren
Hij staat immers aan het begin van ons verhaal.
Hij is één zoals zovele mensen die in deze basiliek
hun verhaal opnieuw beginnen
omdat ze hier bij Maria hun hart kunnen luchten,
nieuwe moed vinden, weer toekomst zien.
Aan de voet van haar troon kunnen alle mensen
- zelfs de anoniemen - voortaan figuurlijk en letterlijk
hun licht opsteken
en in de voormalige doopkapel, nu de nieuwe kaarsenkapel,
kunnen ze nog steeds een kaarsje laten branden.
Dat heet devotie. En dat is een mooi geloof. Geloof van mensen.
En precies dat is de ziel van Hanswijk. Ook voor de toekomst.
Mensen voelen zich hier thuis bij Maria omdat zij ons hier toont dat zij onze Moeder is.
Zij heet u welkom. Altijd. U bent hier thuis. Altijd.

Dus niet alleen in een mooi gerestaureerde basiliek,
of een bijzonder nieuw altaar
vindt Hanswijk haar mooiste toekomst.
Maar wel in ieder van u. Want met u gaat ons verhaal verder.
U verdient onze grootste dank.
En dankzij de naamloze schipper ik ben niemand vergeten.

27 november 2016.
In dit decor mag het echt wel eens ‘barok’ klinken:
na Lucas, Alexander, Andreas en een naamloze schipper
heeft u allen vandaag geschiedenis geschreven.
En de toekomst wenkt.


OLVrouw van Hanswijk in volle glorie in de vernieuwde kerk.
Foto eigendom van H.F.E. VERMEIR

Op het einde werd haar ere-lied gezongen.

Gij staat hier op een toon gezet van licht en bloemen onbesmet,
Wij komen vroom u loven.
Och, houd op ons uw oog gericht. Uw mantel niet van ons gelicht,
O moeder van hierboven, O moeder van hierboven.

Ave Maria! Ave Maria! Ave Maria! Ave Maria! 

De wereld is vol drift en kwaad. Gevaren komen vroeg of laat,
De duivel dreigt de banen.
Geen jeugd is vrij, O minzaam Moeder'ken, die dat alles ziet,
Uw kind'ren in d'orkanen, Uw kind'ren in d'orkanen,

Ave Maria! Ave Maria! Ave Maria! Ave Maria! 

Ons landje was Uw schoonste land en zocht steeds
Uwe moederhand, dat mag toch nooit verminderen.
Dat bidden en beloven wij, O minzaam Moeder'ken van Mei.
Wij blijven Uwe kind'ren, wij blijven Uwe kind'ren.

Ave Maria! Ave Maria! Ave Maria! Ave Maria! 

En dan nog een foto van de gerestaureerde koepel

Foto: eigendom van H.F.E. VERMEIR









zaterdag 26 november 2016

oldtimers NASH 1931 gravure






De tekening en de zwart/witte tekst uit: "L'Illustration", 18 juillet 1931, annoces p. XVII
De middenprent uit WIKIPEDIA

In het "Interbellum" was het automerk in volle ontwikkeling en we lezen in bovenstaande tekst hun troeven:
een gesynchroniseerde versnellingsbak, een dubbele verlichting, een stille tweede versnelling. Alle nieuwe 6 en 8 cilindermodellen hadden deze vernieuwingen en bovendien was er nog de 'elegante' carrosserie.

Zij hadden vertegenwoordigers in: Frankrijk, Denemarken, Portugal, België, Oostenrijk, Hongarije Roemenië, Estland, Spanje, Zwitserland, Finland, Noorwegen, Engeland, Zweden, Nederland, Tsjechië - Slovakije, Griekenland en Duitsland. Allemaal (- Zwitserland) landen van de Europese Unie nu.

Nash Motors Company was an American automobile manufacturer based in Kenosha - Wisconsin, in the United States from 1916 too 1937. From 1937 too 1954, Nash Motors was the automotive division of the  Nash - Kelvinator Corporation . Nash production continued from 1954 to 1957 after the creation  of the American Motors Corporation.

Nash pioneered some important innovations; in 1938 they debuted the heating and ventilation system which is still used today, unibody construction  in 1941, seat belts in 1950, a US built compact car in 1950, and muscle cars in 1957. (Wikipedia)

De maatschappij Nash maakte auto's in Kenosha -Wisconsin (U.S.A.) van 1916 tot 1936. Van 1937 tot 1954, was 'Nash Motors' een onderdeel van Nash - Kelvinator Corporatie. De productie  ging verder van 1954  tot 1957 na het ontwikkelen van 'American Motors Corporation'.

Nash ontwikkelde enkele belangrijke vernieuwingen; in 1938 begonnen zij met een verwarmings- en een ventilatiesysteem dat tegenwoordig nog wordt toegepast , compakte constructie vanaf 1941, veiligheidsgordels in 1950, en de ontwikkeling van alles-in-een model in 1950, en een zogenoemde gespierde wagen in 1957.

Nash Motors was founded in 1916 by former General Motors  president Charles W. Nash who acquired the Thomas B. Jeffrey Company. Jeffery's best-known automobile was the Rambler whose mass production from a plant in Kenosa - Wisconsin began in 1902.
The 1917 Nash Model 671 was the first vehicle produced to bear the name of the new company's founder. Nash enjoyed decades of success by focusing its efforts to build cars "embodying honest worth ... [at] a price level which held out possibilities of a very wide market."(Wikipedia)


In 1916 stichtte  voormalig 'General Motors' president   Charles W. Nash  'Nash Motors'.  Hij verwierf de 'Thomas B. Jeffrey Company'. De wagen geproduceerd door Jeffery die het best in de markt lag, was de 'Rambler', die in Kenosa - Wisconsin sedert 1902 in massa geproduceerd werd.
Het Nash model 671 uit 1917 was het eerste model dat de naam droeg van de oprichter van de nieuwe maatschappij'. Nash genoot tientallen jaren van van het bouwen van auto's " door het ontwikkelen van een waardevol product aan een prijsniveau dat mogelijkheden creëerde op een grote wereldmarkt."

maandag 21 november 2016

Jo Haazen: DE meester BEIAARDIER een uitzonderlijk IDEE in de contekst van het KINDERRECHTENVERDRAG




"Vrije Tribune"


Jo Haazen te Mechelen op de Grote Markt, de "speakers corner", een viertal jaren geleden t.g.v. een andere 'hot' item.


KNACK 20/11/16 om 08:32 - Bijgewerkt om 08:31

'Een overheid moet haar plicht ten aanzien van haar jongste burgers opnemen'.

Op de 27ste verjaardag van het Kinderrechtenverdrag zijn kinderrechten belangrijk op alle beleidsniveaus, schrijft kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. Maar we zijn er nog niet…

Jo Haazen:
Waarom steeds het accent leggen op "rechten" zonder te spreken over "plichten"? Zijn plichten soms minderwaardig? Vullen rechten en plichten elkaar niet aan, zoals in- en uitademen, krijgen en geven, dag en nacht, op en neer, warm en koud, overeenkomstig de wet van de dualiteit die het leven in stand houdt? In onze materialistisch rijkelijk bedeelde maatschappij gaat de aandacht evenwel hoofdzakelijk uit naar het (op)eisen van rechten - psychologisch gezien een introverte, defensieve en egocentrische beweging (-). Plichten daarentegen zijn extrovert en bewust gericht op het belang van het individu en van de hele maatschappij (+). De "Universele Verklaring van de Rechten van de Mens" komt dan ook erg onevenwichtig over zolang het begrip "Plichten" niet expliciet mee in de titel opgenomen wordt, ondanks juridische opvattingen waaruit zou moeten blijken dat plichten in deze verklaring voldoende ingebed zijn. Waarom dan niet eerlijk spreken over de "Rechten en de Plichten van de Mens"?

Jan Verstraete:

 @Jo Haazen:  schitterend geformuleerd. De vergelijking tussen de eerder introverte en egocentrische rechten, versus de meer extraverte en geëngageerde plichten, heb ik nog nergens gelezen. Ook de Universele Verklaring van de 'Rechten en Plichten' van de mens, getuigt van een knap staaltje denkwerk. Mijn respect.

zondag 13 november 2016

Over politici ... een onthulling over geloofwaardigheid



Op zondagvoormiddag is er een panelgesprek op NPO I in samenspraak met een vijftal mensen waar soms een politicus bijzit.

Daar viel de volgende uitspraak van de panelvoorzitter:
"Wij deden onderzoek naar onze kijkcijfers en de mensen die daar inzitten. We stellen vast wanneer er een politicus in ons panel zit de kijkcijfers dalen."

De geloofwaardigheid van de beleidsmakers is ver zoek en Trump heeft er nog een grote schep bovenop gedaan. Het gaat er bijvoorbeeld ook niet in dat er nog 45 % vrouwen voor Trump stemden na de platte praat die hij er uit sloeg. En dat hij verkozen is met minder stemmen dan zijn tegenstander, dit wijst er op dat dat het in de V.S. niet over democratie gaat, maar over heel iets anders.

zaterdag 5 november 2016

lied/ gedicht per maand: "Tot den afgunstigen LESER" van Azevedo, 1947.





UIT:
Titel:      Korte chronycke van vele gedenckweerdige geschiedenissen: soo in de principaele steden van het hertoghdom van Brabant als in de stadt en provincie van Mechelen, Volume 1
Korte chronycke van vele gedenckweerdige geschiedenissen: soo in de principaele steden van het hertoghdom van Brabant als in de stadt en provincie van Mechelen
Auteur:               Gerardus Dominicus Azevedo Coutinho y Bernal

Uitgever:              J. Jacobs, 1747
Uitgegeven:          in Leuven

Om het leesbaarder te maken  voor de leek de tekst in modern lettertype:

TOT DEN AFGUNSTIGEN

              L E S E R

Seght eens hoe het kan geschieden
   Dat men ieder sal voldoen;
d' Een die sal u soo gebieden,
   d'Ander wilt op syn fatsoen:
d'Een wat krommer, d'een wat rechter,
   d'Een wilt leegh, en d'ander hoogh:
d'Een wat beter, d'ander slechter,
   d'Een wat nat, en d'ander droogh.
't Gaet met lesen als met eten,
   Ieder spreckt naar synen mondt:
k' Soud den Kock wel willen weten,
   Die 't eenieder passen kondt.
Ieder wilt sijn vonnis wysen,
   Dit te suer, en dat te soet:
En dat d'een sal wonder prijsen.
   Stoot een ander met den voet.
Veel die liever Fabels lesen,
    Als de waerheyt, die baert nydt.
Het gaet nu, gelyck voor desen,
   Momus vindt sijn werck altijdt.


Momus: god der spotternij; spotter.


De titelpagina:







woensdag 2 november 2016

Arie HÖLSCHER (OLVWaver) publiceert trilogie "Rozen voor Andrea", wedervarens voor, in en na WO II





Arie HÖLSCHER
° 26 juli 1931

Zij woonden tijdens WO II in de streek van Hoogboom-Ekeren.
Hij is nog steeds zaakvoerder  van Hölscher-Severins bvba (fabricatie van veevoederspecialiteiten en handel in enkelvoudige grondstoffen voor veevoeding).
Hij maakte ook prachtige schilderwerken  w.o. een groot over het Belgische koningshuis.
Arie is al zeker 20 jaar voorzitter van "Kunstencentrum De Kweekelinghe vzw".
Nu publiceerde  hij zijn lijvig boek over WO II dat gebaseerd is op levenservaringen.
arie.holscher@telenet.be 


HET BOEK


Arie HÖLSCHER, Rozen voor Andrea,trilogie in één boekdeeleigen drukwerk, Onze-Lieve-Vrouw-Waver, 2016. 462 bladzijden.

Inleiding van de inhoud

"Victor is de zoon van Petrus, landbouwer in het kleine Vlaamse dorp Groenbeek.In Duitsland komt Hitler aan de macht.
  In de lagere school komt het grote schilderstalent van Victor tevoorschijn. Hij is bevriend  met Paul, de buurjongen van de Nachtegaalhoeve en diens zusje Andrea.
  Tussen Victor en Andrea ontstaat een romance. Op een keer portretteert hij haar in de vrije natuur.
Petrus is lid van het VNV, een Vlaamse partij in het unitaire België, die er voor ijvert de rechten van de Vlamingen als volk te doen erkennen. Tegelijk wordt in heel Europa de democratie in vraag gesteld. Er ontstaan nationalistische partijen die dictoriaal regeren. Het VNV is één van die partijen die bovendien financiële steun krijgt van het fascistische Duitsland...." Tekst overgenomen  van de kaft van het boek.

Data

Het boek beschrijft de omstandigheden van voor, in en na WO II.
De streek waar het verhaal zich afspeelt is te situeren ten noorden van Antwerpen tussen Hoevenen, Ekeren, Kapellen, Putte-Kapellen, Stabroek, Brasschaat-Hoogboom en Merksem.

Een levensecht geschreven boek met een romantische noot.




Een V-1, die terreur zwaaide in de Antwerpse regio op het einde van WO II. Foto gemaakt door een bewoner van Hoogboom-Ekeren.

Getuigenis van de auteur:
Op een keer ontplofte er een vlak boven ons en werd het dak van ons huis gewoon ingedrukt met de
nodige stukken als resultaat. Op kerstavond 1944 kwam er een schuin-recht naar beneden op ons af en voor ik op de grond lag buiten was hij al beneden en ontploft. Op een honderdtal meter. Ik werd hard tegen de grond gesmakt en had er kapotte knieën en kapotte ellebogen van en een zere kop. Een hele hoop brokstukken en stenen kwamen dan ook nog aangevlogen en vielen naar beneden op en rondom ons."

WAARDERING 

Het boek is een historisch document voor de periode waarover het schrijft en verdient een vaste plaats in de galerij van de waardevolle boeken.

maandag 24 oktober 2016

* *HERFST van Maurice GILLIAMS , een lied / een gedicht




                                                                                                      H E R F S T 

Georges COMHAIR, Herfst, gravure, Selgues-Aveyron, in"prenten en verzen uit België, Plantin,  Brussel, 1961, p.33.

Het is een land van grijsaards na de zomer,
hier geeuwt de heide in haar gal van zonde;
het bruin der eiken heeft de geur der honden,
het dorp gloeit in zijn klokken van oktober.

De honig druipt vermoeid in aarden potten
waaraan de handen zich getroost verenen;
en eenzaam duurt 't gemaal der molenstenen,
't kasteel staat in zijn grachten te verrotten.

sterfbedden blinken van het goud der vaderen,
't is avond en de zonen zien het wonder:
't geboortehuis dompelt in nevel onder
 en jeugd en lief en al zijn niet te naderen.

Maurice GILLIAMS ( Antwerpen 1900- 1982)
uit "Het verleden van Columbus" (1933-38)
De Nederlandsche Boekhandel

Foto: eigendom van H.F.E. VERMEIR

In de herfst is het 's morgens al eens 'koel en nevelachtig, en vooral als er boven de velden of het water slierten mist drijven, zal het weer mooi worden, indien de zon die nevel kan oplossen.
Gaat de zon op onder een bewolkte en zwoele lucht, dan zal het regenen of donderen. Ook winterkoude duikt op in de herfst: als de herfst mild is, volgt een strenge winter. En als er veel eikels zijn, zal de winter vroeg zijn intrede doen. Ook de kleurenpracht van de verschillende tinten bruin spreekt tot onze verbeelding
Maar hoe zit het met de opwarming of de afkoeling van de aarde?!?

"De herfst met veel nevels doortrokken,
  toont een winter vol sneeuwvlokken"(1)(p.15)




Verwijzing

Om. Van 't Venneken, Weerklapper, in: "dit nieuwe seizoen herfst",H. Bauwelaerts e.a,  Lannoo, Tielt, 1946.(1)

donderdag 13 oktober 2016

* * * * *11 NOVEMBER: St.-Martinus van Tours, Sinte Mette, Sinte-Maarten, Sinte Merten en Le Saint Martin



Voor de Mechelse Sint-Maarten met de kruk, zie op deze blog op datum 10.11.2011

11 november  komt er aan en dan is het al eeuwen de feestdag van Sint-Martinus.
Samen met Sinterklaas zijn zij de populairst heiligen van d christelijke wereld.
Het is een heilige die nog tot de verbeelding spreekt en in het Mechelse (Mechelen en Rijmenam) en ten westen van Mechelen gevierd wordt o.a. in  het "Land van Dendermonde". Hij is zo een beetje de tegenhanger van sinterklaas die op 6 december gevierd wordt. Beide heiligen zijn zeer populair in de Christenheid.

Het is ook de feestdag van het einde van de "Grote Oorlog" en aldus een vrije dag in België, waardoor de gelegenheid tot het gaan zingen van de kinderen in bepaalde streken meer mogelijkheden kreeg.


Sint - Maarten,wandschildering in de Lieve-Vrouwkerk van Oberwesel ( in Midden-Rijn),
van ca. 1520, D-7792, Bauroner Kunstverlag.
We zien op deze afbeelding Sint-Maarten te paard die een deel van zijn mantel aan een naakte man geeft, de "naakten kleden één van de werken van barmhartigheid". Hij is weergegeven voor de kerk waarin hij binnenin wordt vereerd en rechts het kasteel van de dorpsheer(?).

De data over zijn leven
 St.-Maarten van Tours (ca. 316-397), monnik en bisschop. Eén van de populaire heiligen van de middeleeuwen. Hij is geboren in Pannonië ( nu Hongarije), zijn vader was officier in het Romeinse leger en geen Christen; zijn zoon trad ook toe tot dat leger waarschijnlijk als dienstplichtige.Op jonge leeftijd werd hij aangesproken door het christendom. Door zijn christelijk standpunt in het leger werd hij gevangengezet en ontslagen in 357. Onmiddellijk hierna ontstond de iconografie over het verdelen van de mantel  en het aan hem verschijnen van Christus met de gedeelde mantel. Hij liet zich dopen en reisde naar zijn thuisland Pannonië, Milaan en Illyrië.
Toen hij in 360  te Poitiers belandde, na zijn verbanning werd hij monnik en werd vlug benaderd door volgelingen en al snel ontstond de eerste Gallische abdij. In 372 werd hij bisschop van Tours.(01)(p.333)
Hij bleef leven als een monnik in een cel naast de kathedraal  en later in  het klooster van Marmoutier samen met 18 monniken. Hij stichtte nog andere abdijen(Ligugé). Zijn 25-jarig episcopaat werd gekenmerkt door wonderen zoals de genezing van lepralijders en het terug opwekken van een dode man. Hij stierf op 8 november  in Candes en werd op 11 november begraven in Tours.
Er zijn 4000 kerken aan hem toegewijd. De dom van Utrecht is daarvan een goed voorbeeld.
Publicaties: Sulpicius' Vita Sti. Martini en de Libri IV de Virtutibus St. Martini door Gregorius van Tours behoorden tot de meest verspreide lectuur van de vroege middeleeuwen.
Zijn iconografie ontwikkelde zich in de tweede helft van de 15-de eeuw.


St.-Martinus en de bedelaar, Zuid-Nederlands, ca. 1525, collectie v. wijlen Dr. A.F. Philips, Eindhoven.

Vergelijk met de voorgaande afbeelding. De houtsnijder benaderde heel kort de wandschildering.Behalve het voorwerp in de hand van de bedelaar.

De iconografie

Martinus wordt voorgesteld op twee manieren:
- als krijgsman te paard, zijn mantel met zijn zwaard in tweeën snijdend om er de op de grond gezeten  bedelaar mede te bekleden De bedelaar werd veelal naakt met lendendoek uitgebeeld, maar dat laatste paste  waarschijnlijk niet zo goed bij de kerkelijke "navelstaarders".
Na zijn bekering en doop op 18-jarige leeftijd naderde  Martinus  op een koude herfstdag te paard de stadspoort van Amiens; toen staarde een halfnaakte bedelaar hem aan en vroeg een aalmoes. Martinus bezat geen geld  en dan trok hij maar zijn zwaard om zijn soldatenmantel te delen met de arme.
- als bisschop met een gans als attribuut. Martinus geldt als schutpatroon van de ganzen; in sommige streken(Beerse) placht men op zijn feestdag de St.-Maartensgans te eten. Zijn feest valt bij het begin van de winter als de wilde ganzen wegtrekken.




Sint-Martinus met bedelaar, 16-de eeuw, Rijksmuseum "Het Catharijneconvent", Utrecht



Patroon van

Sint-Martinus is de patroon van de geestelijkheid in het algemeen, van de soldaten en vooral van de ruiters, van de kleermakers (omwille van de mantel), van de reizigers  die in Frankrijk de gewoonte hadden van een hoefijzer te hangen in het portaal van de kerken die aan St.-Maarten waren toegewijd, van caféhouders en hoteliers wat o.m. blijkt uit de veelvuldig voorkomende uithangborden in Frankrijk "Au Grand Saint Martin", maar ook van wijnbouwers en wijnhandelaars, want het was op 11 november dat men de nieuwe wijn van het jaar proefde.(2)(p.31)
Natuurlijk ook van de kinderen.
Schutspatroon van de gans.

In de schilderkunst

Antoon VAN DYCK, St.-Maarten, kerk van St.-Maarten, Zaventem, ca. 161-1627.
Een rokkenjager...

Antoon was volgens velen een onverbeterlijke rokkenjager. [daarin onderscheidde hij zich niet van vele adellijken]. De volgende anekdote doet de ronde.

Toen hij naar Italië vertrok, maakte maakte hij zijn eerste tusssenstop in Zaventem. hij werd er verliefd op de dochter van de schout en, om langer bij haar te kunnen blijven, aanvaardde hij een opdracht van de deken van de plaatselijke St.-Maartenskerk.
In Genua, waar men hem verwachtte, werden ze ongerust. Ze stuurden Rubens een brief met de vraag waar Antoon bleef. Waarop Rubens spoorslags naar Zaventem reed en Antoon aabzette zijn reis verder te zetten. 
Het doek van St.-Maarten dat hij schilderde, hangt nog altijd in de bovengenoemde kerk.
Het verhaal leverde stof voor een Vlaamse operette, 'Het meisje van Zaventem', die in 1934 in Gent in première ging.(3)(dl.2, p.13)

Symboliek

* de gans: het invoeren van de eredienst tot Sint-Maarten  viel samen met de uitroeiing van het Germaans-Romeins heidendom  dat de oorlogsgod Mars met gans vereerde. Verwijzen we terloops naar de ganzen van het Capitool. Kerken ter ere van Sint-Maarten kwamen i.p.v. de heiligdommen van Mars met de gans.
Deze symboliek van de gans ontstond o.i.v. de Germaans-Romeinse soldaten  die vanuit hun voor-christelijk geloof  Mars, de god van de oorlog (Romeins) verwarden met een eigen god waaraan ze ganzen offerden en die ze 'Tiws', 'Tiws-Things' of zelfs 'Things'  noemden. De nieuwe god, ontstaan uit elementen van de twee voorgaande, noemde in het Latijn Mars Thingsus. De eredienst van Sint-Maarten is er de verchristelijkte vorm van. Van recuperatie gesproken.Is er ooit iets nieuws op deze wereld?..
Wat is nu de 'link' tussen sint-Maarten en de Germaans-Romeinse traditie.
Bij de aanvankelijke overgang van Sint-Maarten tot het christendom werd hij achtervolgt door heiden en zocht toevlucht in een grot waar een troep ganzen  verbleef. De ganzen kunnen moeilijk stil zijn  en maakten veel lawaai ondanks Sint-Maarten die probeerde stil te krijgen. Zij riepen: "Hij is hier." Daardoor werd de heilige aangehouden en daardoor sprak hij de verwensing uit dat ze elk jaar op de dag van zijn martelaarschap  hem zouden wreken door hen in grote hoeveelheid te braden en op te eten.(4)

Gans op het menu met Kerstmis. 1928 te Beerse. Uit het HK museum

In het noord-oosten van Europa was het reeds de gewoonte om gebraden gans te eten aan de vooravond van 11 november, maar hier gebeurde dat in 1928 ook al met Kerstmis.
In de stad Visé,- met als patroon Sint-Maarten - ,bewaarde men het gebruik van de gebraden ganzen.(4)

* het vuur: symbool voor zuiverheid.
Het is een zeer oud gebruik uit de voorchristelijke Germaanse tijd dat gevierd werd  bij het begin van de winter ter ere van 'Wustan' of 'Wodan', die volgens de 'Edda's'  de macht had over het aardse en het hemelse, over het grote en het kleine, die zorgde voor rijke oogsten en als tegenprestatie ontstak men voor hem grote vuren en men offerde voor hem op het feest van de herfst.
Ook bij ons (in Vlaanderen, in Rijmenam bijvoorbeeld) vindt men nog vuren. Een verwijzende vers van voor 1931:(4)

Sint-Marten heeft zo'n kou
geef ons maar zo groot als een boon.
Onze lieve Heer zal 't in de hemel lonen.

Men bedelde niet alleen hout maar ook appelen en kastanjes om te bakken in het vuur.

Rond het vuur werd door de kinderen gedanst en gezongen

Stookt vier 
Maakt vier,
Sint Marten komt alhier,
Met zijn blote armen
Hij zou hem geerne warmen.

(Vier: vuur)


RIJMENAM: SINT - MAARTENSVIERING 11 NOVEMBER 1990
------------------------------------------------------------------------

Mevrouw, Mijnheer,

Hiermede nodigen wij u vriendelijk uit op onze Sint-Maartensviering op zondag, 11 november 1990, in 't Smiske, Hoogstraat te Rijmenam.

PROGRAMMA

18u:   Verzameling aan 't Smiske, Hoogstraat, Rijmenam. Iedereen, zowel oud als jong wordt verzocht voorzien te zijn van licht: een uitgeholde biet met een kaars erin; een lampion; een stallantaarn...

18u15: Vertrek van de lichtstoet door het dorp.

                                                   19u:      Ontsteking van het Sint-Maartensvuur. De jeugd danst rond                                                              het  vuur.
                                                   Nadien is er nog gezellig samenzijn in 't Smiske, waar iedereen
                                                   welkom is. Er wordt gezorgd voor drank en pensen met appelmoes.
                                                   Aan al de deelnemers wordt een herinneringsvaantje en een gratis
                                                   consummatie aangeboden.

                                                                                                             Het Bestuur

Georganiseerd door de Heemkring "Het Hoefijser" te Rijmenam, gemeente Bonheiden in de buurt van Mechelen, België.

In 2016 op 11 november wordt het voor de veertigste keer georganiseerd.
Alleen het herinneringsvaantje is er niet meer en de gratis consummatie geldt tot 12 jaar.
Vorig jaar waren er 500 deelnemers.





* de bedeltocht van de kinderen al zingend: sinte-mette zingen
De uitnodigingsbrief van 30.10.2009 te Mechelen


SINTE – METTE  IN  MECHELEN

11 november is de traditionele feestdag van Sint-Maarten, de heilige die zijn mantel heeft doorgesneden
om aan de armen te geven ...Sint-Maarten, de kindervriend, is in Mechelen bekend en gevierd als "Sinte-Mette".

Ruim 12 jaar geleden hebben een aantal authentieke Mechelaars, w.o Frans De Wachter, Rudi De  Mets en
Marcel Kocken, het initiatief genomen om de aloude Sinte-Metteviering nieuw leven in te blazen. Vooral het
traditionele Mechelse Sinte-Mettelied "Sinte-Mette van de ruggenuchte" werd terug aangeleerd.

     Vorig  jaar kwamen mer dan 100 kinderen Sinte-Mette zingen op het feest dat het Mechelse Sinte-Mette Genootschap organiseerde.

Tussen 14 en 16 uur zijn ALLE Sinte-Mettezangertjes welkom in de feestzaal  van het Scheppersinstituut,
Melaan 16, Mechelen.
De beste zangertjes en mooist verkleedde Sinte-Mettes worden extra beloond, maar in werkelijkheid
mogen ALLE deelnemertjes een mooie prijs kiezen! Verder wordt er nog snoep en pannenkoeken uitge-
deeld. En dat alles gratis!
En verder is er ook nog een schmink- en knutselatelier. Muziek wordt verzorgd door de groep "Schuppenzot",
die tevens de zingende kinderen begeleidt. En dan is er nog "Ludo" de lustige clown.

Rond 16u30 volgt dan de prijsuitreiking volgens de regel: iedereen prijs !!!

Kom a.u.b. met kinderen en / of kleinkinderen, neefjes en nichtjes, tussen 4 en 12 jaar, naar dit leuke feest.
Jullie dragen alzo bij aan het in stand houden van een eeuwenoude Mechelse traditie.
Ambiance verzekerd. en voor de dorstige volwassenen is er wel drank voorzien.

Zeg het voort. Wees er bij "Ad Majorem S. Metti Gloriam".

Namens het  Sinte-Mettegenootschap:

Rudi DE METS - Marcel KOCKEN



        
11 

De ontlening van zijn naam

In Mechelen heeft men twee St.-Maartenziekenhuizen en één te Duffel in beheer van de vzw "Bethlehem". In St.-Maarten te Duffel hangt een grote geschilderde  reproductie van het schilderij van Antoon Van Dyck. Deze vzw bouwt nu langs de R6 in Mechelen een mastodont ziekenhuis dat de drie genoemde zal moeten vervangen.

Begrippen

St.-Martins zomer: is het voorkomen van goed weder rond zijn naamfeest.
Over voorgaande  doen twee legendes de ronde:
1) Wanneer voornoemde terug in het kamp van de Romeinen kwam toen hij een stuk van zijn mantel had doorgesneden om de 1/2 aan de arme te geven, werd hij gestraft. Er werd opgemerkt dat aalmoezen geven een goede zaak was, maar dat dit niet mocht gebeuren ten nadele van het leger. Hij werd naakt gegeseld en aan de geselzuil ten toon gesteld in de koude. Toen stuurde God uit medelijden de zon om hem te verwarmen. In nood kent men zijn vrienden.(4)
2) Op andere plaatsen vertelde men dat Sint-Maarten een wit paard had waarmee hij de armen brood en klederen bezorgde. Om het paard te voeden was er hooi nodig maar door het moeilijke seizoen slaagde hij er niet in het tijdig van hooi te voorzien. De hulp die hij inriep van boerenhelpers kwam steeds te laat daar ze eerst hun andere taken moesten doen. Het hooi kwam aldus meestal vochtig ter plaatse. God zond hem dan maar op eigen initiatief ieder jaar in november enkele warme en zonnige dagen omdat het hooi in goede staat zou zijn.(4)

Expect Saint Martin's summer, halcyon's days
Since I have entered into these wars.
                                   1 Henry VI, 1,ii, 110-11
(halcyon: koningsvisser (vogel), dagen van rust en vrede)(5)(p.458)

Er is ook een een St.-Janszomer in het voorjaar rond de feestdag van die heilige.

Weerspreuken

At Saint Martin's day
winter is on its way.

Between Martinmas and Yule
water's wine in every pool.

(Yule: kerstijd / Christmastime)

His Martinmas will come,
as it does to every hog.

(hog: pig to be slaugther; there's no escaping death) (5)(p.456)


DUIDING/

Bonny BLACKBURN en Leofranc STREVENS, The Oxford Companion to the Year, Oxford university press, 1999.(5)
Jos DE BEER, Le Saint Martin, folklore en Belgique,La Metropole, 38ste jg., woensdag 11.11.1931.(4)
David FARMER, Oxford dictionary of Saints,  Oxford University Press, 1997, vierde editie,.(1)
S. FARMER, Communities of St Martin: legend and ritual in medieval Tours (1991) , p..213-20.
J. HINDRYCKX,  Vraagtekens bij de St. Maartenviering te Veurne, in: "Bachten de Kupe" 29ste jg., nr. 1, 1978.(2)
Van Dyck, de verborgen geschiedenis, zonder vermelding van auteur, Gazet vanAntwerpen, 24 april 1999. (3)

zondag 9 oktober 2016

" Lachen is gezond": over de ooievaar, Jantje, vissen en wijn.




D ooievaar met ondergoed waarop de naan JULIE staat, voor de geboorte van het gelijknamig meisje, in de Elzestraat, een deelgemeente van Sint-Katelijne-Waver. (2013) Foto eigendom van H.F.E. Vermeir.



                                                        De OOIEVAAR

Grootmoeder staat met twee kleinkinderen voor een perk in de zoo van Antwerpen naar de ooievaar te kijken.

- "Kijk", zegt ze tegen haar kleinzoon van acht, "dat is nu de vogel die de kindjes brengt."
Het jongetje buigt zich voorover naar zijn zusje van zeven en fluistert in haar oor:
- "Zullen we het haar nu maar vertellen?"

                                             *              *              *
                                                                 VISSEN 

Onderwijzer: "Jantje, groeien de vissen snel?"
Jantje: "Ja, meester. Vorige week heeft mijn pa er een gevangen en telkens hij erover spreekt, is hij tien centimeter langer."


Günther JAHN, "De laatste vis", (* 9. Januar 1930 in Erfurt, Provinz Sachsen, Preußen; † 29. Oktober 2015 in Beelitz-Fichtenwalde, Landkreis Potsdam-Mittelmark)

WIJN

De wijn komt aen
met vremde ganghen.
Hij neemt de voeten
eerst gevangen.

Zo oud als de wijn.