Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

woensdag 8 juli 2015

Zo leefde SINT-KATELIJNE-WAVER in 1953 (vervolgverhaal) DEEL I





Bladzijde uit: Zondagsvriend, nr. 26, 25.06.1953, p.857. (Uit het documentair archief van H.F.E.Vermeir)


Zoals in grootmoeders vertellingen waarin de kinderen uit de kolen komen, zo is St.-Katelijne-Waver groot gegroeid uit de bloemkool.


De Bemortel, hier in het midden boven.


Tussen Mechelen en Lier in het schone Netedal, lag eertijds het onmetelijke Waverwoud, in het Land van Duffel, waar de heren van Kamerijk en Duffel, en later de Berthouts regeerden. Na de invallen van de Noormannen werd het Waverwoud  in feite eigendom van de Berthouts die er een van hun belangrijkste burchten hadden "De Bemortel".  De oudste vermelding dateert Lichtmis 1296, toen de abdij van Grimbergen verplicht werd aan Hendrik III Berthout een kleine penning Lovens op de Bemortel te betalen.(1)(p.1) Tussen 1415-1570 en 1607-1703 verbleef de drossaard van Duffel en Walem op de Bermoortel. Daar vergaderde ook de schepenbank van Duffel o.l.v. de drossaard, om recht te spreken.(2)(p.1)
In de 15de eeuw besloeg deze vesting binnen de wallen een oppervlakte van 5 ha. en omvatte een ridderkasteel, een vierkante toren met valbruggen, een kapel en een schuur. Met de Berthouts vochten de toenmalige bewoners tegen de Turken in Egypte ter bevrijding van Jeruzalem.  (zie Zondagsvriend, nr.26, 1953,  p. 856) Van de burcht is bovengronds niets bewaard, maar er zijn onder het gras nog steeds ruïnes.(Zoek bij straatnaam Bemortel)
In de middeleeuwen vormde de Bemortel het centrum van Sint-Katelijne-Waver. (3)(p.11)








Het logo van de stichting.


In 1227 werd de abdij van Rozendaal, op het grondgebied van de toenmalig  parochie St.-Catharina, maar nabij Walem, voor de Cistercienzerinnen gesticht. De stichting wordt toegeschreven aan Oda en Elisabeth Berthout, feitelijk aan Gillis Berthout, heer van Berlaar. De voornoemden waren de dochters van Gillis en de zeven volgende abdissen waren meisjes uit de familie Berthout.
In 1348 nam abdis Jutta Berthout ontslag. Ze bouwde een huisje op de oever van de Nete  dat nu nog bestaat. Het zogenaamde pesthuisje, het huis met de twee gezichten.
De heilige Ida Van Leuven verbleef in de abdij. Dit vrouwenklooster dat onder voogdij stond van de abt van Hemiksem speelde een grote rol tot aan de Franse Revolutie.
De zusters moesten vluchten naar (o.a.) Mechelen voor de Spanjaarden en  voor de protestanten ca. 1580  en de gebouwen werden geruïneerd door de Geuzen. Alles werd daarna glorierijk heropgebouwd. Na de Franse Revolutie ca. 1797 werden de zusters door de Fransen definitief verdreven en werd het grootste deel van de gebouwen als zwart goed aan de familie De Meulenaer verkocht, en daarna werden  o.a. delen van de kerk als bouwmateriaal verkocht. Zij lieten alles, behalve de poort, het abdissenhuis, het pesthuisje, het wagenhuis en het kwartier der vreemdelingen afbreken.

De poort van de voormalige abdij. Ervoor kinderen die er voor een vakantiekamp komen logeren. De bron van de foto vond ik niet terug.Sorry.


Van buitenaf is  nu nog de monumentale ingangspoort van abdis Agnes Haeghens te zien. Deze abdis liet in 1775 in de kruidentuin een arduinen zuil plaatsen met een stenen kruis erop. De zuil is er nog... In 1777 liet ze het poortgebouw optrekken en in 1781 het eveneens bewaard gebleven wagenhuis.
Op het domein gebeurden er een aantal restauraties i.o. van  het Vlaams gewest.

Bronnenmateriaal:

"Toeristische kaart van St.-Katelijne-Waver", uitgegeven door de vzw Toerisme, 2012.
Geen vermelding van auteur, "Zo leeft Sint KatelijneWaver", in: Zondagsvriend, nr. 26, jg. 21, 25 juni 1953
Stefan DE COCK, "Bemortel", archeologische Vereniging "Oud Mechelen", 1986.(1)(p.1), (2)(p.1)
Marc SWINNEN, "De Bemortel te St-Katelijne-Waver", een archeologisch onderzoek, Mechelse Vereniging voor archeologie, 1986/1. (3)(p.11); (4)(p.11)

Begrippen:

Bemortel: een voorname burcht met vluchtschans in het Waverwoud. De naam komt op verschillende manieren voor: Barmoorter (1266), Beremoortere (1324), Bemoreck (1380), Bemortel (1549) en Bermoorter in  de Nieuwe Tijd (na 1492). In de omgeving komen overigens nog een aantal moorternamen voor. Ze hebben allen betrekking op een moerassig, laaggelegen terrein naast een hoogte.
Het woorddeel "ber" heeft mogelijk betrekking op een of andere persoonsnaam of titel.
Uit verschillende akten blijkt dat de "bers" leenheren waren van landen en gebieden die rechtstreeks van de graaf afhingen. (4)(p.11)

Volgende aflevering: Over een aantal dorpsfiguren van toen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen