Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

zaterdag 22 september 2012

Mechelen: Sint-Romboutstoren "Brabantse Gotiek" reconstructie





Geen enkele steen verraadt ons wie de geniale bouwmeester van de Sint-Romboutstoren was.

In ieder geval danken wij dit machtig bouwwwerk aan de kennis en stielvaardigheid van de familie Keldermans, waarvan de meeste zonen, in de loop der tijden , als torenbouwers roem verwierven. Jan II Keldermans was de belangrijkste bouwmeester en komt vooral in aanmerking als ontwerper. Hij stierf in 1445. De Keldermansen die de werken leidden zijn: Andries, Antoon I, Antoon II, Rombaut en Laureys.

Zeker is dat men in 1449 de eerste graafwerken verrichtte, en dat op 22 mei 1452 door Jan van Muysen, communiemeester, en hoogste magistraat van 't Middeleeuwse Mechelen, de eerste steen gelegd werd.







De zuidzijde van de kerk. Er wapperen twee vlaggen op de toren, een Mechelse en een Vlaamse.


DE AFLAAT

De gelden nodig om de aanvang van de bouw te financieren, stroomden toe door de milde giften van de pelgrims, die van 1451 tot 1465 te Mechelen aflaten kwamen verdienen. Deze aflaten werden verleend door Paus Nicolas V, en erkend door zijn opvolgers.In een pauselijke bul werden de voorwaarden behandeld, waaraan moest voldaan om een jubileumaflaat te verdienen. De gelovigen moesten in geld betalen om daarmee de bouw  van het koor en de toren te financieren. De aalmoes moest gelijk zijn aan de som die een reis naar het verblijf te Rome zou gekost hebben. Op deze wijze konden de gelovigen volledige aflaat voor hun zonden krijgen.

ANDERE FONDSEN

Ook ambachten en gilden zorgden voor de nodige financiƫle middelen, door het heffen van een speciale bijdrage die torengeld genoemd werd.


DE HOOGTE van de TOREN

De toren werd onafhankelijk van de kerk gebouwd en werd in 1516  met het kerkschip  verbonden.
De geplande hoogte was 6oo Mechelse voet (ca. 167 meter).
Financiƫle problemen zorgden dat hij nooit werd afgewerkt.
En dan waren er nog de historische problemen zoals de beginnende Godsdienstoorlogen en de ontploffing van de Zandpoort in 1546, die 1/3 van de stad verwoestte. De nog voorradige zandsteen werd tussen 1582 en 1584 vanuit Mechelen door Staatsen weggesleept  om er de vesting Willemstad  (Noord-Brabant) mee te bouwen.
De hoogte van de huidige toren (stenen gedeelte) is 97,29 meter.





GEBOUWD OP OSSENVELLEN

Men vertelt in de volksmond dat de toren op ossenvellen zou gebouwd zijn . Bij het graven van de funderingen  rezen er een aantal problemen. Mechelen werd doorkruist door vele Vlietjes met een hoog grondwaterniveau. Bij het graven van de funderingen  werd een tweede put gegraven om het grondwater onder het niveau van de oorspronkelijke fundering te houden.
Deze put werd gegraven tussen het bestaande kerkschip en de bouwplaats van de toren. Voormelde waterput werd aan de vier zijden met paalplanken afgezet. Om de dichtheid van de wanden te verzekeren werden deze bekleed met verse huiden, "ossenvellen" genoemd. Men schroefde het water geregeld uit de put zodat het grondwater onder de fundering bleef.

De legende van de ossenvellen heeft dus wel iets, niet als schort onder de fundering, maar als hulp om de fundering droog te zetten.


De kathedraal van Mechelen in 1833, naar S. Prout, uitgegev. voor "Asiles de Soldats Invalides Belges".

We zien op de kerk geen vieringtoren.  Het stadhuis , het hoge gebouw links heeft nog zijn moderne gevel. We zien geen Margaretha standbeeld, daar er nog geen stond.
Links een zuil met een  ster. Wij zien geen uurwerk aan de toren. (Zie eerste prent bovenaan).
Rechts een postkoets die geladen of ontladen wordt.
De gevels rechts van de mark hebben nog hun laatbarokke decoratie.

Referentie:

"Welcome to Mechelen", informatie over Mechelen en omgeving, 2de editie, 1984(?), voorwoord dor Burgemeester D. Van Daele, p.32-35.
+ uit eigen archief en documentatie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen