Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

woensdag 5 augustus 2015

Liefdesverdriet - Pisbesienders - doktersbezoek - Jan Steen * * * *





Jan Steen, "Het doktersbezoek", Wellington Museum, Londen, ca. 1661-1662.(1)
INHOUD

We zien in het centrum van het schilderij een jonge dame met een jasje met pels afgezet, die aan haar hoofd voelt. Haar linkervoet rust op een stoof. De hond kijkt medelevend naar haar. Over de stoel hangt haar beurs  en een messenetui. Aan een poot van de stoel is een bruine vuurtest en een stukje verbrande  veter of schorteband.(3) De dokter met Rubenshoed voelt haar pols en kijkt veelbetekenend naar de dame ernaast die  een bolglas met urine vasthoudt.
Het jongetje voor de stoel, met pijl en boog,  moet eros voorstellen.
Rechts in de hoek zien we het gesloten alkoofbed met lussen. Ervoor op de tafel een kaarsenstaander met een gedoofde kaars en op de grond de nachtspiegel. De centraal opgestelde rode stoel met een drietal rekwisieten speelt een verwijzende rol. Het rood verwijst naar liefde ... Hoewel "love is blue".
Feitelijk gaat het om een komisch schilderij.


LIEFDESVERDRIET of MINNEPIJN

Dit verschijnsel en het zich laten opmerken door ziekte voor te wenden was in de "Hollandse Gouden" eeuw legio. De uitbeelding van de jonge dames voor een dergelijk onderwerp was voor de hand liggend. Ook jonge mannen hadden zulk een verdriet. Jan Steen schilderde het onderwerp achttien keer.

De dokter die pols voelt, lijkt aan de vrouw met het urineglas te zeggen: "Zij lijdt aan minnepijn."

Liefdeverdriet is de pijn die men voelt over het verbroken zijn van een relatie of over de onbereikbaarheid van een geliefde, in 't algemeen gaat het om niet-huwelijkse relatie. Wij noemden dat zo'n 50 jaar geleden LDVD maar het wordt ook luhduhvuhduh genoemd als een soort van eufemisme om het woord niet hoeven uit te spreken.

In Wikipedia lazen we daarover:
" Liefdesverdriet is de laatste tijd erkend als aandoening met symptomen als van een ziekte.
   Het gevoel verlaten te zijn leidt tot geestelijke en fysieke pijnen, die doen denken aan een depressie;
   men voelt zich lamlendig en nietswaardig, en heeft last van hoofdpijn, moeheid, slapeloosheid en       verlies van eetlust.
   De duur van liefdesverdriet is zeer uiteenlopend, van enkele dagen tot vele jaren. ... In het algemeen is het goed om het verdriet te uiten, maar tegelijkertijd het dagritme van werk of andere bezigheden niet los te laten. Dit geeft afleiding en dempt verdriet. In de wereldliteratuur komt het onderwerp geregeld aan bod.."

In het schilderij zijn er duidelijke verwijzingen naar:
- het grote schilderij van Ovidius vertoont een meisje met een gebroken hart
- het hartje aan de halsband van de hond
- Eros/cupido, die veelbetekenend lacht, met pijl en boog.

Jan Steen verwijst in dit verband naar de dwaasheid door het schilderij rechtsboven, dat van de nar Peckelhaering.

De liefdessmart werd toen wel gezien als een soort chantagemiddel ten opzichte van de ouders om de toelating om te trouwen af te dwingen.


Detail van bovenstaand schilderij. We zien de dame met de pisbokaal in de rechterhand.


URINEONDERZOEK

We kijken naar het centrale punt van het schilderij:
met de "wijze" dokter die haar pols voelt,
de behulpzame vrouw met de urinekolf ,
en het beklagenswaardig meisje.


Onderzoek van urine was van in de late middeleeuwen  een element van onderzoek bij minnepijn.
Het voelen van de  polsslag was van in de oudheid reeds een middel om de hartslag te controleren en aldus het hart. De hartslag zou sneller gaan bij het ontmoeten van de geliefde.

Bij de urine ging het om de geur en kleur en de neerslag van de lichaamssappen(bloed,  gal , gele en zwarte en slijm) in het bloed en in de urine. Door minnepijn kon dit leiden tot  verbreking van het evenwicht en als symptoom leiden tot melancholie.(2)(p.152)











Gravure van Pieter Breugel de Oude, Prudens, detail, 1559/60, (4. p.101 e.v.).
In deze gravure wordt de Voorzienigheid in beeld gebracht , door het onderzoek va de 'piskijker' en door de priester die de zieke bijstaat. De handeling van de dokter was in de tijd van Pieter als medische activiteit reeds in voege. Hij heeft ook een mandje bij waarin de fles wordt opgeborgen.


In de urine van de vrouw kon men zelfs vaststellen of de vrouw in verwachting was.
De urine werd daarvoor verwarmd.
De dokters die zich daar toen mede bezighielden werden "quackslaverische pisbesienders" genoemd.

De kolf van het ordinaal (voor kant) en urineglas lijken mij hetzelfde.

Karel Braun schrijft nog het volgende:
"Steen laat zien wat de dokters nog meer deden dan alleen de pols voelen.
 Daarop duiden de flesjes met urine en de vuurtesten met verbrande veters die doorgaans op schilderijen voorkomen. ... Als extra test liet hij de patiënte aan een stukje brandend schortenband ruiken ; het snel misselijk worden is immers een bekende kwaal in de eerste maanden van de zwangerschap."(4)

David Teniers (1610-1690),  De Dorpsdokter, KMSKB, 1645. Uit: "De Vlaamse Schilderkunst in de XVIIe eeuw", Jeanne De La Ruwière, Artis, Brussel, 1957. p.111.

Het hier uitgebeelde thema is een herhaaldelijk geschilderd  in de XVIIe eeuw. In  inventarissen en rekeningen van kunsthandelaars en verzamelaars  komen voorstellingen  van 'doctoren' en 'piskijckersveel voor.

Er wordt hier een dorpschirurgijn  voorgesteld die een urineglas bestudeert, waarschijnlijk van de oude vrouw naast hem en die dan ook met een ongerust gemoed (gezicht) wacht op de uitslag. Het openliggende boek voor hem wijst er op dat hij voor zijn diagnose op schriftelijke gegevens steunt. Was dit om indruk te maken of om een vorm van geleerdheid naar voor te schuiven.
Het genre was geliefd in de XVIIe eeuw. Waarschijnlijk stond men er wantrouwig tegenover en werd het onderzoek niet als waardevol ervaren.

BEGRIPPEN/

Dokter,dorpschirurgijn, pisbesiender, quacksalverische pisbesienders, piskijckers

Bolglas, urineglas, pisbokaal, urinekolf

Liefdesverdriet, minnepijn, LDVD,  luhduhvuhduh, liefdessmart



VERWIJZING/

Karel Braun, "Jan Steen",  Lekturama, Rotterdam, 1980. (3 , p.107)+(4, p.107)
H. Perry Chapman, Wouter TH. Kloek en Arthur K. Wheelock, jr, "Jan Steen, schilder en verteller", Waanders uitgevers, Zwolle, 1996, 3de druk. (1, p.151)+(2)
Louis Lebeer, "Cataloque raisonné des estampes de Bruegel l'ancien", Kon. Bibliotheek 'Albert I', Brussel, 1969. (4, p.102).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen