Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

zaterdag 9 april 2016

de MEI komt eraan... Jochei * *



de maand MEI

Volgens de Oud-Romeinse kalender de derde , volgens de Juliaanse de vijfde maand van het jaar; ze telt 31 dagen.
Genoemd naar de Romeinse godin Maia, de godin van de aarde. Ook in verband gebracht met het Latijnse woordje magnus (groot), omdat alles tijdens deze maand in de natuur groter wordt, m.a.w. groeit.
Andere benamingen: Mariamaand( de processie van O.-L.-Vrouw van Hanswijk te Mechelen gaat in 2016 op 1 mei uit), Vrouwenmaand, Bloeimaand, Bloemenmaand, wonnemaand (vreugde volgens het Oud-Germaans).

Uit: "Folkloristische tijdspiegel voor België", door André Ver Elst, Brussel, s.d.,  p.150.



IN BEELD

Gebroeders van Limburg; "Les tres riches heures du Duc de Berry", de maand "mei". Het handschrift werd besteld in 1410.
"Jonge mensen, gezien hun rijke kledij behorend tot het hof, gaan uit rijden op een mooie dag in mei. Zij worden op hun vrolijke rit begeleid door muzikanten. Drie vrouwen zijn gekleed in het groen, wat suggereert dat het hier gaat om een traditie die op 1 mei werd uitgevoerd: jonge mannen gaan het bos in om jonge groene takken te verzamelen en aan te bieden aan hun dames, die dan ook in die kleur gekleed gaan.
Over de identificatie van de gebouwen op de achtergrond bestaat enige onzekerheid. Het zou een weergave zijn van het kasteel van Riom, de voormalige hoofdstad van de Auvergne, een provincie die aan de hertog van Berry was geschonken door zijn vader, Jan de Goede. Het zou, volgens een andere interpretatie, echter geen gelijkenis vertonen met vergelijkbare afbeeldingen uit de periode, maar een weergave zijn van het Palais de la Cité in Parijs en enkele nog steeds bestaande gebouwen op het Île de la Cité, waaronder de Conciergerie.
In het hemelgewelf bovenaan is centraal de zonnegod Helios in zijn zonnewagen uitgebeeld, met links van hem het sterrenbeeld Stier en rechts Tweelingen."

"Het getijdenboek (het beeldmateriaal) werd tussen 1412 en 1416 door de gebroeders Van Limburg gemaakt. Zij lieten het boek onafgemaakt achter bij hun dood (én die van de hertog) in 1416. De koninklijke kunstliefhebber René d'Anjou liet een onbekende kunstenaar (misschien Barthélemy d'Eyck) aan het boek werken in de jaren 1440-1449 en Karel I van Savoye gaf Jean de Colombe de opdracht de illustraties af te maken en aan te vullen. Hij werkte hieraan tussen 1485 en 1489."

"Karel kon niet lang genieten van zijn nieuwe bezit: hij overleed kinderloos in 1490. Zijn bezittingen gingen over in handen van zijn neef Philips de Schone. Toen ook deze kinderloos overleed (1504), viel het manuscript toe aan zijn weduwe, Margareta van Oostenrijk. Zij was landvoogdes van de Nederlanden en, zoals blijkt uit een inventarisatie van bezittingen uit 1523, liet zij een aantal manuscripten, waaronder de Très Riches Heures, overbrengen naar Mechelen. Na het overlijden van Margaretha in 1530 kwam het boek in handen van Jean Ruffaut, thesaurier en betaalmeester van de Duitse keizer Karel V. Ruffaut was een van de executeurs van Margaretha's testament.

http://nl.wikipedia.org/...duc de Berry#cite note- 1

DE KALENDER


De maand "mei" in kalendervorm. In: dit nieuw seizoen LENTE, J. Van Laer, e.a.,J. Lannoo, Tielt, 1946, p.115.
De afbeeldingen verwijzen naar "St.-Evermarus" en de "Mariaverering".

Evermarus: (H.) [ever +mar, beroemd] Fries edelman, op een bedevaart naar het graf van de H. Servatius te Maastricht, door rovers vermoord te Rutten bij Tongeren ca. 700; feest 1 mei . (uit: "Verschuerens Groot Woordenboek",1979)



POËZIE


 MEI

De kerselaar zijn trouwgewaad

      heeft aangedaan:
vandaag moet hij, meidag is 't,
      ter bruiloft gaan.

Elk taksken is een priem nu, die

      bewonden, wit,
tot tenden, in een witte schee
      van bloemen zit.

Beruwrijmd, was hij schoon, wanneer

       de winter woei:
veel duizendmaal is schoonder nu
        zijn blomgebloei...

't  Is bruiloft, en 't is zonneweêr:

       de zomermeid
den bruidegom verwacht, die haar
        was toegezeid.
    
                 Guido GEZELLE

Op 1 mei werd Guido Gezelle in Brugge geboren.
Hij was priester, maar als dichter scheert hij hoge toppen.
Zijn taal is wondermooi.
De verwachting van de mei wordt hier op een wonderlijke wijze tot uitdrukking gebracht.

Uit: dit nieuw seizoen LENTE, J. Van Laer, e.a.,J. Lannoo, Tielt, 1946, p.114.



                                           MEY

Den coelen mey is nu in sin sezoen;
De velden staan vol sappig groen.
Ic raap de bloemen bij elkaar
en vlecht se in dijn gouden haer.


                                                                                     Felix Timmermans (Lier 5 juli 1886 - id. 1946)

"En dat is de allereerste  strofe, de allereerste tekst, waarin Felix Timmermans Lierse dialectvormen gebruikt. Na het lezen van de nagebootste oud-Nederlandse teksten gebruikt hij ook wel eens 'maegd' voor maagd, 'du' voor u of gij, en dies meer."
De romantische inhoud staat hier voorop.

Uit: Felix Timmermans, een biografie, Gaston Durnez, lannoo, 2001, p.49.



MEIBOOM / MINNESPEL  / ZANG




De versierde meiboom is het symbool van de vruchtbaarheid van de mens, dier en akker en heeft zijn oorsprong in de Germaanse lentefeesten. De boom had heilbrengende kracht en werd eerst voor de woning van machthebbers geplant.

Ook op andere tijdstippen of bij andere gelegenheden werden meien geplant als de oogstmei (o.a. te Brussel), de richtmei, de schutsmei, de liefdemei en de bruidsmei.

Rond de meiboom, die het opleven van de natuur symboliseerde, werd gezongen. 
In de meinacht zette de jeugd zulke boom op voor het huis van hun "schoon lief".
Een dennenboom of een eglantier, een berk of een laurier duiden een blijvende liefde aan,
een wilg benadrukte de babbelzucht van het meisje,
een doorntak wees op haar kwaadaardig karakter,
een vlier of een notelaar op haar ontrouw,
en een populier of een kerselaar op haar onstandvastigheid.
Daarna werd er berijmd gezongen over liefde. 
Middelnederlandse liederen deden dat:


Schoon lieveken, waar waarde gij
 den eersten Meinacht,
dat gij mij geen Mei en bracht?
Den eersten Meinacht, schoon lief,
       dan was ik ziek,
schoon lieveken, ik kon van mijn 
        beddeken niet.


Schoon lieveken, waar waarde gij

        den tweeden Meinacht,
dat gij mij genen Mei en bracht?
De tweeden Meinacht zocht ik
         een eglantier,
schoon lieveken, sta op,
        en uwen Mei is hier!


In vroegere tijden was het alsof met de meiboom de minne in iemands hart kon worden geplant.
De meiboom symboliseerde ook de overwinning van het licht op de duisternis.
De geliefde die "de mei" bracht, zorgde voor het "onweerstaanbare" licht.


WEERSPREUKEN


" De mei, tot juichmaand uitverkoren,
  heeft toch de rijp nog achter de oren."

" 't Staartje van mei,

   staartje van de winter."

De boeren waren er niet kwaad om dat de mei nat en koud was, zij beloofde een malse wei en boter, en een rijke oogst en koren:

" Een koude mei
   een gouden mei."

" Een natte mei

  geeft boter in de wei."

" Een mei koel en nat

  veel koren in 't vat."

Donder die met regen gepaard ging, werd als een gunstig voorteken gezien.

" Een onweder in mei
   maakt de boeren blij."
want
" Donder in mei
  geeft gras in de wei."
maar
" Als het dondert in mei
  valt er dikwijls hagel bij."


Uit: dit nieuw seizoen LENTE, J. Van Laer, e.a.,J. Lannoo, Tielt, 1946, p.112.

MEIKEVERS


In "Lebbeke, in 't lang en in 't kort, van Achiel Vermeiren, 1985, p.79.

"... in de mei gingen we langs daar naar school ('t Plathof) om meikevers te schudden in de hagen"

De meikevers hadden in die tijd en vroeger heel wat te lijden van de jeugd: ze werden geschud uit de hagen, in lucifersdoosjes gepropt, een poot werd met een touwtje verbonden, en dan mochten ze rondvliegen. De wreedheid van de mens moest schijnbaar ergens worden afgereageerd.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen