Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

donderdag 8 maart 2012

LENTE - SPRING - FRUHLING - PRINTEMPS

► ►► DE LENTE  is in het LAND



De narcisklokjes in bloei te Sint-Katelijne-Waver. (11.03.2012) Foto: H.F.E. Vermeir


 ‘primavera’ wordt vrouwelijk voorgesteld als :
Flora : Romeinse godin van de bloemen (L. flos = bloem). In de lente  vierde men Floralia,  het bloemenfeest.[1]
De godin Flora, is een transformatie van de nimf Chloris, als moeder van alle bloemen.[2]
Het werk is zeker beïnvloed door Botticelli’s Primavera, daar de artieste met haar echtgenoot in Florence woonde.
We zien Flora in een goudkleurig kleed geboetseerd door het licht en versierd met bloemen. De godin draagt een rode sjaal aldus verwijzend naar Venus. In de rechter hand een tuiltje overwegend rode rozen als teken voor het seizoen van de liefde. Haar wapperende haren en het discrete décolleté verwijzen met de iets of wat mysterieuze ketting naar de liefde. Achter haar het weelderige bladgroen met de gele vruchten. Het  treurige gezicht en de vruchten kunnen een link zijn naar de soms wrange rozengeur en maneschijn.



Evelyn De Morgan(1855-1919),  Flora, olie op doek,  De Morgan Foundation, London, 1894.

 

 

De omschrijving van het begrip

De lente is het eerste van de vier jaargetijden. De oude naam Lengizin liet veronderstellen dat  lente van lengte komt, en aldus een verwijzing is naar het feit dat de dagen langer worden dan de nachten, “de tijd van het lengen van de dagen”.
Een andere verklaring zou kunnen zijn dat het afgeleid is van het Engelse lent, betekenis vastentijd. Het kan gezocht worden in het Latijnse lenis, wat mild betekent, in de betekenis van zachter, warmer worden.
In het Duits gaat het over spring, in de betekenis van het openspringen der botten.
In elk geval ontwaakt de aarde uit z’n winterslaap; bloemen en bomen botten.[3]

Als personificatie
Als personificatie worden de lente en zomer steeds vrouwelijk voorgesteld.







 Johannes Sadeler naar Dirck Barentz, Lente, gravure, Rijksmuseum, Amsterdam, 17de eeuw. (17,3 x 22,5 cm)  
We zien een jonge dame met ontblote borsten die het jonge groen vastneemt. Bij haar zijn twee bloempotten. Achter haar zien we een vrijend paar in een soort prieel. Rechts in de voorgrond een bron met een herme en  drie mannen op twee paarden met een valk. In de achtergrond nog een kerktoren. In het midden boven VER, lente.
“ Het jufje dat de lente verbeeldt, is niet Flora – voor wie zij gezien de bloempotten wel wordt gehouden – maar Venus. Zij weet met haar blote borsten bijna de aandacht af te leiden  van het vrijende paar op de achtergrond. Weergegeven is de bekende spreuk ‘zonder Ceres en Bacchus heeft Venus het maar koud’.”[4]

ANDERE CULTUREN

CHINA
De draak en vertegenwoordigt de lente.

Tijdens de Tangdynastie hielden de Chinezen krekels en sprinkhanen bij voor hun getsjirp. In de lente symboliseerden de insecten voorspoed, vruchtbaarheid en in de herfst eenzaamheid en verdriet. Een gevangen krekel diende de familie: het insect zingt de hele nacht. Een teken dat alles goed gaat. Maar wanneer het insect plots zwijgt dan is er iets mis; misschien een inbreker of een brand. De plotselinge stilte wekte de familie.

 


  Azteken, Xipe Totec, god van de Lente.







Kenmerken van het seizoen van de  liefde   
Als personificatie: een vrouwelijke al dan niet naakte vrouw of kind.
Eén van de vier nimfen van de horen of uren; geesten die de seizoenen personifiëren.
We vinden haar terug op het schilderij van Sandro Botticelli De geboorte van Venus.


Sandro Botticelli (1445-1510), De geboorte van Venus, tempera op linnen, Galleria degli Uffizi, Firenze, ca. 1485.[5] 
Het thema ontleende Sandro  aan de dichter Angelo  Poliziano (1454-1494).
Venus wordt van links naar land gedreven door de goden van de wind, Zephyr en Aura. De rechts staat één van de horen klaar om haar te kleden.[6]
Het witte gewaad van de hore  is geborduurd met ineengestrengelde korenbloemen, om haar schouder heeft ze een guirlande  van groen blijvende mirte, het symbool van de eeuwige liefde. Een gordel met rozenblaadjes  zonder doornen en roze rozen  geeft de verhoogde taille aan, sybolisch voor de lichamelijke liefde. De hore vertegenwoordigt de lente, het seizoen van vernieuwing en wedergeboorte.


EEN SEIZOEN OM TE WERKEN








Lente, Pieter van der Heyden naar Pieter Bruegel, 1570, gravure, 22.8 x 28,7 cm, Rijksmuseum Amsterdam , naar Abel Grimmer uit het KMSKA
Tekst op prent vertaald: Maart, april, mei zijn de maanden van de lente. In de lente verheugt de gouden Venus zich over bloemenkransen.


Vanaf 1555 creëerde Pieter Bruegel de Oude (Breda?, 1525/1530-Brussel, 1569) regelmatig ontwerpen van gravures voor de uitgeverij van Hiëronymus Cock. De Lente maakt deel uit van een reeks van de vier seizoenen waarvan de voorbereidende tekeningen dateren van 1565 en 1568. De voorstelling van de lente sluit aan bij de iconografie van de seizoenen. De personages verrichten handelingen die typisch zijn voor de lente. De enen spitten, harken en zaaien, de anderen planten. Schapen worden gescheerd en velden ingezaaid. De eigenaars maken het zich gemakkelijk in en rond een prieel.[7]

Steeds zijn de bezigheden van drie maanden gecombineerd in een prent. In de lente wordt de tuin onder handen genomen (maart), de schapen geschoren (april) en geminnekoosd (mei).


ELEMENTEN:
activiteiten: zaaien
dieren: lammetjes, schapen scheren. Tekens van de dierenriem: ram, stier.
goden: Aphrodite en Flora, de godin van bloei en bloemen.
kleuren: groen
mensen: een vrijend paartje, of man en vrouw mekaar in de ogen kijkend; een kind of een jonge vrouw met bloesemtakken. De tweelingen uit de dierenriem.
planten: rode rozen, ontluikend groen, pot of korf met bloemen, anemonen die bloeien.

Een doordenkertje...
 
‘t Is voorjaar, ‘t is lente, ik voel het aan mijn instrumenten.(2)
Anoniem


[1] P.J. REIMER, Prisma-Woordenboek der klassieke oudheid, Het Spectrum, Utrecht
/Antwerpen, 1970,p.69.
[2] Jan MARSH en Pamela GERRISH NUNN, Pre-Raphaelite Women Artists,
Thames and Hudson, New York, 1999, p.142.
[3] Adolf ULENS, o.c., p.78.
[4] Jan VAN DER WAALS, Gouden Eeuw van kunst tot kastpapier, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, 2006, p.173.
[5] Christiane STUKENBROCK & Barbara TÖPPER,  1000 Meesterwerken van de Europese Schilderkunst 13de tot 19de eeuw, Könemann,  Groningen, 2000, p.111.
[6] Ibidem.


Referentie:

Harry F.E. VERMEIR, "De jaargetijden, de seizoenen", in: Gouwtijdschrift, Heemkunde Gouw Antwerpen, nr. 4, jg. 48, 2011, p.13 e.v. 
(2)  http://www.arendlandman.nl/2012/03/spreuken-over-de-lente 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen