Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

woensdag 18 januari 2017

*** BONOBO, WOLF en MENS ... hun relatie




"Bonobo - mens" , evolutie, zie Cohen

Ik las onlangs over "De mens in evolutie" van Louis Gonissen, een bijzonder goed geschreven en gedocumenteerde tekst over de relatie van de BONOBO en de mens, en de relatie van de WOLF tot de mens.(1)
Zie ook verder terug op deze blog op datum van 09.06.2016.

APEN

Wat de evolutielijn betreft gingen we langs halfapen, naar smalneusapen. De neven van de mens  mensapen genoemd, zijn de orang-oetan, de gorilla, de chimpansee  en de bonobo waarmee wij het nauwste verwant zijn. Niet al de vernoemde soorten evolueerden op dezelfde wijze waardoor de nauwe verwantschap uit mekaar ging. De mensapen zijn onze neven.(2)

Ongeveer 25 miljoen jaar geleden verscheen de orang-oetan, de oudste mensaap.
Ongeveer 5 miljoen jaar geleden kwam de bonobo, de jongste loot ten tonele.
En dan komt de mens te voorschijn. Zij leefden als wilden tussen de wilde dieren en ontwikkelden zich tot wilde jagers. Jagers die er ruig uitzagen door hun wildgroeiende beharing. De gezichtsbeharing was indrukwekkend en had waarschijnlijk iets van die van de holenleeuw.

In de primatenfamilie blijven bij de mens de hoofdharen groeien en dit duidt er op dat er een stap vooruit werd gezet in de de evolutie. De apen hebben geen kapper nodig.

De prehistorische Afrikaanse mens maakte jacht op kleine zoogdieren. Als aaseter slaagde hij erin met wisselend succes leeuwen van hun prooi te verjagen. Op het menu van de menselijke jager kwamen hazen, sneeuwhoenders en patrijzen  door betere bewapening en het jagen in groep, zodat herten, mammoeten en paarden op het menu kwamen.

WOLVEN

Op de noordelijke jachtvelden ontmoetten de prehistorische jagers en de wolven mekaar bij de jacht op groot wild , dat sterker en groter was dan zijzelf. Daardoor waren beide groepen verplicht om in groep te jagen op: herten, mammoeten, oerossen, paarden en  rendieren. 

Hierna volgen we de redenering van de Nobelprijswinnaar prof. dr. Konrad Lorenz die het zo voorstelde:'Een groep jagers achtervolgt een kudde wilde paarden. Een drachtige merrie kan de kudde niet langer volgen en geraakt afgezonderd. Een troep wolven volgt de jagers om te delen in de buit. Maar de vermoeide merrie kan zich verstoppen, keert op haar passen terug en de mensen zijn het spoor bijster.  Met hun goed ontwikkelde reukzin vinden de wolven het spoor van de merrie terug en nu is de volgorde  van de achtervolgende groepen omgekeerd: eerst de merrie , dan de wolven, dan de prehistorische jagers.' Als vanzelf ontstond een wisselwerking tussen jagers en wolven; de mens-jager met het scherpe oog, de wolf met de fijn ontwikkelde reukzin. Bij de verdeling van de buit kregen de wolven de resten en tussendoor een stuk vlees toegeworpen. Sommige wolven werden zo vertrouwelijk dat ze een stuk vlees uit de hand aannamen.

Wolven en mensen stonden oorspronkelijk voor hetzelfde probleem en kwamen beide tot dezelfde oplossing. Ze zouden grote prooien vangen zoals paarden en grote herkauwers zoals herten en elanden. deze dieren zijn groter, sterker en sneller dan de alleen jagende mens of wolf. Daardoor moest in groep gejaagd worden en dat vroeg een stipte arbeidsverdeling, betrouwbaar, onderling contact en een organisatie die alleen in een kleine familiegroep verkregen kan worden. Zo'n familie, zowel bij de wolven als de mensen, bestond uit één of een paar gezinnen met in de groep een sterke rangorde. Een wolvengroep is één van de hoogst ontwikkelde  sociale organisaties in het dierenrijk, met zeer veel overeenkomsten  met de menselijke familie  of jagersstam. Aan het hoofd staat de leider die moet gehoorzaamd, wil men  met succes en veilig kunnen jagen.

Voor de jagende mensen en wolven is de familieband levensnoodzakelijk en kinderen en welpen moeten opgroeien in een gezin om van jongsaf de juiste sociale verhoudingen te leren. Een gevolg van dit alles is dat aansluiten en opgroeien bij een mensenfamilie voor de wolf als een normale groei naar volwassenheid moet beschouwd worden Het dier aanziet de leden van het mensengezin gewoon als wolven en leert mensen als soortgenoten kennen.

ten eerste: Heel waarschijnlijk hebben sommige nog jonge speelse wolven uit eigen beweging aansluiting gezocht bij jagers die hen alles gaven. Dit is zelfdomestificatie van de wolf. 
ten tweede: Andere wolven werden als welpen door mensen meegenomen, gezoogd door vrouwen en opgevoed in de mensenfamilie. 
ten derde: Nog andere wolven sloten als jachtroedel schoorvoetend aan bij de menselijke  jagersgroep tijdens de jacht. En al hielden ze wat meer afstand toch bleven ze zo dicht mogelijk bij de mensen.

In al deze gevallen groeiden de wilde wolven op tot tamme honden die met de mensen meegingen op jacht en zich daarbij dienstbaar maakten. als de achtervolgde prooi uit het zich verdween en de jagers de prooi uit het oog verloren liep de jachthond met de neus aan de grond en volgde onfeilbaar het reukspoor. 
Zo geraakten mensen en den tamme wolven, die jachthonden werden, erg op elkaar ingesteld. Aanvakelijk was de jachthond de enige edele hond. Later volgden vele hondenrassen zoals herdershonden en uiteindelijk schoothondjes.

Tekst op basis van de gegevens van Louis Gonissen (1)


Beeldje van wolvenkop,  800 - 1400 na  Chr., zuidoosten van Amerika.(3)

Voor de stammen van de prairie had deze goed georganiseerde jager een speciale betekenis.
De zwartvoet-indianen geloofden dat de Oude Man, die verantwoordelijk was voor de schepping, een wolf had gebruikt om de inrichting van de aarde te bepalen: overal waar het dier bleef staan  ontstond een dal, en op alle andere plaatsen kwamen bergen en vlakten.
Aan de noordwestkust hield men 's winters de klukwana (wolvendans), een inwijdingsritueel  dat door bovennatuurlijke wolven geleid werd.

Verwijzing/

Robert ATKINS, Spirituele symbolen, Volkeren, Religies,Mysteries, Knack, Londen, 2009, p.202. (3)
Filip G. DROSTE, Het neefje van de aap - de schokkende evolutie van de mens, Davidsfonds, Leuven, 2003.(2)
Louis GONNISSEN, De mens in de evolutie, in: "Heemkunde Limburg", driemaandelijks tijdschrift, nr. 3, september 2007,   p. 5-8. (1)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen